De eerste flirt met jezelf; Spiegelexpositie in Londen

Op de tentoonstelling Mirror Image wordt de bezoeker terug geleid naar zijn kindertijd, naar de ontdekking van een tweede wereld. De schilder die gebruik maakt van het spiegelbeeld dwingt de kijker te kiezen tussen twee afbeeldingen.

Mirror Image, Jonathan Miller on Reflection, The National Gallery, Londen. Tot 13 dec, ma t/m za 10-18.00u, wo 10-20.00u, zo 12-18.00u. Het begeleidende boek 'On Reflection' van Jonathan Miller is uitgegeven door National Gallery Publications.

De Sainsbury-vleugel van de National Gallery in Londen is een museum apart. Dit najaar biedt het tot 13 december onderdak aan Mirror Image, samengesteld door Jonathan Miller, een 63-jarige arts, toneel- en operaregisseur met een grote belangstelling voor spiegels. Hij schreef een boek bij zijn expositie dat On Reflection heet. Dat boek is meer dan een catalogus. Het bevat twee hoogtepunten: hoe het kind zijn blikveld uitbreidt en hoe het zichzelf daarna in de spiegel ontdekt.

Eerst doet de blik van de moeder nog geen dienst als aanwijsstok. Pas later begint het kind haar ogen te volgen. Na achttien maanden heeft het de notie dat er ook op een voor hem onzichtbare plek iets kan gebeuren. Het probeert te zien waar de moeder naar kijkt, het kan niets bijzonders ontdekken en dan kijkt het ineens achterom, volgt de blikrichting van de moeder en ziet een wapperend gordijn dat een paar weken eerder nog onopgemerkt was gebleven. Volgens Miller ziet het kind zichzelf pas in de spiegel als het zich de omgeving achter zijn rug eigen heeft gemaakt.

Hij vermoedt dat het kind enkele dingen tegelijk ontdekt. Het herkent zichzelf,voelt het verschil tussen de huid, de kleren en het glas en het merkt dan ook nog dat het de kamer in de spiegel nooit kan binnengaan. Miller zwijgt er eerst over dat dit voor ´e´en keer misschien te veel is. Wie het in een paar minuten zou moeten ontdekken, wordt krankzinnig. Gelukkig zegt hij iets verder dat het over weken of maanden verspreid stapje voor stapje gebeurt.

Tot slot schenkt Miller het kind nog een andere ontdekking die minstens zo angstaanjagend lijkt. Het loopt naar de spiegel toe, doet een stap opzij en springt terug om te kijken wat er in het glas is veranderd. In zo'n onbewaakt ogenblik staat het kind even stil. Het kijkt om en daarna kijkt het weer in de spiegel. Nu weet het dat je alleen maar recht vooruit hoeft te kijken om te zien wat er achter je rug gebeurt.

Miller kon voor zijn expositie uit een grote schat putten, de verzameling van de National Gallery zelf. Welke doeken zou hij naar Sainsbury verplaatsen? Soms was het voorwerp goed zichtbaar, als op een schilderij van Vel´azques: Venus kijkt liggend in een met linten versierde spiegel die door Cupido wordt opgehouden. Maar was ook de vrouw die in een stroom een voetenbad neemt een kandidaat voor de komende expositie? Rembrandt schilderde haar met opgetrokken rok en op de ons gegunde voorstelling worden alleen haar onderbenen door het water weerkaatst.

Je merkt dat Miller met de samenstelling heeft geworsteld. Mirror Image heeft, verspreid over zeven zalen, liefst zestien onderafdelingen. Titels als 'Vanitas' en 'Zelfportret' spreken voor zich, maar door 'Virtuele oppervlaktes' en 'Een ander gezichtspunt' wordt niets meer begrensd. De ontdekking van een weerspiegeling wordt de bezoeker niet gegund. Op de meeste wanden hangt een moeilijk te vermijden gebruiksaanwijzing.

