Geheugensteuntjes aan de Amstel; De intieme landschapstekeningen van Rembrandt

Rembrandt tekende en etste veel buiten: vijftig van zijn ruim 200 tekeningen zijn nu te zien in Amsterdam, de wandelroutes die hij 350 jaar geleden nam zijn in kaart gebracht. “Het is altijd stil op Rembrandts tekeningen. Hij hield niet van druk stadsgewoel.”

Rembrandt aan de Amstel. Wandelingen in en om Amsterdam. Gemeentearchief Amsterdam. Tot 29 november. Vanaf december te zien in het Institut Néerlandais te Parijs. De catalogus is uitgegeven door Toth, prijs ƒ 99,50. Daarnaast verscheen bij uitg. Island Publishers een wandel- en fietsgids (ƒ 9,90). Buiten tekenen in Rembrandts tijd. Tentoonstelling in het Rembrandthuis tot 29 november. De catalogus kost ƒ 35,-

Een van de weinige anekdotes die over Rembrandt bestaan, verhaalt van zijn verblijf op het landgoed van zijn vriend en beschermheer Jan Six. Hij wedt er dat hij sneller een ets maakt dan een bediende naar de stad kan rennen om mosterd te halen voor de maaltijd. Het verhaal is verbonden met Rembrandts ets die bekend staat als Het bruggetje van Six. Het zou het uitzicht zijn vanuit dat landgoed. Men ziet er twee heren tegen de leuning van een bruggetje staan kijken naar het vlakke land. Aan de horizon rijst het torenspitsje van Ouderkerk op. Het is een zonnige dag.

Of dit verhaal nu waar is of niet, het suggereert dat Rembrandt bekend stond als een snel en trefzeker werker, die onderweg zijn teken- en etsmateriaal meenam. Gewandeld werd er veel in zijn tijd. In de stad, rondom de stad en zelfs heel ver naar andere steden. Rembrandt zelf was niet bepaald een groot reiziger. Naar Italië of Frankrijk is hij, anders dan veel van zijn collega's, nooit geweest en behalve een enkel uitstapje naar familie in Leeuwarden en misschien een keer naar Arnhem, had hij genoeg aan Amsterdam en omgeving. Over de tekeningen die hij daar maakte is sinds vorige week een wonderschone tentoonstelling te zien in het Amsterdamse Gemeentearchief. In het Rembrandthuis is een tentoonstelling gewijd aan het verschijnsel tekenen in de open lucht. Aan de hand van tekeningen van Rembrandt en tijdgenoten wordt aandacht besteed aan hun uitstapjes en hun werkwijze.

De ontwikkelde burgerij in Nederland was trots op zijn steden en op het omliggende land dat toch maar door mensenhand tot ontwikkeling was gebracht. Die trots komt tot uiting in gedichten waarin het land bezongen wordt, in stadsbeschrijvingen en in de traditie vanaf het begin van de zeventiende eeuw om het landschap te tekenen, in prent te brengen en te schilderen. Vooral het gebied rondom Haarlem was al vroeg het meest bezongen en meest getekende gebied van de noordelijke Nederlanden. Men bewonderde het uitzicht vanaf de duinen (waar had men dat verder in ons vlakke land?), men bekeek met ontzag de zee en zocht verpozing in een uitspanning in Bloemendaal of Overveen.

Plaisante Plaetsen

De kunstenaar die als eerste zelfs een hele serie prenten uitbracht over deze fraaie gebieden was de Amsterdammer Claes Jansz. Visscher. In 1611/12 verscheen zijn Plaisante Plaetsen, een reeks van twaalf etsen, die wellicht in het bezit van Rembrandt is geweest. Hij zal ook andere prenten van Visscher hebben gezien, met voorstellingen uit het landschap in en rond Amsterdam en die hebben hem zonder twijfel geïnspireerd.

