Andy Warhol is één van ons; Het overrompelende contrast tussen Miková en New York

Als enige lid van zijn familie verwijderde de Roetheen Andy Warhola de a achter zijn achternaam. Niets herinnerde daarna nog aan zijn Europese afkomst. Op het platteland van Oost-Slowakije blijkt iedereen familie van de beroemde neef, maar zijn museum staat te verpieteren.

Werk van Andy Warhol is momenteel te zien op de tentoonstelling 'A factory; Andy Warhol'. Tot 10/1/99 in Kunstmuseum Wolfsburg, Porschestrasse 53, Wolfsburg. Geopend: di. 11-20 uur, wo. t/m zo. 11-18 uur, ma. dicht.

Varchola of Warchola? Ze lijken er in het dorpje Miková nooit echt goed uitgekomen. Ooit mochten de Roetheense voorvaderen van Andy Warhol hun namen allemaal met een cyrillische 'B' schrijven. Maar sindsdien is er veel gebeurd in het dorpje op de grens van het orthodoxe Oosten en het katholieke Westen. Het cyrillisch werd afgedankt en de Roethenen van Oost-Slowakije moesten hun namen in Latijns schrift schrijven. Sommigen kozen de V en anderen de W. Misschien omdat ze niet beter wisten, misschien omdat de V's zich beter voelden dan de W's, misschien omdat er ruzie was binnen de clan over een bruidsschat. Wie zal het zeggen.

Op de begraafplaats achter de orthodoxe kerk liggen ze allemaal vredig naast elkaar, de Varchola's en de Warchola's. Het hoge gras ruist zachtjes tussen enkele tientallen graven. De tuinvrouw heeft haar zeis even weggelegd en ligt behaaglijk opgekruld onder een appelboom. Ze doet een middagdutje in de herfstzon. Golvende heuvels, bossen, weilanden, de wijde omtrek hult zich in middagstilte.

In deze vergeten hoek van Europa ligt de geboortegrond van Júlia en Andrej Warhola (zoals ze zich later in de Verenigde Staten noemden), de ouders van de latere Pop Art-voorman Andy Warhol. Een enkel houten boerenhuis herinnert nog aan de tijd dat zijn ouders hier in armoede opgroeiden in grote boerengezinnen. Het contrast tussen het Roetheense dorpje en The Factory in New York, waar Andy Warhol in de jaren zestig en zeventig zijn psychedelische experimenten uitvoerde met beeldende kunst, muziek en mensen, is overrompelend.

Het emigrantenleven heeft de Warhola's (Andy haalde als enige in de jaren zestig de a van zijn achternaam) naar een andere planeet geslingerd. Daar ontwikkelde zich het gevoelige jongste kind (en moeders lieveling) tot de maker van mechanische creaties, waarbij de nadruk lag op het onpersoonlijke. De mens kon maar het beste een machine zijn en een machine had geen verleden. Zelfs Andy's afkomst werd onderdeel van zijn kunst. Op de vraag 'waar kom je vandaan?' was het antwoord steevast 'ik kom nergens vandaan'.

Het nergens van Warhol doet paradijselijk aan op deze herfstdag, maar de streek heeft andere tijden gekend. Al sinds ruim een eeuw trekt de bevolking hier weg voor oorlogsgeweld en armoede. De Roethenen, een van oorsprong Oekraïense stam, leven op het breukvlak van verschillende rijken. Ze zijn Habsburgse, Russische en Poolse onderdanen geweest. Nu zijn de Roethenen van Miková Slowaaks staatsburger. In hun streek zijn verwoestende oorlogen uitgevochten tussen de Russen en de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie (1914-1918) en tussen het Rode Leger en Hitler-Duitsland.

Boerenwagen

Andy's moeder Juliá vertrok in 1921, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog waarbij ze haar eerste kind had verloren. Ze ging met de boerenwagen van Miková naar Medzilaborce, twintig kilometer verderop in het dal. Daar lag het spoor dat haar, over de bergen, uiteindelijk naar de Poolse noordkust zou voeren. Júlia's echtgenoot Andrej was al in de Verenigde Staten, zuster Eva reisde mee tot de Poolse havenstad Gdansk. Daar stapte Júlia op de boot. De zusters zouden elkaar in 1956 weer terugzien.

