Colombiaan krijgt zes jaar cel wegens transport cocaïne

DEN HAAG, 9 OKT. De rechtbank in Den Haag heeft de Colombiaan A. Quiceno Botero, die volgens justitie een topman is van het Cali-drugskartel, gisteren veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf en een boete van 100.000 gulden.

Botero was volgens de rechtbank betrokken bij drie mislukte cocaïnetransporten begin jaren negentig naar Nederland. De rechtbank accepteert dat een 'kroongetuige' 25.000 gulden heeft ontvangen van het openbaar ministerie voor het afleggen van een belastende verklaring.

De bezwaren van de verdediging tegen de betaling aan de getuige in de zaak legde de rechtbank naast zich neer. Advocaat G. Spong sprak na afloop van “een dramatisch dieptepunt in de Nederlandse rechtspraak”. Officier van justitie G. Haverkate had acht jaar geëist. De straf viel lager uit, omdat het delict al jaren geleden is gepleegd.

De zaak spitste zich vooral toe op de vraag of de betaling van 25.000 gulden aan de Nederlandse getuige volgens de rechtbank toelaatbaar was. Het OM is van mening dat aan alle voorwaarden in een richtlijn 'afspraken met criminelen' is voldaan. “De getuigenis is noodzakelijk, de getuige heeft al een straf uitgezeten, het bedrag is relatief laag en er is op de getuige geen enkele druk uitgeoefend”, aldus officier van justitie Haverkate twee weken geleden.

In zijn pleidooi voerde advocaat Spong aan dat de integriteit van de rechtspraak in het geding zou zijn als justitie “lukraak getuigenverklaringen gaat kopen”. Volgens Spong is de getuigenis niet noodzakelijk en is de getuige niet vrij geweest naar waarheid te verklaren, omdat er een overeenkomst is gesloten dat hij voor de rechter hetzelfde zou zeggen als eerder tegen de politie. Bovendien sluit een wetsvoorstel over deals met criminelen - vermindering van straf in ruil voor getuigenis - de deal met deze getuige uit, omdat hij al een straf heeft uitgezeten. Volgens Spong had de rechter dit wetsvoorstel moeten afwachten.

De rechtbank vond het wetsvoorstel niet van toepassing; de definitieve tekst ervan staat nog niet vast. Ook de andere bezwaren van de verdediging legde de rechtbank naast zich neer. De regeling over tipgeld - waarop het OM de hoogte van het bedrag had gebaseerd - vond de rechtbank ook niet van belang. “De getuige kreeg het geld om veiligheidsmaatregelen voor zichzelf te treffen. Het was eigenlijk geen beloning en de hoogte van het bedrag is in verhouding met de verschafte informatie”, aldus de rechtbank. Dat de getuige ook zonder betaling een verklaring had willen afleggen, speelde voor de rechtbank een belangrijke rol.