Zo steekt Miller voor wat door een kunstenaar is verhuld toch nog een vaandel uit. De kleine bolle spiegel tussen de Arnolfini-echtelieden uit 1454 van Jan van Eyck wordt van zoveel kanten bekeken en besproken dat de voornaamste charme teloor gaat. Van Eyck vond het juist aardig dat het spiegeltje er een beetje achteloos bij hangt. Schuchter laat het zien wie er in het weerspiegelde deel van het vertrek bij het echtpaar op bezoek komt.

Etalagepoppen

Als je On Reflection leest en de tentoonstelling een paar keer bezoekt begint er iets te veranderen. In het boek ontbreekt de al te educatieve toon. Miller komt steeds op het kind voor de spiegel terug. Ontdekt het daarin z'n eigen gezicht doordat ogen, mond, neus, lippen in de echte kamer niet als een stoel, een tafel of een ander van hem gescheiden ding zijn te vinden? Miller leidt je naar die eerste flirt met jezelf, naar een gebied dat doet denken aan een stad die je goed hebt gekend. Jaren ben je er niet geweest. In de Sainsbury-vleugel zie je er ineens weer losse beelden van.

Op een foto uit 1925 van de Fransman Eugene Atget zie je een etalage aan de Boulevard des Gobelins in Parijs. Er wordt herenmode verkocht. Enkele geklede etalagepoppen staan achter het glas, maar je ziet ook de straat en enkele voorbijgangers die in de winkelruit worden weerspiegeld. Je moet beslissen welke van de twee je wilt bekijken, de modepoppen of de straat. Vergelijk het met een receptie. schrijft Miller, waar je in staat bent het gesprek in je naaste omgeving te laten schieten voor een roddel iets verderop.

Op de zilveren kannen, schalen en ander serviesgoed uit de zeventiende eeuw is de weerspiegeling totaal. Bij Bieder Class gaan de olijven, oesters, broden en het andere voedsel op tafel zo volledig in een slanke koffiepot op dat het lijkt of dit gebruiksvoorwerp in 1627 alleen door zijn verbogen omgeving zichtbaar wordt gemaakt. Je moet kiezen tussen die twee, de koffiepot of de weerkaatsing van de gedekte tafel, als tussen de straat en de etalagepoppen van Atget.

Waarom ontroeren de voorstellingen met een voorwerp dat over zijn hele oppervlak iets weerspiegelt en verbuigt het meest? Een van Millers grote liefdes komt weer uit de National Gallery. Het is Bermejo's aartsengel uit 1468 die gekleed in een gouden harnas en met geheven zwaard de duivel overwint.Op het borststuk zie je de vage weerspiegeling van een stad, als je tenminste niet door het zwaard en de vertrapte duivel wordt afgeleid.

De aartsengel hangt in de buurt van een aantal meer vanzelfsprekende spiegelvoorstellingen. De Fransman Gustave Caillebotte schilderde in 1880 een man die met zijn handen in zijn zakken in en caf´e staat. Achter hem in de spiegel zie je wat zich in de rest van het caf´e afspeelt. Het is op Millers expositie niet de enige variant van het Arnolfini-portret. Op Las Meninas (een reproductie) uit 1646 van Diego Vel´azquez zie je achter de spelende kinderen het koninklijke echtpaar binnen een zwarte rechthoek. Is het een schilderij of worden ze weerkaatst? Er zit een veeg licht op de koning en de koningin en daarom houdt Miller het op een spiegel.

Je wandelt langs Narcisssus. Hij heeft niet in de gaten dat het gezicht in het water zijn spiegelbeeld is, school Da Vinci, 1490. Als je een chimpansee in slaap wiegt en een rode stip op zijn voorhoofd zet, merkt hij later in de spiegel dat er iets aan zijn kop is veranderd. In Duck Soup (1933) danst Chico het spiegelbeeld van Groucho: slaapmuts, nachthemden, snor, alles is zonder glas verdubbeld.

