De ellende van het lompenproletariaat

Klaus Kordon: Het verhaal van Jette en Frieder. Vanaf 13 jaar, vert. Els van Delden, Van Holkema & Warendorf, 494 blz. ƒ 37,50

Na tien jaar zwoegen aan zijn dikke Trilogie der Wende heeft Klaus Kordon er nog geen genoeg van. Wederom komt de Berlijnse schrijver met een historische roman over een grote omwenteling in de Duitse geschiedenis. Ditmaal behandelt hij 1848, het jaar dat het spook van de revolutie door Europa joeg.

Het verhaal van Jette en Frieder kent hetzelfde stramien als de trilogie. Kordon volgt een sympathieke maar straatarme Berlijnse familie die door de turbulente gebeurtenissen wordt meegesleept. Tegen beter weten in strijden zij voor een beter bestaan.

Dit keer zijn het de 15-jarige Jette, haar zus die hoer is en haar kleine neefje die samen in een krappe pijpenla wonen. Jette heeft een stille aanbidder, Frieder, een timmermansknecht die op zolder woont met zijn zieke moeder. Iedere ochtend legt hij drie aardappels voor Jette's deur. Dat is een ontroerend gebaar en een mooie vondst van Kordon. We voelen mee met de verliefde jongen, maar we beseffen tegelijkertijd dat we nooit de waarde van een aardappel voor een arm Berlijns gezin in 1848 kunnen aanvoelen.

Het is ook een mooie vondst omdat de aardappels de kleine, persoonlijke - en de grote historische gebeurtenissen in deze roman verbinden. Even later breken in de stad rellen uit omdat de aardappelprijzen zijn gestegen. Frieder belandt in de aardappeloproer omdat hij een paar piepers wilde gaan kopen. Hij wordt opgepakt en in de cel geworpen. Als hij er na acht maanden uitkomt, is hij klaar voor de revolutie, die dan ook spoedig uitbreekt.

Kordon is een knappe geschiedschrijver, hij weet veel historische informatie te geven zonder dat dit schoolmeester-achtig overkomt. Hij doceert goed en stopt de informatie vooral in de dialogen. In de discussies die steeds losbarsten, kan hij veel kwijt over het gedachtengoed van die tijd: “Er is altijd hoog en laag geweest. En waarom? Omdat God ons nu eenmaal zo heeft ingedeeld. Onruststoker! Niets is je heilig!”

“Een heleboel is me heilig, baas. Mijn vrouw, mijn kinderen, mijn vrienden en alle mensen die te lijden hebben onder dit onvrije versplinterde Duitsland.”

Kordon wil dat de lezer ook meevoelt. Dit doet hij door uitvoerig de ellende van het lompenproletariaat te schetsen. Hierdoor kan je goed begrijpen waarom de kleine luyden eigenlijk aan de revolutie begonnen. Als geëngageerd schrijver wil hij ook graag zijn verontwaardiging delen. Hier en daar laat hij zich teveel meeslepen door zijn sociaal realisme en krijgt zijn stijl iets potsierlijks: “Ook in de andere vertrekken: niets dan de vreselijkste armoede, niets dan vuiligheid, allemaal vreemde personages!”

Als bevlogen schrijver wil Kordon de lezers iets troostrijks meegeven. Net als de boeken van de trilogie, eindigt deze roman hoopvol. Jette en Frieder gaan in een lief huisje op het platteland wonen en staan op het punt om te trouwen. Vol vertrouwen zien zij de toekomst tegemoet. Zo weet Kordon de lezer na alle ellende toch met een mooi gevoel naar huis te sturen. Dit gevoel is echter ook wrang omdat je weet dat de bloedige geschiedenis van Duitsland de geliefden niet veel later zal inhalen.

Het verhaal van Jette en Frieder is zeer meeslepend en wordt op een indringende manier verteld. Bovendien is Kordons engagement en dat van zijn personages ontroerend en aanstekelijk. Je zou bijna zelf de straat opgaan. Het is alleen jammer dat de roman zo op de Trilogie der Wende lijkt. Als je die drie delen al hebt doorploegd, heeft dit boek te veel van een herhalingsoefening.

Bovendien hadden de vorige boeken het voordeel dat ze onze vaderlandse geschiedenis raakten. Wrede Nazi's spreken hier nu eenmaal meer tot de verbeelding dan wrede Pruisen. 1848 Zegt ons niet zoveel. Goed, wij hadden toen ook een grote omwenteling, maar die verliep typisch Hollands: kalm, netjes en binnenskamers. Niemand hoefde ervoor de deur uit, niemand raakte gewond.