Dollarval kwelt toch al geplaagde aandeelhouder

De effectenbeurs kreunde gisteren onder de goedkope dollar. Vanochtend veerde de munt weer op. Helaas voor de belegger is de Amerikaanse munt niet de enige factor die de beursindex naar beneden duwt.

ROTTERDAM, 9 OKT. Zou het toeval zijn? De laatste jaren van vliegtuigfabrikant Fokker gingen gepaard met een litanie aan klachten over de goedkope dollar. Toen het bedrijf in maart 1996 de poorten sloot, noteerde de dollar nauwelijks 1,65 gulden. Sinds er bij Fokker, of liever Rekkof, wordt nagedacht over een herstart, heeft de dollar de duikvlucht hervat. Aan het begin van dit jaar was de munt nog 2,05 gulden waard, inmiddels is dit zo'n twee dubbeltjes minder.

Met het verdwijnen van Fokker is geen eind gekomen aan de dollargevoeligheid van het (internationale) Nederlands bedrijfsleven. Gisteren moest de toch al geplaagde AEX-index een flinke veer laten met een verlies van 3,43 procent. “Toen bleek weer eens dat de Amsterdamse beurs het meest dollargevoelig is van Europa. Bij Aegon bijvoorbeeld is de helft van de winst afkomstig uit de Verenigde Staten. Dan hakt een lagere dollar er natuurlijk stevig in”, zegt financieel analist Peter van Doesburg van Effectenbank Stroeve.

Een ander voorbeeld is Ahold, dat meer dan de helft van de omzet uit Amerika haalt. “Natuurlijk worden de, in guldens uitgedrukte, kosten bij Ahold dan ook lager, maar het blijft een feit dat de winst in guldens afneemt”, aldus Van Doesburg. Het detailhandelsconcern heeft als een van de weinige zijn dollargevoeligheid helder uitgedrukt: elke cent die de dollar minder waard wordt, hapt op jaarbasis 3 miljoen gulden uit de nettowinst van Ahold.

Niet alleen het directe valutarisico speelt een rol. “Voor bedrijven als Hoogovens en Shell is nog veel belangrijker dat de prijzen van grondstoffen in dollars worden uitgedrukt. Dat betekent dat voor deze Nederlandse concerns staal en olie minder opleveren.”

Ondanks de overduidelijke valutarisico's dekken Nederlandse bedrijven volgens Van Doesburg steeds minder hun risico's af. “Alleen in de technologiesector zie je bedrijven die zich indekken tegen een goedkopere dollar. Het afdekken kost veel geld en je schuift het probleem bij een structureel lagere dollar alleen maar voor je uit. Océ heeft zich voor een periode van zes maanden ingedekt, maar daarna is het probleem niet weg.” Financiële instellingen als Aegon en ABN Amro proberen hun valutarisico zoveel mogelijk via kredieten in dollars te ondervangen.

Dat de lagere dollar invloed heeft op de beurs ontkent niemand, maar zeker zo belangrijk is de dreiging van een recessie. “De meeste aandelenfondsen hebben de recessie nu al in hun koersen verwerkt”, stelt analist Michael Molenaar van Theodoor Gilissen. “Daardoor is eigenlijk een hele positieve situatie ontstaan, waarbij de economie alleen maar kan meevallen. Kijk bijvoorbeeld naar Randstad, dat gisteren flink moest inleveren. Iedereen weet dat bij een recessie de uitzendkrachten er als eerste uitvliegen.”

Het aandeel Randstad leverde gisteren ruim 7 procent in. Behalve de economische situatie kan ook de recente acquisitie van Strategix een rol spelen bij deze daling. Het uitzendconcern moet nog altijd 1,7 miljard gulden op tafel leggen voor deze overname en aan een aandelenemissie lijkt in het huidige beursklimaat kansloos.

Volgens Van Doesburg is het volledig incalculeren van een recessie overdreven. “Het is nog nooit voorgekomen dat de economische groei in één jaar van 4 procent naar min 1 procent gaat.”

Koersdalingen als bij Ahrend (58 procent) en ASM Lithography (75 procent) laten volgens hem zien dat de emotie het laatste halfjaar regeert. “Overal komt het angstzweet uit.”

De hectiek zal de komende dagen alleen maar verergeren. Analist Molenaar vreest de volgende week, wanneer een reeks optiecontracten afloopt. “Een halfjaar geleden hebben heel veel mensen put-opties geschreven, want toen leken de bomen tot in de hemel te groeien. Ik zal blij zijn wanneer de expiratie achter de rug is, want er is nu geen peil op te trekken.”

Met het schrijven van put-opties wordt beleggers het recht gegund om hun aandelen tegen een vastgelegde prijs te verkopen, die in dit geval veel hoger ligt dan de huidige beurskoers. Een teken aan de wand was gisteren al dat op de optiebeurs meer put-opties dan calls (recht op koop van aandelen) werden verhandeld. “De kans bestaat dat de schrijvers van put-opties geld moeten vrijmaken om deze strop te dragen. Dat kan ertoe leiden dat op grote schaal aandelen worden verkocht”, stelt Molenaar. “Het kan een hele wilde week worden.”