Gooi mijn neusharen in zee

NEUSS/AMSTERDAM/UTRECHT. In de Duitse stad Neuss, waar ik voor vijf dames, onder wie een psychiatrische patiënte, had voorgelezen, had ik voor het eerst sinds jaren weer een merkwaardige droom.

Mijn moeder had mij opgedragen maïs te plukken. Ook had zij een sjaal voor mij gebreid. Maar er groeide geen maïs. Uit de bladeren staken ongeboren kinderen met gerimpelde gezichten en een paar rode haren op het achterhoofd. Ik waadde door modder en bloed, vogelveren bleven aan mijn laarzen kleven. De stank was ondraaglijk, maar ik besefte dat ik niet met lege handen thuis kon komen. Daarom plukte ik wat baby's terwijl ik ze toefluisterde: “Jullie hebben geluk gehad.” Ik was vooral bezorgd dat ik mijn sjaal kwijt zou raken.

De volgende ochtend ontdekte ik voor het eerst drie haren die uit mijn neus groeiden, uit mijn rechterneusgat om precies te zijn. Alles wordt minder, dat is bekend, maar dat het zo vroeg zou beginnen had ik niet verwacht. Ik ging de haren met een nagelschaartje te lijf, maar waarschijnlijk wegens onervarenheid verwondde ik bij die poging het binnenste van mijn neus. Het kunnen ook mijn trillende handen zijn geweest, overblijfsel van de drank die de meneer van het Literatuurbureau Neuss mij de avond ervoor zo veelvuldig had aangeboden. Ik vroeg de receptioniste of ze een taxi wilde bellen naar Amsterdam.

“U wilt met een taxi naar Amsterdam?” vroeg ze.

Ik wees op mijn bagage.

“Dat krijg ik onmogelijk in de trein”, zei ik.

Uit mijn neus staken nog altijd drie haren, maar ik dacht misschien is het wel aanlokkelijk voor sommige vrouwen. Misschien roept het moedergevoelens in ze op, of worden ze herinnerd aan hun vader die tijdens een tenniswedstrijd aan een hartinfarct was bezweken.

De receptioniste belde een taxi naar Amsterdam. Ze keek mij onderzoekend aan. Ik had mijn schilderijen bij me. Het waren dure schilderijen, want hotel Stern in Düsseldorf had mij op de valreep een verklaring laten ondertekenen dat de renovatiekosten van kamer 18 voor mijn rekening zouden zijn. Mijn advocaat had nog gezegd: “Hij is in zijn expressionistische periode.” Ook dat maakte weinig indruk. Terwijl het waar was. Ik was in mijn expressionistische periode. De taxichauffeur vertelde dat hij één keer eerder iemand van Neuss naar Amsterdam had gereden, en dat dat zaakje niet helemaal fris was geweest. Het was duidelijk dat hij dit zaakje ook niet helemaal fris vond.

Woensdag bezocht ik de openingsavond van het filmfestival in Utrecht. Een vriendelijke jongeman haalde mij af in Amsterdam en bracht mij in een Volkswagentje naar de achteringang van de Jaarbeurs. Waar ik moest overstappen in een Citroën die mij naar de voorkant van de Jaarbeurs bracht, want Citroën sponsort het festival. Een dame zei: “Een festivalcitroën brengt je ook weer naar huis.” Een festivalcitroën. Ik vroeg me af of er ook begrafeniscitroëns waren en huwelijkscitroëns en crematiecitroëns.

Naast mij zat een actrice en toen wij uit de festivalcitroën stapten werden wij vele malen gefotografeerd. Een fotograaf trok aan mijn jasje: “Wie bent u, wie heb ik gefotografeerd?” “Ik ben een verkoper van gebakken lucht”, zei ik, “donderdag koopavond, maar op maandag ben ik gesloten, want zo heeft God het gewild.”

Ik lette er nog speciaal op, maar nergens zag ik een neus waaruit haren groeiden. Alle neuzen waren kaal op dit festival. Wel jammer dat ik de enige was met een baard die uit zijn neus hing, want als er nog iemand rondloopt met een baard uit de neus heb je in ieder geval iets om over te praten. En dat is eigenlijk waar het om gaat op zo'n feest: gespreksstof, al is het maar voor één minuut.