Rembrandt heeft 26 landschapsetsen gemaakt. Minder bekend is dat er zo'n 200 landschapstekeningen van hem bewaard zijn gebleven. Op de tentoonstelling in het Gemeentearchief zijn daar vijftig van te zien uit vele, ook buitenlandse collecties en nog eens vijftig van zijn tijdgenoten. Een dergelijk beeld van Amsterdam en van Rembrandt zal niet snel nog eens ergens ter wereld worden samengesteld. Deze tentoonstelling overdondert nu eens niet door Rembrandts schilderkunst. Hier hangen geen gerestaureerde nachtwachten, anatomische lessen of staalmeesters en evenmin kan men hier wegdromen bij een joods bruidje.

En ook voor Amsterdamliefhebbers zal het even wennen zijn. Hoewel het over de Amsterdamse topografie gaat, kan niemand hier het aardige kruidenierswinkeltje uit zijn jeugd, of het huisje van zijn grootouders aanwijzen. Op elk van de kleine intieme tekeningen van zo'n twintig centimeter lang en vijftien hoog raakt men onder de indruk van de manier waarop Rembrandt met zo weinig middelen op zo'n klein oppervlak zo'n overtuigende werkelijkheid van Amsterdam en omgeving heeft weten op te roepen. De tekeningen maken de indruk van een grote spontaniteit. Of hij nu met krijt, rietpen of penseel werkte, het zijn trefzekere lijnen die onmiddellijk de indruk geven dat hier de plaats en het tijdstip in zijn essentie gevangen zit. Zo is het daar op zo'n moment en niet anders, dat gevoel krijg je.

Het is het resultaat van een uiterst geconcentreerde manier van kijken en van een feilloos gebruik van de tekenmiddelen. In één lijn kon hij een dijkje oproepen met ernaast een ondergelopen weiland. De enige kunstvorm die daarmee is te vergelijken is te vinden in de klassieke Chinese inkttekeningen. Ook daar wordt in de uiterste reductie van beeldmiddelen een maximale atmosfeer getroffen. Ook daar slagen tekenaars erin het papier zelf mee te laten werken. Het lege deel van het papier kan niet alleen staan voor lucht, maar ook voor water, weiland of sneeuw.

De tentoonstelling, waar ter ondersteuning ook kaarten en documenten hangen, is georganiseerd volgens zes verschillende routes, die Rembrandt meer dan eens gewandeld moet hebben. De eerste loopt door de binnenstad, waar hij een aantal karakteristieke gebouwen heeft vastgelegd. Een tweede wandeling loopt, vijf kilometer lang, over de stadswallen. Dan volgen routes naar het westen, langs de Diemerdijk naar Diemen, naar het oosten richting Sloten, naar het zuiden langs de Amstel naar Ouderkerk en nog een uitstapje naar Bloemendaal.

In Rembrandts schilderijen draait alles om de mens. Bij zijn tekeningen is het precies omgekeerd. Daar gaat het om de natuur en om de bebouwing, het liefst met zo weinig mogelijk mensen. En ook: met zo min mogelijk geluid. Het is er altijd stil en dat is vreemd. Amsterdam was in Rembrandts tijd een bruisende metropool. Maar hoe we ook kijken, op zijn tekeningen van Amsterdam is niets te zien van commercieel gewoel. Geen volle markten, geen drukte op de Dam, geen geschreeuw op de Beurs. We zien geen volle kades en van de haven, destijds omschreven als 'een woud van masten', is hooguit in de verte een glimp te zien. Koetsen en karren, een bron van ergenis wegens hun herrie, ontbreken. Ook van de vele industrieën is geen spoor te bekennen. Alleen de vele molens op de stadswallen wijzen op activiteit die met lawaai gepaard kan gaan.

Ruïnes

Daar komt nog bij dat Rembrandt ook vrijwel geen aandacht heeft besteed aan de vele nieuwbouw in de stad. Toch werden er in zijn tijd volop nieuwe eilanden aangeplempt en grachten gegraven. Grachtenhuizen verrezen en niet te vergeten begon in 1648 de bouw van het nieuwe stadhuis. Niets van dat alles. Wel had hij een sterke voorkeur voor de oudere grote vervallen gebouwen, zoals de Montelbaanstoren, de Waag op de Nieuwmarkt, de ruïnes van het in 1652 afgebrande stadhuis. Zelfs maakte hij de gebouwen 'ouder' en liet hij nieuwe torens en spitsen weg. Op de paar schetsen van de nieuwe grachten concentreert hij zich niet op de moderne, geometrische strakke vormen van kades en bruggen, maar verdoezelt hij die juist door slingerende lijnen, zodat ze een oudere, wat vervallen indruk maken.

