Financiële elite bij IMF práát vooral over crisis

IMF en Wereldbank sloten gisteren hun jaarvergadering af. Terwijl de diagnose van de financiële crisis nog maar half is gesteld, moeten nu al medicijnen worden toegediend.

WASHINGTON, 9 OKT. Terwijl de Senaat delibereert, gaat Saguntum ten onder. Met een variant op deze Romeinse wanhoopskreet rijst de vraag of de wereldeconomie ten onder gaat, terwijl de belangrijkste leiders vooral veel praten. In diverse bewoordingen onderstreepten ze deze week tijdens de jaarvergadering van Internationaal Monetair Fonds en Wereldbank de ernst van de financiële crisis. Ook wezen ze op de politieke gevaren.

IMF-topman Michel Camdessus refereerde aan 1928, toen de wereld aan de vooravond van de ernstigste economische crisis van deze eeuw stond. Al voegde hij er meteen aan toe dat het nu zó erg niet is. De Britse minister van Financiën, Gordon Brown, vergeleek de vastbeslotenheid van de leiders om de crisis te bestrijden met die in de Tweede Wereldoorlog.

De aanwezigheid van de president Clinton illustreerde de urgentie van crisisbestrijding. Maar de traditionele marsmuziek Hail to the chief, waarmee een Amerikaanse staatshoofd bij elke bijeenkomst wordt binnengeleid, klonk nu toch tamelijk schel. De Braziliaanse minister Pedro Malan was al naar huis teruggekeerd om in eigen land met man en macht een ineenstorting af te wenden.

Management by speech is niet ongewoon in bedrijfsleven en politiek. En ook nu is het niet nutteloos. Maar in de financiële wereld zijn woorden al gauw contra-productief wanneer daden uitblijven.

De Argentijnse president Carlos Menem maande na terugkeer in Buenos Aires de industrielanden nogmaals tot snelle actie. “Het is van fundamenteel belang dat de G7, onder leiding van de VS, met alle middelen de landen te hulp komen die de zwaarste lasten van de crisis dragen”, aldus Menem.

Ook uit de andere opkomende economieën kwamen krachtige oproepen. “Het belangrijkste is dat de ontwikkelde landen bijdragen aan de stabiliteit van de wereldeconomie”, aldus de Chinese minister Xiang Huaicheng. Zijn Thaise collega Tarrin vond dat de industrielanden een “actievere rol” moeten spelen. De Chinese bewindsman riep de industrielanden vooral op tot agressieve monetaire en fiscale stimulansen en betere coördinatie van beleid.

Tot nu is het bij een zeer bescheiden renteverlaging door de Amerikaanse Federal Reserve gebleven, al zinspeelde voorzitter Greenspan gisteren in een rede voor economen in Washington op verdere renteverlagingen.

In Europa is, afgezien van rentestapjes in Spanje en het Verenigd Koninkrijk, nog niets gebeurd. Bundesbank-president Tietmeyer zinspeelde op een Duitse renteverlaging, maar leek daar later van terug te komen. Afgezien van de convergentie van renteniveaus in de euro-zone naar het laagste Duitse niveau lijkt er tot de start van de monetaire unie op 1 januari 1999 niets meer te gebeuren. Het wachten is op president Duisenberg van de Europese Centrale Bank.

De jongste dollarcrisis roept, zeker na de gisteren afgesloten 'jamboree' van de financiële elite, veel vragen op. Niet alleen of er, ondanks alle beloftes, wel van echte coördinatie sprake is tussen de belangrijkste beleidsmakers. Maar, ernstiger, of de eerstverantwoordelijken wel precies weten welke krachten in de huidige crisis aan het werk zijn. “Ik heb nooit zoiets gezien”, zei Greenspan gisteren vertwijfeld. Terwijl de diagnose nog maar half is gesteld, moeten de medicijnen al worden toegediend.

De “beslissende actie” waartoe president Clinton eergisteren opnieuw opriep blijft nog uit. Zijn noodplan om verdere 'besmetting' door de crisis tegen te gaan stuit voorlopig nog op praktische problemen en de weigering van het Congres de Amerikaanse bijdrage aan het IMF vrij te geven. Al lijkt op dit laatste punt een akkoord nabij. Het enige concrete, niet onbelangrijk, is het financiële pakket van 30 miljard dollar dat voor Brazilië klaarligt.

Tijdens de jaarvergadering werd veel tijd besteed aan de 'nieuwe architectuur' van het internationale financiële stelsel. Chef-econoom Joseph Stiglitz van de Wereldbank was niet de enige die erop wees dat de wereld momenteel “meer behoefte heeft aan loodgieters dan aan architecten”. Er waren aanbevelingen over transparantie, hervorming van de financiële sector, de verantwoordelijkheid van particuliere schuldeisers, het kapitaalverkeer, internationale standaarden en gedragscodes. De gepresenteerde rapporten zeggen iets over de ambities, maar ten minste even veel over de schrikaanjagende lacunes in het financiële systeem. Zoveel is zeker: laissez faire is uit, meer regulering is nodig. De liberalisering van alle kapitaalverkeer, vorig jaar bij de jaarvergadering in Hongkong unaniem aanvaard, is door alle gebeurtenissen naar de achtergrond geschoven.

De jaarvergadering bracht irritaties tussen Wereldbank en IMF duidelijker aan het licht. De Wereldbank ziet zijn primaire taak van armoedebestrijding in gevaar komen, als zij te vaak met noodkredieten bij internationale hulpoperaties moet bijspringen. Bankpresident Wolfensohn concludeerde gisteren dat de “toon van het debat” in gunstige zin is veranderd.

Het IMF staat vooral sinds de mislukte miljardensteun aan Rusland bloot aan kritiek. Dat leidt tot meer zelfreflectie. De mislukking slaat ook terug op de Amerikaanse Treasury (lees: minister Rubin en onderminister Summers) die via een hot line met IMF's tweede man Fischer het miljardenpakket doordrukte. In dat licht paste het Franse voorstel het Interim Comité van het IMF tot een politiek besluitvormingsorgaan te maken en daarmee de Amerikaanse invloed te verminderen.

Maar deze kwestie verbleekt bij de allesoverheersende vraag: hoe valt de wereldeconomie voor een recessie te behoeden, hoe dus ook de liquiditeitscrisis af te wenden en het vertrouwen van de financiële wereld te herstellen? IMF-topman Camdessus ziet een analogie met enkele populaire films. Sommigen zullen volgens hem denken naar Titanic te kijken, anderen naar The Great Escape. Camdessus zelf houdt het op The Longest Day.