De Warhola's vestigden zich in Pittsburg en Júlia kreeg drie kinderen: John, Paul en Andy. Vooral de kleine Andy, die in 1928 geboren werd, had haar speciale aandacht. Andy mocht van zijn moeder net zo veel tekenen en fotograferen als hij wilde. In Miková kwamen brieven aan met foto's en tekeningetjes van de jongste. 'Dit ben ik met mijn oude kater. We zijn allebei heel oud en lelijk. Andy heeft ons zo stout gefotografeerd dat je zult lachen, lieve zuster. Zusje, hij heeft ons er echt heel erg opgezet.' Foto's van Júlia met de kat en van de jongens Warhola. Vader Warhola komt in het verhaal niet meer voor.

De foto's hangen nu in het enige echte Andy Warhol Familie Museum voor Moderne Kunst in Medzilaborce, het provincieplaatsje waar Júlia in 1921 van de boerenwagen op de trein stapte. Familiefoto's, officiële documenten, Andy's doopjurk, een oude taperecorder van Andy en een grammofoonplaat waarop Júlia zingt en spreekt in het plaatselijke Roetheense dialect. Echo's uit een ver verleden. Opnieuw grote contrasten. Niet alleen met de mechanische Pop art, maar ook met het treurige bestaan van het hedendaagse Medzilaborce, een verkrampt stadje langs het spoor waar een paar duizend bewoners samengepropt zitten in laagbouwflats.

Michal Bycko mag er geen les meer geven op de plaatselijke kunstnijverheidschool. Hij was de muziekles begonnen met Pink Floyd en had zijn leerlingen vrij had laten tekenen. De communistische potentaten van de gemeente, die tegenwoordig onderdak vinden in de Beweging voor een Democratisch Slowakije, de partij van de vertrekkend premier Me(hacek)ciar, moeten niets hebben van de hippie-achtige intellectuelen rond het museum. 'Die trekken alleen maar drugs en homoseksuelen aan.' Bycko leidt bij het museum een soort schemerbestaan. De burgemeester van de stad is zijn aartsvijand en hij mag geen directeur worden. In zijn plaats is iemand benoemd die in de gaten moet houden dat de zaken met het museum niet uit de hand lopen. Of dat het, in de ogen van de burgemeester, geen decadente bende wordt.

Maar Bycko is wel de grote motor achter alle activiteiten van het museum. Op een doorgezakte stoel in zijn werkkamer schetst de culturele opbouwwerker van Medzilaborce zijn plannen voor het jaar tweeduizend. Hij wil de eeuw van Andy Warhol afsluiten met een grote happening. Kunstenaars uit Slowakije en Polen moeten nog één keer de weg afleggen van Miková naar Gdansk. Ze zullen kratten met blikjes Campbell's soep met zich meedragen. Bycko is er nog niet helemaal uit wat er in de blikjes moet zitten: water uit Miková of gewoon lucht. De meeste worden onderweg uitgedeeld. Overal zullen optredens zijn van plaatselijk bands die zich verwant voelen met de muziek van The Velvet Underground, de band rond Lou Reed en John Cale die onder auspiciën van Warhol werd geformeerd.

Een echte happening dus, van Miková tot Gdansk. Daar zal een kist met blikjes en andere Warhol-relikwieën demonstratief op de boot naar Amerika worden gezet. En dan? “Dan is het de vraag of iemand in Pittsburg de kist komt afhalen. Dat weten we niet. Wordt het wat of wordt het niets? Dat is symbolisch voor het lot van alle emigranten die naar Amerika gaan.” Op papier heeft Bycko zijn 'grande finale van de eeuw' al rond, maar de financiën laten nog te wensen over. De happening gaat minstens zestigduizend gulden kosten en op veel steun van de overheid hoeft hij voorlopig niet te rekenen. Van sponsors verwacht hij ook niet veel. “Die geven hier alleen aan voetbal en aan schoonheidswedstrijden.”