De tekeningen en etsen die Rembrandt buiten de stad maakte, hebben als onderwerp een opeenhoping van bebouwing en bomen in een verder leeg landschap van weilanden, lucht en water. Ook hier zijn net als in de stadsgezichten, levende wezens ondergeschikt. Alleen vluchtig aangeduid komen wel mensen voor, een enkele koe, een paard of een hondje. De architectuur en het land gaan bijna organisch in elkaar over. Of het nu een bruggetje, een buitenhuis, een boerderij, een hooiberg of een nederig stulpje is, vorm en materiaal zijn hier vergroeid met het weiland, met de dijk met het wilgenbosje, met riet en gras. Het lijkt bijna of de cultuur is voortgekomen uit de natuur, of hekken en schuren gebaard zijn door de aarde. Ook hier wordt het 'moderne' gemeden. Niet de nieuwe landhuizen aan de Amstel, de buitentuinen of nieuwe polders tekende hij, maar juist de oude bebouwing.

Het is eigenlijk merkwaardig dat nooit eerder zo'n tentoonstelling georganiseerd is geweest. Al in 1915 publiceerde de toen 31-jarige verzamelaar en kunstkenner Frits Lugt zijn boek Wandelingen met Rembrandt in en om Amsterdam. Het Rembrandt-onderzoek heeft sindsdien niet stilgestaan, en op vele tentoonstellingen werden zijn tekeningen geëxposeerd, maar de aandacht was eerder gericht op stijl en datering, dan op het verband met het werkelijke landschap dat de basis voor de tekening geweest is. De laatste jaren is men die tekeningen systematischer in verband gaan brengen met de topografie, met de plekken waar hij getekend kan hebben. De Amerikaanse kunsthistorica Cynthia Schneider, sinds kort ambassadeur van de Verenigde Staten in Nederland, organiseerde in 1990 in Washington een tentoonstelling over Rembrandts landschappen. Zij deed dat in nauwe samenwerking met medewerkers van het Gemeentearchief: kunsthistorici, historisch cartografen en archivarissen. Het resultaat van hun verdere onderzoek is nu te bewonderen.

Hoe kan men bepalen wat en waar Rembrandt getekend heeft?

De catalogus bij deze tentoonstelling, een prachtig boek met uitstekende reproducties en goede inleidingen op het werk van Rembrandt en op de geografie van Amsterdam en omgeving, geeft daar antwoord op. Waar het gaat om herkenbare gebouwen, zoals het stadhuis, kerken, molens of een bolwerk heeft men snel houvast, maar buiten de stad, waar alleen een dijkje, een weggedoken boerderijtje, een nietig torenspitsje getekend is, is het veel moeilijker. Houvast krijgt men door de tekeningen in samenhang met het werk van tijdgenoten te bestuderen. Dan blijkt dat er vaste wandel- en tekenroutes bestonden en dat bepaalde plekken favoriet waren. Dat waren voornamelijk groepjes boerderijen met hun stallen en hooibergen, omgeven door bomen, in het verder lege uitgestrekte land. Zo wordt het aantal mogelijke locaties drastisch beperkt.

