Een straatvoetballer met de wil om te winnen

Frank Rijkaard (36) debuteert morgen als bondscoach van het Nederlands elftal in de oefeninterland tegen Peru. Zijn vriend David Endt beschrijft de mens achter de jonge trainer. “Op de Amsterdamse stoeptegels leerde Frank jennen en zuigen.”

AMSTERDAM, 9 OKT. “Positief denken. Elke dag is er één. Van het leven moet je iets maken. Wees tevreden met jezelf.”

Frank Rijkaard dacht na over de zin van het bestaan toen hij dit zeven jaar geleden vanuit een trainingskamp met AC Milan op papier zette voor zijn vriend David Endt. De schrijver/columnist en voorlichter van Ajax nam de boodschap op in zijn boek Twintig brieven aan Frank Rijkaard en één brief terug. Als toenmalige voetbalvedette mijmerde Rijkaard over het positief denken na lezing van de boeken van Wayne Dyer. “Boeken die mij op het gebied van besef van eigenwaarde hebben geholpen. Er zijn van die dagen waarin je door de drukte om je heen niet beseft hoe gelukkig je eigenlijk bent”, schreef Rijkaard.

David Endt, zelf als voetballer jarenlang actief in het tweede team van Ajax, bekommert zich veel om talentvolle jonge spelers die doorbreken bij zijn club. Zo raakte hij achttien jaar geleden bevriend met een samba-achtige voetballer die op 23 augustus 1980 bij zijn debuut in het betaald voetbal met een paar schijnbewegingen enkele spelers van Go Ahead Eagles passeerde en de bal hard in het net schoot. Ajax won de uitwedstrijd met 4-2, het was ook het duel waarin Wim Kieft debuteerde.

Endt maakte soms lange wandelingen met Rijkaard. Dan liepen ze vanaf het stadion De Meer de Middenweg af naar het Leidseplein. Onderweg verbaasde Endt zich erover hoeveel kroketten en hamburgers Rijkaard kon verorberen als ze een snackbar aandeden. Rijkaard werd in de prille fase van zijn loopbaan vooral ingezet als voorstopper. Hij oogde vaak dromerig en vatte zijn taak nog weleens te lichtzinnig op.

“Hij voetbalde inderdaad heel onbevangen en speels”, herinnert Endt zich. “Maar na de UEFA-Cupwedstrijd Bohemians Praag-Ajax in 1984 kreeg zijn bewustwordingsproces een enorme push.” Ajax werd uitgeschakeld en trainer Aad de Mos sprak de legendarische woorden dat je met Rijkaard, Vanenburg en Van Basten nooit de oorlog kunt winnen. “Toen besefte Frank dat profvoetballer een echt vak is”, zegt Endt. “Dat je speelt om je eigen geld en dat van een ander. Twee jaar ervoor had Willem van Hanegem al een signaal afgegeven. Hij speelde nog bij Feyenoord en dreigde door Rijkaard te worden overspeeld. Van Hanegem tackelde Frank bewust om hem aan te pakken. Rijkaard scheurde zijn enkelbanden en liep vijf weken in het gips. Later heeft hij in Italië definitief geleerd dat voetbal een wekelijkse strijd is om het bestaan.

“Tactisch gezien is Frank mede gelouterd door Wim Jansen. Die coachte hem als centrale verdediger op het extreme af, was in de wedstrijd meer met Rijkaard bezig dan met zijn eigen spel. Het ging bij wijze van spreken zover dat Jansen zei: 'Nu ga je springen om dat kopduel te winnen.' Later heeft Frank gewerkt onder grote trainers als Michels, Cruijff, Sacchi, een vernieuwer in het Italiaanse voetbal, en Van Gaal. Dat leverde hem een enorm fundament aan kennis op. Hij is een heel scherp waarnemer. Hij heeft uit elke coach de goede en slechte dingen gedistilleerd.”

Rijkaard was als voetballer niet van onbesproken gedrag. Hij liep in 1986 weg op de training bij Ajax na een aanvaring met Cruijff. In ruil voor een stereotoren tekende hij een tweede contract bij PSV. Op het WK in 1990 spuugde hij voor het oog van de wereld de Duitser Rudi Völler in het gezicht, waarna hij (tijdelijk) bedankte voor Oranje. Endt: “Dat was een moment van onmacht waarop hij zichzelf niet in de hand had. Er waren irritaties in het Nederlandse elftal aan voorafgegaan. Al deze zaken hebben hem verder gebracht in het nadenken over zichzelf en de wereld om hem heen.”

Na een succesvolle periode bij Milan ('88-'93) kon hij bij terugkeer op het oude nest zijn kennis overdragen aan het toenmalige jeugdige toptalent van Ajax. “In de succesvolle Champions-Leaguefinale van 1995 tegen Milan is hij tijdens de eerste helft vooral beziggeweest met Seedorf op zijn plaats te zetten en Davids te sturen in de strijd tegen zichzelf. Rijkaard was geen type leider die er in het veld een paar 'pestpleurissen' uitgooide. Maar in de kleedkamer naast een speler ging zitten en probeerde de juiste snaar te raken. Hij observeerde, trok zijn conclusies en reageerde op het juiste moment. Rijkaard is een sociaal denkend mens die rekening houdt met een ander. Litmanen heeft veel van hem geleerd. Maar ik vraag me af of Seedorf zich bewust is geweest van zijn aanwijzingen. Vlak voor het WK in Frankrijk heb ik Clarence nog voorgehouden hoe Rijkaard zich op het EK in 1988 schikte in zijn rol als voorstopper. Ofschoon hij zich te creatief voelde voor die positie leefde Frank zich in zijn opdracht helemaal in. Daar had Seedorf als rechtsbuiten een voorbeeld aan kunnen nemen. Maar de karakters van Rijkaard en Seedorf zijn totaal verschillend.”

Rijkaard stopte als voetballer op een hoogtepunt, zoals hij ook de hectiek in Italië op een bewust gekozen moment de rug toekeerde. “Iemand die van zijn vijftiende constant met topvoetbal is bezig geweest, wil ook weleens wat anders. Hij had behoefte aan rust. Hij probeerde zijn grenzen te verleggen. Hij begon een bedrijf in exclusief ondergoed dat hij zelf ook ontwierp.”

De aanvaarding van het bondscoachschap is volgens Endt zeker niet in een opwelling gebeurt. “Zijn vader was ook trainer, bij Real Sranang. Frank wil met steun van een aantal mensen een doel verwezenlijken. Hij begint aan deze job niet uit emotionele overwegingen zoals Sören Lerby die Bayern München moest redden. Rijkaard zal impopulaire maatregelen absoluut niet schuwen. Vergis je niet in het feit dat hij een straatvoetballer is, hij is absoluut geen softie. Op de Amsterdamse stoeptegels leerde hij jennen en zuigen. Hij heeft een ongebreidelde wil om te winnen. Hij zal avontuurlijk willen voetballen, maar niet uit ideologisch oogpunt. Nu eens een keer om een titel te veroveren.”

De donkere internationals hoeven geen voorkeursbehandeling te verwachten, voorspelt Endt. “Frank staat beslist objectief tegenover zwart of wit. Het irriteert hem juist enorm als bepaalde spelers zich binnen de groep afzetten. Hij moet niets hebben van anarchie. Het Milan-gevoel sprak hem altijd erg aan. Daar leefde de hele club naar een overwinning. Van de wasvrouw tot de teammanager, van de noppendraaier tot de hoofdcoach.”