Discriminatie

Op de televisie zie ik Leen van Dijke, nadat hij zojuist door de rechter is veroordeeld wegens discriminatie van homoseksuelen.

Sprakeloos.

Hij kan geen woord meer uitbrengen. De mannenbroeder, opgegroeid in het besef dat het licht van de reformatorische god hem heeft aangeraakt, wordt zomaar door een rechter veroordeeld. Hij had homo's vergeleken met dieven, omdat hij dat in de Bijbel had gelezen. Er staan wel ergere dingen in de Bijbel, maar niemand trekt daaruit de conclusie dat dit boek moet worden verboden. Van Dijke had al tien keer zijn excuses aangeboden. Helaas, het mocht niet baten. Boem, een strafblad. En straks ook geen lintje als hij de Kamer verlaat. Sommige mensen zouden daar hun schouders over ophalen, maar als je reformatorisch bent, doe je dat niet. Dan voel je je voor het leven getekend.

Kamerlid Boris Dittrich van D66 toonde zich tevreden met de uitspraak. Noch in de wereld van Van Dijke, noch in die van Dittrich zou ik willen wonen. Die Dittrich is wel bezig met verbieden, vervolgen en onder curatele stellen. Het is belangrijk om voor vervolgden op te komen, maar ik ben ervan overtuigd dat de Gay Games gewoon failliet waren verklaard als het niet toevallig de Gay Games waren geweest, maar wielerwedstrijden voor alle gezindten.

Kan de mens eigenlijk zonder discriminatie? De mens misschien wel, maar ik niet. Mijn ogen beginnen al te discrimineren zodra ik ze open doe. Ik zie liever een mooie vrouw dan een lelijke, hoewel een lelijke vrouw er weinig aan kan doen dat zij lelijk is. Maar mijn ogen houden er minder hooggestemde principes op na - en mijn ogen niet alleen. Ik heb altijd sterk de indruk gehad dat homo's hem ook liever steken in een mooie soortgenoot dan in een lelijke.

Het menselijk brein is ingericht om te discrimineren. Uiterlijk is alles, laat je niets wijsmaken. Het nieuwe boek van Remco Campert heet: Een mooie jonge vriendin. Een onheilspellende titel. Mooi en jong, jong en mooi, alles in een. Als dat maar goed gaat, denk je. Maar je hebt het ervoor over. Als je het overkomt, die mooie en jonge vriendin, ben je bereid tot het einde der tijden te discrimineren jegens alle oude en lelijke vriendinnen.

Nu zou je nog kunnen volhouden dat het hier gaat om een discriminatie waar we weinig aan kunnen doen, omdat zij wordt veroorzaakt door onze genen, maar er bestaat ook een sociale discriminatie waar wij niet zonder kunnen. Neem bijvoorbeeld de inkomensdiscriminatie. Iedereen vindt het gewoon dat een bankdirecteur meer verdient dan een vuilnisman. Waarom eigenlijk? Eerlijk is dat niet, wel functioneler. Geef je een bankdirecteur meer dan draait de maatschappij kennelijk beter. Het loongebouw, dat geraamte van ons bestel, is puur volgens discriminerende principes ingericht. Hup Dittrich, zou je al die wezenloze, slechts op metafysica gebaseerde loonschalen niet eens aan de rechter voorleggen.

Overal wordt gediscrimineerd. Discriminatie is de smeerolie van de menselijke omgang. In het onderwijs wordt ontzaglijk gediscrimineerd. Intelligente kinderen worden voorgetrokken en krijgen een veel betere kans op een aantrekkelijke baan. Wij vinden zelfs dat hier te weinig wordt gediscrimineerd en dat de egalisering ten koste gaat van de meer getalenteerde. Maar talent is niet iets dat je kunt verwerven. Je krijgt het toevallig mee bij je geboorte, wat heel discriminerend en onrechtvaardig is.

Als je erop let, lijkt alles doortrokken te zijn van discriminatie. Zo werkt in de sport het verbod op het gebruik van doping alleen maar discriminatie in de hand. Doping nivelleert de verschillen en geeft ook aan minder begaafden de mogelijkheid eens te winnen. Maar dat willen we niet. We willen puur natuur. En de natuur heeft, discriminerend als zij is, de een een meer geschikt gestel gegeven dan de ander.

Heus, we kunnen niet zonder discriminatie. Daarom zouden wij de discriminatie eens wat meer op haar waarde moeten schatten en haar wat minder moeten discrimineren.