Berichten uit de branche

Griffels Als opmaat voor de deze week begonnen Kinderboekenweek zijn vorig weekend de Gouden en Zilveren Griffels uitgereikt, de traditionele prijzen voor het best geschreven en het best geïllustreerde jeugdboek. De Gouden Griffel werd dit jaar gewonnen door Wim Hofman met Zwart als inkt, een nieuwe versie van het sprookje van Sneeuwwitje. De boekhandel is matig te spreken over de prijswinnende boeken. Ze zijn mooi, maar ze verkopen slecht.

Volgens de Bredase boekhandelaar Ineke van Nispen zijn de bekroonde boeken vooral oogstrelend voor volwassenen. “De boeken die bekroond worden zijn maar zelden de boeken die kinderen willen hebben. Vaak vragen ze in de winkel naar het bekroonde boek. Als je dan even met ze praat om te ontdekken om wat voor kind het gaat, gaan ze meestal met een ander boek de deur uit.” Een minder literair boek, meestal. Schoolbibliotheken kiezen ook steeds minder voor de Griffels, volgens Van Nispen. “Ze worden niet uitgeleend.” Bovendien belanden ze meestal na twee jaar in de uitverkoop, verzuchtte ze onlangs in Boekblad. D. Albering van de Groningse kinderboekhandel vindt ook dat de griffeljury's te ontoegankelijke boeken kiezen. “Het ministerie heeft deze week de bekroonde boeken cadeau gedaan aan een aantal groepen kinderen met leermoeilijkheden. Wij raden ze zelfs af voor goed lezende kinderen,” zegt hij. De boeken die sinds 1988 worden bekroond met de door kinderen toegekende publieksprijs van de CPNB vallen bij meer kinderen in de smaak, maar de griffels zijn veel bekender. Die worden als keurmerk gezien. Ouders kopen eenmaal per jaar een boek voor hun kind. Dat moet de gouden griffel zijn. Vervolgens haakt het kind na vijftien bladzijden af. Dat vinden de ouders zonde van het geld en dus kopen ze niets meer.”

Albering denkt dat de juryleden die de Griffels toekennen graag zo literair mogelijke boeken willen bekronen. “Ze zouden van hun pilaartje moeten afdalen en meer praten met boekhandelaren en leerkrachten.” Van Nispen vindt dat kinderen betrokken zouden moeten worden bij de toekenning van de Griffels. “Er zou een gecombineerde kinder-vakjury moeten zijn,” vindt ze. Directeur Henk Kraima van de CPNB voelt daar niets voor. “De discussie is oud. Ik geloof ook niet dat mensen blindelings een boek kopen, alleen omdat het bekroond is. De gouden griffels reiken we uit omdat we de kwaliteit willen bekronen. Daarvoor is een vakjury nodig. Je kunt van kinderen niet verwachten dat ze een boek in een breder perspectief plaatsen. Naast de Gouden Griffels en Penselen hebben we een publieksprijs. Daarin vertellen kinderen wat zij lekker vinden.”

Met de griffelboeken in de opruiming lijkt het intussen mee te vallen. Bij De Slegte in Amsterdam liggen slechts twee Zilveren Griffels op de schappen: De storm (1992) van Gaye Hicyilmaz en Toen onze Daniel doodging (1993) van Janni Howker.