Fantaseren over de prehistorie

Verkeerd geleerd. De prehistorie in schoolboeken. T/m 10 januari 1999. Nationaal Schoolmuseum, Nieuwmarkt 1A, Rotterdam. Di t/m za 10-17u, zo 13-17u. Inl. 010-4045425. Als iemand over vijfduizend jaar zou willen weten hoe wij nu leven, dan zou hij foto's of kranten uit onze tijd kunnen bekijken.

Maar als je nu nieuwsgierig bent hoe mensen vijfduizend jaar geleden leefden, dan is het moeilijk om daar achter te komen. Mensen schreven toen nog niet. En er zijn niet zo veel voorwerpen bewaard gebleven uit die tijd. Toch is er nog een aantal dingen van toen dat we kunnen bekijken. Het opvallendst zijn de hunebedden. Dat zijn bouwsels van grote stenen waar mensen in werden begraven. De oudste bewoners van Nederland worden daarom vaak hunebedbouwers genoemd. Op een aantal plaatsen in Drenthe kun je nog van die hunebedden zien.

In het Nationaal Schoolmuseum in Rotterdam is nu een tentoonstelling ingericht over de hunebedbouwers en hun opvolgers, die leefden van 3400 tot 2100 voor Christus. Er zijn allerlei voorwerpen te zien uit die tijd, zoals oude bekers en bijlen. Daarnaast kun je schoolboekjes over de hunebedbouwers uit de jaren vijftig, zestig en zeventig bekijken. En wat blijkt? Die oude schoolboeken staan vol met fouten. Als je ouders of leraren les hebben gekregen uit die boekjes, dan hebben ze allerlei dingen geleerd die niet kloppen. Er werd bijvoorbeeld gezegd dat de hunebedbouwers vossen aten omdat ze dachten dat ze daardoor slim zouden worden, en dat ze weigerden haas te eten omdat dat hen laf zou maken. Onzin, weten we nu.

Omdat ze geen kranten of foto's van 5000 jaar geleden konden bekijken, moesten onderzoekers die iets over de prehistorie te weten wilden komen hun fantasie gebruiken. Soms verzonnen ze de raarste dingen. Aan het begin van de eeuw beweerde iemand bijvoorbeeld dat mensen vroeger ook werden begraven in koepels, gemaakt van boomstammetjes. Wetenschappers waren het er al snel over eens dat van dat verhaal niets klopte. Toch is dat idee van die boomstammetjes in de jaren zeventig, dus meer dan een halve eeuw later, nog terug te vinden in schoolboekjes.

Auteurs van schoolboekjes schreven dit soort fouten vaak van elkaar over. Waarschijnlijk bleven die 'indianenverhalen' lang bestaan omdat ze zo leuk waren. Bovendien hebben mensen altijd de neiging om het verleden te bekijken door een moderne bril. Een schrijver van een schoolboekje vond dat het aardewerk van de prehistorische mensen in de loop der jaren maar weinig veranderde. Hij legde ook uit waarom: “Het was vrouwenwerk en vrouwen zijn gewoonlijk nogal wantrouwend tegenover radicale vernieuwing.”

Op de tentoonstelling in Rotterdam is ook een heel oud wiel te zien. En een heel 'crematiegraf': de resten van twee overleden mensen, die verbrand werden. Verder kun je er ook moderne schoolboekjes inkijken. Die zijn beter dan de oude, maar zelfs nu nog staan er soms domme fouten in. In Sporen (uit 1990) staat bijvoorbeeld een tekening van mensen in de steentijd met kippen. Terwijl er toen nog helemaal geen kippen waren in Nederland.