'Durf de rivieren ruimte te geven'

In Utrecht is gisteren het Nederlands Centrum voor Rivierkunde opgericht. Deskundigen gaan onder andere onderzoeken hoe land teruggegeven kan worden aan de rivieren.

UTRECHT, 9 OKT. Op tal van plaatsen langs de grote rivieren werkt Rijkswaterstaat nog dagelijks aan het verstevigen van de dijken. Na het hoge water in de Rijn en de Maas in 1995, waarbij duizenden mensen werden geëvacueerd, is in hoog tempo begonnen met de dijkverzwaring. Volgens het 'Deltaplan Grote Rivieren' dat het kabinet opstelde na de bijna-overstromingen, moeten alle rivierdijken in 2000 klaar zijn.

Toch is ook met die miljoenen kostende dijkverzwaring de strijd tegen het water niet voorbij. De komende jaren krijgen de Rijn en de Maas steeds meer water te verwerken, terwijl de rivieren zelf dichtslibben en de zeespiegel stijgt. Steeds meer 'rivierkundigen' menen daarom dat het bedwingen van de grote rivieren door het almaar ophogen van de dijken op termijn geen oplossing biedt, zo bleek gisteren bij de oprichting van het Nederlands Centrum voor Rivierkunde (NCR) in Utrecht.

Het centrum voor rivierkunde is een samenwerkingsverband van Rijkswaterstaat, universiteiten en kenniscentra, zoals het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (RIZA) en het Waterloopkundig Laboratorium in Delft.

Aan het NCR zijn ruim zeventig onderzoekers verbonden die zich bezighouden met de herinrichting van het stroomgebied van de grote rivieren. De bedoeling is dat de verschillende onderzoeksinstellingen elk vanuit de eigen expertise een bijdrage leveren aan onderzoek op het gebied van veiligheid, transport en de natuurlijke ontwikkeling van de grote rivieren.

De plannen om te komen tot een centrum voor rivierkunde bestonden al langer, maar de oprichting kwam in een stroomversnelling door de hoge waterstanden van de Rijn en de Maas in 1993 en 1995 en de sindsdien toegenomen belangstelling voor de waterhuishouding.

Volgens prof. dr. A. Smits van Rijkswaterstaat en die tevens verbonden is aan de Katholieke Universiteit Nijmegen die deel uitmaakt van het NCR, is de afgelopen jaren, en vooral sinds de hoogwaterstanden in de Rijn en de Maas, bij veel deskundigen op het gebied van waterbeheer het besef doorgedrongen dat het almaar verhogen van de dijken uiteindelijk geen oplossing biedt.

Smits meent dat alleen door land terug te geven aan de rivieren, Nederland het water de baas kan blijven. “De afgelopen eeuwen hebben we geprobeerd de onvoorspelbare rivier voorspelbaar te maken, maar we moeten de rivier haar hydrologische veerkracht teruggeven. Dat betekent onder andere meer ruimte voor de rivieren, een bredere stroombedding.”

In Duitsland zijn de laatste jaren al grote overlaten aangelegd, gebieden die kunnen onderlopen wanneer het peil in de Rijn stijgt. En ook in Nederland worden hier en daar al dijken landinwaarts verlegd. Alleen al om ruimte te scheppen langs de Rijntakken heeft het rijk tot het jaar 2015 een bedrag van 1,2 miljard gulden gereserveerd. Ook spelen de Nederlandse waterbeheerders met de gedachte om gebieden aan te wijzen die bij extreem hoge waterstanden onder water gezet kunnen worden.

Overigens is alleen het verbreden van het stroomgebied van de rivieren niet voldoende, zegt Smits. De huidige stroomgebieden hebben volgens hem onvoldoende 'sponswerking' waardoor het water nauwelijks wordt vastgehouden. Door zoveel mogelijk de natuurlijke omgeving te herstellen, zouden op termijn ook de extreme waterstanden tegengegaan kunnen worden. Op dit moment bestaan veel uiterwaarden nog uit landbouwgronden, maar Smits verwacht dat de agrarische sector de komende jaren verder zal inkrimpen waardoor veel gronden vrijkomen. Ook kunnen anderen uitgekocht worden. Smits: “Dat kost natuurlijk veel geld, maar het almaar ophogen van de dijken is ook duur.”