Hoe groots Narcissus, de apen en de Marx Brothers ook zijn, ze kunnen het vreemd genoeg niet van de terloopse reflecties winnen. Misschien komt het dat die nooit zo overvloedig zijn getoond. Op een stilleven uit 1630 van S´ebastien Stosskopf zie je naast een brok pat´e een broodmand met zes wijnglazen. Ze rusten tegen elkaar, je hoort de klank van de laatste botsing en je ziet de glimplekken die het glas werkelijk zichtbaar maken. Als je zo'n langwerpige plek met een vinger bedekt verdwijnt het glas in de donkere achtergrond.

Echtelijke ruzie

Op Mirror Image hangt een klein schilderij uit 1919 van Sir William Nicolson. Een ronde doos van zilver weerspiegelt een rode en een zwarte ketting en een paar blauwe handschoenen. Miller laat zien dat dat de zilveren weerschijn de rekwisieten werkelijk verlicht. In close up zien de drie dingen er dof uit. Even verder heeft F´elix Valloton in 1920 een open venster geschilderd. Het uitzicht op de bomen en heuvels legt hij in het glas vast. Bekijk je het raam afzonderlijk dan verdwijnt de weerspiegeling. Dan is het of je door het glas naar het werkelijke landschap kijkt.

Welke spiegelbeelden heeft Jonathan Miller in het hoofdgebouw moeten achterlaten? In de oostvleugel, meer dan honderd meter van Sainsbury, is in het midden van de achttiende eeuw een echtelijke ruzie uitgebroken. Een omgevallen stoel, een kapotte viool, een afgewend gezicht. William Hogarth laat een vrouw met van die weggedraaide benen hoogst geamuseerd toekijken. Ze houdt een make up-doos met binnenspiegel boven haar hoofd en daarin wordt een flard van haar witte muts weerkaatst.

Bij Hogarths tijdgenoot Jan van Huysum landt een vlinder op een trosje druiven met glimplekken en wie naar het water wil gaat naar Canaletto. In een paar zalen laat hij de lichtste weerspiegelingen en de donkerste schaduwen in het Canal Grande door elkaar heen bewegen.

Er hoeven geen namen meer te worden genoemd. In de zalen waaruit Miller putte kent de weerspiegeling ook na zijn keuze nog honderden gradaties. Twee handen worden verlengd in de glimmende kast van een spinet, een stoel verdubbelt zichzelf in een opgewreven vloer, een kroonluchter draait zich in de holte van een lepel om.

Het is of je de onnoemelijke gratie van de schilderkunst voor het eerst ondergaat. Meer nog dan in Sainsbury en misschien wel omdat in de andere vleugels van de National Gallery de nadrukkelijke titel Mirror Image ontbreekt krijgt de weerschijn, hoe vaag die soms ook mag zijn, iets onverbiddelijks. Wat nauwelijks gebeurt wordt ook nog verdubbeld. In een koperen schaal, op een lichtgevende satijnen jurk of op een lakschoen zie je steeds weer een deel van wat zich ergens anders voltrekt.

Jonathan Miller vermoedt naar aanleiding van een onderzoek uit 1977 dat het kind kort na de geboorte al een idee heeft van een gezicht. Het aanvaardt zelfs de schematische tekening ervan, maar dan moeten de ogen, neus en mond wel de goede plaats innemen. Het gezicht zou van het begin af aan al in het kind zijn verankerd. Later hoeft het alleen nog maar de daarbij passende beelden te zoeken.

Het klinkt mooi en toch gaat het voorbij aan de schutterige route die het kind, over maanden verspreid, naar de grote spiegel zal nemen. Op die weg wordt het door tientallen dingen weerspiegeld. De koffiepot, de vloer, het glas, het lage raam, de zilveren doos, het water, de lepel en alle andere doorzichtige of opgewreven dingen zijn in de National Gallery prologen van het volledige spiegelbeeld.