Badmintontalent door geldproblemen in het nauw

Volgens bondscoach Martijn van Dooremalen is er weinig mis met het Nederlandse badminton. Niet iedereen deelt die mening.

DEN BOSCH, 9 OKT. Louis Coene lacht als hij tijdens het Open NK badminton in de Maaspoort in Den Bosch een anekdote vertelt. Coene, voormalig bestuurslid en jeugdcoach van de Nederlandse Badminton Bond (NBB) en vader van de in 1992 gestopte top-badmintonster Eline Coene, trainde jarenlang zijn dochter.

“Ik ging met Eline vaak naar een kloosterkapel toe. Daarin stond een groot plastic scherm. Eline moest achter dat scherm gaan staan, waarna ik haar tennisballen toegooide. Die moest ze, al springende, terugtikken naar mij. Door die oefeningen deed ze souplesse en sprongkracht op. Dat leerde ze niet op de wekelijkse bondstraining.”

Coene zorgde eind jaren zeventig samen met de Deen Steen Sörensen voor een cultuuromslag binnen de Nederlandse badmintonbond (NBB). Het vrijblijvende karakter verdween, badmintonners moesten kunnen presteren. Onder leiding van Coene en Sörensen werden er meer en kwalitatief betere bondstrainingen gehouden. Bovendien werd er een jeugdplan opgezet. Coene nam in 1985 afscheid van de NTB, maar volgt het badminton samen met zijn dochter, die jeugdtrainer bij de bond is, op de voet.

Het nieuwe beleid wierp zijn vruchten af. Zo haalden Eline Coene en Monique Hoogland en Jeroen van Dijk de Europese- of wereldtop. Louis Coene: “Jonge badmintonners kunnen tegenwoordig beschikken over uitstekende trainingsfaciliteiten en worden getraind door gekwalificeerde coaches. Vaders hoeven met hun dochters geen kloosterkapellen meer te bezoeken.”

Bondscoach Martijn van Dooremalen, al dertien jaar werkzaam voor de bond, concludeert dat het goed gaat met het Nederlandse badminton. “Jeroen van Dijk staat tiende op de wereldranglijst en met Dicky Paliama hebben we de regerend Europees jeugdkampioen in huis. De vrouwenploeg hoort bij de beste acht van de wereld. In de jaren zeventig stond Nederland veertigste op de wereldranglijst. Tegenwoordig nemen we een achtste plaats in. Dat zijn toch prima ontwikkelingen?” Van Doornemalen erkent echter ook dat “er wat problemen zijn”. Die liggen op bestuurlijk gebied. De badmintonbond, die werkt met een begroting van circa vier miljoen gulden, komt structureel geld tekort. Jonge badmintonners zonder sponsor kunnen om die reden niet frequent worden uitgezonden naar buitenlandse toernooien. Hun sportieve ontwikkeling loopt daardoor spaak.

Om meer geld te genereren startte de bond dit seizoen met de zogeheten topliga. De eredivisie-nieuwe-stijl heeft dinsdag als vaste speelavond. De NBB, die geen sponsor heeft, hoopt de competitie daardoor aantrekkelijk te maken voor de televisie, zodat uit die hoek meer inkomsten komen. “Maar goede trainers en veel geld gaan nu naar de topliga. Andere clubs komen daardoor in de problemen”, zegt Louis Coene. “De aanvoer van talent stagneert. Als er niets verandert, brengen we over tien jaar geen wereldtopper meer voort.”

Een ander probleem is dat het ledental van de badmintonbond sinds 1990 met liefst vijfentwintig procent teruggelopen is. De NBB telt nu ongeveer 75.000 leden. Toch deelt Van Dooremalen het pessimistische toekomstperspectief van Coene niet. “Elke sportbond heeft zo zijn problemen. Persoonlijk denk ik dat de NBB meer goede coaches zou moeten hebben. Ook zou de reistijd van badmintonners die naar centrale trainingen gaan, korter moeten zijn.” Coene: “Nu is er nog weinig aan de hand, maar op de langetermijn snijdt de bond zich lelijk in de vingers. Het topsportbeleid staat daarom serieus onder druk.”

Op het Open NK badminton in Den Bosch zijn nog vijf Nederlanders actief. Jeroen van Dijk bereikte de achtste finale van het enkelspel bij de mannen, terwijl Judith Meulendijks en Brenda Beenhakker de kwartfinale van het enkelspel bij de vrouwen haalden. Het vrouwendubbel Nicole van Heeren en Lotte Jonathans plaatste zich voor de tweede ronde.