De staatssecretaris van Cultuur hield een lange toespraak waarin hij zei dat hij zo van film hield. Hij maakte een grap over sigaren en verder zei hij: “Liefde is mooi, maar betaalde liefde is mooier.” Toen ik dat hoorde, schrok ik wakker. Deze theorie had ik in 1994 in een boek verkondigd en bewezen, maar dat de staatssecretaris van Cultuur vier jaar later dit idee overneemt, was nooit de bedoeling geweest. Het is ook geen cultureel idee, maar een praktisch idee. En terwijl ik verder naar de staatssecretaris luisterde dacht ik dat mensen elkaar niet alleen liefde zouden moeten geven, maar vooral ook elkaars neuzen zouden moeten ontharen, want dat is eigenlijk intiemer dan seks en ook minder gevaarlijk en lastig. En als het afgelopen is heb je er ook nog wat aan.

Het feest na afloop was goed bezocht. Rob Houwer wilde dat ik bij hem langs zou komen om een kopje koffie te drinken. Ik nam de uitnodiging aan, en ik was helemaal verrukt te horen dat hij ook nog consul-generaal van het eiland Grenada was. Dat zijn mensen naar mijn hart. Het is ook mijn hoop, dat ik ooit consul-generaal kan worden van een warm eiland en dat er dan in mijn huis een knechtje woont die mijn neus op gezette tijden onthaart. En dat na mijn dood tijdens een plechtige ceremonie al die neusharen in een verlopen badplaats, bijvoorbeeld Knokke, in zee worden gegooid. En als Wim T. Schippers dan een mooi lied schrijft over verkopers van gebakken lucht in de hemel en op aarde, ja dan is het allemaal niet voor niets geweest.

Donderdag diende ik samen met ene Fabienne een televisieprogramma te presenteren voor jonge mensen, op een Nederlandse muziekzender waarvan ik nog nooit had gehoord.

Ik zat naast haar en glimlachte. Zo zit ik meestal naast mensen van de televisie, terwijl ik denk, ook aan dit uur komt een einde.

Acteur Dirk Zeelenberg trok twee keer mijn bril van mijn gezicht. Over humor lopen de meningen nog altijd uiteen.

“Arnon”, zei Fabienne, “wat leuk dat je er bent, kan je de top-vijf voorlezen?”

Als ze me had gevraagd een stuk uit het Nieuwe Testament voor te lezen had ik dat ook gedaan. Wie gebakken lucht moet verkopen kan niet al te kieskeurig zijn, die moet soms door een modderbad waden. Officieel had ik ook nog het tweede uur naast Fabienne moeten zitten, maar ik legde uit dat me dat echt te veel zou zijn geworden.

Eigenlijk haat ik jonge mensen. Ik ben natuurlijk ook wel eens een fatsoenlijk jong mens tegengekomen. Anke uit Groningen bijvoorbeeld, die regelmatig op haar fietsje springt en naar het crematorium rijdt om daar te kijken hoe een wildvreemd gezin met huisdieren en al wordt verbrand nadat ze tijdens een vakantie in Midden-Italië te grazen zijn genomen door een neerstortende steenlawine.

Hoe ouder hoe beter. Ik vind het ook prettig als mensen van beneden een beetje uitgelubberd zijn, en dat is in het algemeen toch iets wat met de jaren komt. Neem het maar van mij aan, te veel voelen is een nachtmerrie en dan is een beetje uitgelubberd zijn van beneden een zegen.

Zondagochtend dronk ik koffie bij de consul-generaal van Grenada. Er groeiden geen haren uit zijn neus, maar we konden het desondanks wel met elkaar vinden. We maakten plannen, dat doen verkopers van gebakken lucht nu eenmaal, en ik dacht, als dit allemaal een beetje goed gaat, ben ik over een jaartje of tien ook consul-generaal.

“Ik las in een weekblad”, zei Rob Houwer, “dat je zoveel energie had en zo mateloos was.”

“Nou”, zei ik, “wat echt mateloos aan mij is, is mijn masochisme. Het beste en steekhoudende bewijs daarvoor is wel dat ik nog geen zelfmoord heb gepleegd en dat ik dat voorlopig ook niet ga doen. Eigenlijk is alles wat ik schrijf ook uitsluitend bedoeld voor andere masochisten.”