'Conflict Israel, Palestijnen versterkt fundamentalisme'

Israelische joodse en Arabische vrouwen maken zich zorgen dat het uitblijven van vrede het joodse en islamitische fundamentalisme in de kaart speelt.

MEGIDO, 9 OKT. Het is een eeuwenoude joodse traditie ten tijde van het Loofhuttenfeest in de loofhut gasten te ontvangen. Deze week zette Bat-Shalom, een door Israelische en Palestijnse vrouwen opgezette kleine vredesbeweging, een 'protest-loofhut' op in een veld nabij Megido. In de nabij gelegen met prikkeldraadhekken omgeven gevangenis worden nog steeds honderden Palestijnse gevangenen vastgehouden. Zeven kilometer westwaarts ligt de grote Arabische stad Umm al-Fahm. Landonteigening voor de bouw van een joodse stad leidde daar pas tot zeer gewelddadige botsingen tussen Arabieren die met stenen en molotovcocktails gooiden en Israelische grenspolitie.

Voordat in de 'protest-loofhut' het onderwerp van de 'greep van het fundamentalisme op ons dagelijks leven' werd aangesneden, demonstreerden een kleine honderd Arabische en joodse Israelische vrouwen van Bat Shalom gezamenlijk langs de naburige drukke verkeersader voor terugtrekking van het Israelische leger uit Zuid-Libanon. Een etmaal eerder waren daar weer twee Israelische soldaten bij een reeks bomaanslagen door de Libanese moslim-fundamentalistische beweging Hezbollah gedood.

In de 'protest-loofhut', die drie dagen blijft staan, hangen witte vredesduiven. Aan de wanden zijn vredesleuzen opgeprikt. Joodse en Arabische schoolkinderen ontvangen symbolisch de 'zeven vredeshelden'. Ze spelen de rol van Yasser Arafat, van premier Yitzhak Rabin, van koning Hussein en van de Egyptische president Anwar Sadat. Ook de Israelische premier Menahem Begin (vrede met Egypte) is erbij. “Ik ben sterk, ik ben groot, ik maak vrede”, is de tekst die uit de mond van een joodse scholier rolt die Begin speelt.

Vrede is van het allergrootste belang voor de status van joodse en Arabische vrouwen in Israel, luidt de stelling die de Arabische sociologe Mary Tutari en dr Amira Gelblom van de universiteit van Tel Aviv tijdens een door stroomstoringen onderbroken symposium in de loofhut ontvouwen. Mary Tutari maakt zich grote zorgen over de groeiende invloed van de Arabische Islamitische Beweging in Israel. In zes Arabische gemeenten waar deze beweging aan de macht is gekomen, is op de scholen de scheiding van meisjes van jongens al strikt ingevoerd. Ter illustratie van de groeiende macht van de Islamitische Beweging onder de bijna een miljoen Israelische Arabieren geeft ze aan dat deze beweging in zes jaar 160 moskeeën heeft weten te bouwen.

Tutari en Gelblom zien duidelijke overeenkomsten tussen de Islamitische Beweging onder de Israelische Arabieren en de aan politieke invloed winnende Israelische joods-fundamentalistische Shas-partij. Het verschil is dat de Islamitische Beweging niet wenst deel te nemen aan de nationale politiek terwijl Shas als een joods-Marokkaanse partij naar politieke invloed streeft om zijn uit snel uitdijende onafhankelijke schoolsysteem te kunnen financieren. Mary Tutari begon haar voordracht met het maken van een onderscheid tussen de Israelisch-Arabische fundamentalistische beweging en de Palestijnse fundamentalistische organisatie Hamas. De Israelische beweging erkent de staat Israel maar de Palestijnse organisatie vecht voor de vervanging van de staat Israel door een Palestijnse staat.

Alle fundamentalistische bewegingen bedreigen volgens de spreeksters de positie van de vrouw.

“Het fundamentalisme is antifeministisch” zegt Gelblom. “We worden door het fundamentalisme naar de keuken teruggedrongen. We zijn er om de man te dienen en vruchtbaar te zijn.” Een Israelisch-Palestijnse vrede is volgens beide spreeksters een absolute voorwaarde om de opmars van het fundamentalisme te stoppen en daarom een uitgesproken vrouwenbelang.

Mary Tutari waarschuwt het gehoor in de loofhut dat de Islamitische Beweging in Israel meer gemeen heeft met de Shas-partij dan met enige Arabische beweging. Zolang de Islamitische Beweging buiten de nationale politiek blijft en zich toelegt op de religieuze en sociale problematiek in de Arabische steden en dorpen heeft deze godsdienstige broederschap tussen beide fundamentalistische bewegingen geen politiek gewicht. Mocht sjeik Nimr Darwish, de leider van de Islamitische Beweging, van mening veranderen en wel de politiek ingaan, dan zal in de Israelische politiek daardoor de antifeministische tendens nog worden versterkt.

Voor Arabische vrouwen die in de Israelische samenleving in fabrieken, tijdens opleidingen tot verpleegsters en onderwijzeressen en aan de universiteiten buiten hun traditionele milieu konden emanciperen, begint de opmars van het fundamentalisme in hun dorpen en steden benauwend te worden. De groeiende invloed van het joods fundamentalisme in de Israelische samenleving leidt er steeds veelvuldiger toe dat rabbijnen weigeren bij ceremonieën te verschijnen waarin vrouwen een rol spelen. Boven de 'verlichting' die de zionistische revolutie heeft gebracht trekken zich volgens de bezorgde Israelische Arabische en joodse vrouwen donkere fundamentalistische wolken samen.