Rembrandt moet routes gevolgd hebben die al standaard waren bij de bovengenoemde Claes Jansz. Visscher. Mogelijk heeft hij ook samen met leerlingen en tekenende vrienden gewandeld. Hoe dan ook, dezelfde locaties komen in het oeuvre van andere tekenaars voor. Door bovendien nauwkeurig met kaarten de topografische werkelijkheid van het midden van de zeventiende eeuw te reconstrueren en heel precies ook de kleinste details op de tekeningen serieus te nemen, kan men heel ver komen. Neem een willekeurige tekening van een landweggetje. Je ziet niet veel meer dan de aanduiding van een weg met in de verte wat boerderijen. Maar een talud naast de weg geeft aan dat het naast een polder moet liggen en die paaltjes langs het voetpad betekenden dat het de Amstelveense weg moet zijn. Maar waar? Een sloot links en een bocht in de weg beperken het aantal mogelijkheden nog meer en uiteindelijk volgt de conclusie dat het juist daar aan de Amstelveense weg en nergens anders geweest moet zijn.

Afwasbaar

Rembrandt bezat een enorme collectie tekeningen en prenten, waaronder drie albums met zijn eigen landschapstekeningen. Ze werden omschreven als 'lantschappen nae t leven geteeckent bij Rembrant'. Toch zijn dit voor het overgrote deel geen tekeningen die in moderne zin 'naar het leven' dus ter plekke in de open lucht zijn gemaakt. Schilders werkten wel met schetsboekjes en met kleine afwasbare blaadjes perkament, maar de kleine schetsjes dienden vooral als geheugensteuntjes voor het echte werk dat thuis in het atelier zou plaatsvinden. Het zijn de tekeningen die daar gemaakt zijn en die de suggestie wekken naar het leven te zijn gemaakt die we zien.

Rembrandt was geen documentalist, geen kaartmeter. Hij heeft de werkelijkheid subtiel gemanipuleerd. Hij heeft verschoven, weggelaten, toegevoegd en ingedikt. Het is moeilijk dat niet in negatieve termen te omschrijven, want al die termen als 'manipuleren' en 'verschuiven' klinken verwijtend en suggereren dat Rembrandt de 'werkelijkheid' heeft verraden, terwijl hier juist de inventiviteit van de tekenaar schuilt. Die termen zijn ingegeven door een documentair-realistische manier van denken, die sinds de vorige eeuw alleen maar versterkt is door de fotografie. Zelfs voor de tijdgenoot zal het misschien niet altijd duidelijk zijn geweest dat Rembrandt beelden combineerde om zowel het eindproduct overtuigender te maken als om de compositie beter in balans te krijgen.

Naast de vraag naar het documentaire gehalte, naar wat en waar Rembrandt getekend heeft, doet zich dus de vraag op hoe hij de werkelijkheid veranderde, zodat er een onmiddellijk herkenbare nieuwe - om het ook eens positief te stellen, verbeterde werkelijkheid ontstond. De kunsthistoricus Boudewijn Bakker, de initiator van de tentoonstelling, maakt duidelijk dat het Rembrandt om iets anders ging. Wat dat andere is, omschrijft hij in zijn bijdrage aan de catalogus als 'de combinatie van enerzijds het streven naar authenticiteit en waarheidsgetrouwheid, anderzijds het zoeken naar de kern van het gekozen thema'. En ook verder heeft hij het over het 'typische karakter' van een boomrijke landweg met boerderijen ernaast 'die in geconcentreerde of verhevigde vorm naar voren komt'. Het gaat Rembrandt, aldus Bakker, dus om het karakteristieke, individuele van een bepaalde plek. Eigenlijk streefde hij naar portretten van karakteristieke plekken, van bewoonde eilanden in een leeg landschap.

Die kalme halflandelijke wereld van Rembrandt bestaat niet meer. Toch zijn er plaatsen die hij heeft getekend en die nog onmiddellijk herkenbaar zijn. Nog steeds kan je ergens in de duinen bij Haarlem staan, langs de Amstel, aan de Nieuwe Meer bij Diemen, waar je in ieder geval Rembrandts vegetatie en zijn atmosfeer proeft. En natuurlijk het water. Dat zou Rembrandt onmiddellijk herkennen. Precies zoals de Chinese dichter He Zhizang, die na jaren in zijn geboortedorp teruggekeerde. Alles is veranderd, schreef hij, niemand weet wie hij is en hij kent niemand meer; niets is hetzelfde, alleen de golven op het meer zijn niet veranderd.