Partijbaas

Bycko's museum leidt een noodlijdend bestaan. Het is ondergebracht in een lelijk wit gebouw dat midden jaren tachtig werd neergezet als regionaal cultureel centrum. Het megalomane project van een plaatselijke communistische partijbaas moest het treurige provinciestadje groots cachet geven.

Als hij langer had geleefd had Warhol misschien belangstelling getoond voor zijn Roetheense wortels. In ieder geval was hij nieuwsgierig naar de geboortegrond van zijn voorvaderen. Toen zijn broer John midden jaren tachtig plannen begon te maken om het oude land op te zoeken, vroeg Andy hem zo veel mogelijk foto's te maken. 'Snaps' van het land van Júlia, zijn moeder, die hem had grootgebracht met Roetheense kinderliedjes en in het geloof van Uniaten (een Grieks-orthodoxe kerk, met een Slavische liturgie, onder gezag van de paus in Rome) dat de Roethenen sinds 1596 belijden. Een wereld van gouden ikonen en bidprentjes.

Maar Andy Warhol overleed op 22 februari 1987, een half jaar voordat zijn broer John als eerste een bezoek zou brengen aan de ouderlijke geboortegrond. In de ogen van de Warchola's en Varchola's van Miková leek John's bezoek aanvankelijk niet bijzonder. Iedereen in de streek had wel familie in Amerika en er werd af en toe gereisd, ook al was dat met het IJzeren Gordijn niet makkelijk. Tante Eva had in 1956 nog Amerika bezocht.

Wat tot de Warchola's en Varchola's van Miková nog niet was doorgedrongen was dat neef Andy wereldberoemd was geworden met zeefdrukken van Marilyn Monroe en Jackie Kennedy. John kwam vertellen dat het kleine Miková een illustere zoon had en legde de boerenbevolking uit wat Pop Art was. Hij liet ze Campbell's soep proeven - waar ze volgens de overlevering niet erg van onder de indruk waren - en besloot zijn wereldberoemde broer en zijn ouders te eren met een eigen museum in het naburige provinciestadje.

Twee jaar lang gebeurde er weinig omdat de gemeenteraad van Medzilaborce niet erg warm liep voor John's plannen. De communisten moesten niets hebben van dat malle gedoe uit Amerika. Maar in 1989 voltrok zich de Fluwelen revolutie: in Tsjechoslowakije kwam de verbeelding aan de macht. Tijdens de jaren van het communisme hadden onofficiële kunstenaars in Praag en Bratislava de grootste moeite gedaan om hun isolement te breken. Met minimale mogelijkheden probeerden ze te volgen wat er gebeurde op kunstgebied in de wereld, en vooral in Amerika. De Pop Art van streekgenoot Andy Warhol in The Factory in New York had een magisch effect op hen gehad. Zodra het kon, schreven de Tsjechoslowaakse intellectuelen een petitie. Ze eisten een eigen Andy Warhol Museum.

Op 1 september 1991 was het zover. Václav Havel, de toneelschrijver, was president geworden en het communistische culturele centrum van Medzilaborce werd met overheidssteun omgetoverd tot een Andy Warhol Museum. De Amerikaanse Andy Warhol Foundation, geleid door John Warhola, schonk 42 werken. Familie en vrienden stonden persoonlijke aandenkens af. Leden van The Factory als Ultra Violet en andere Warhol-adepten maakten eigen werken voor het museum, dat inmiddels duizenden bezoekers uit het buitenland trok. De eerste jaren lieten een bonte reeks van happenings en workshops zien. Bycko zag een droom in vervulling gaan.

Reclamezuil

Maar in 1993 was het uit met de pret. Slowakije maakte zich los van Tsjechië en ging onder leiding van Vladimir Meciar zijn eigen weg. Al snel zaten de communisten van Medzilaborce op hun oude posten. Samen met een groepje medestanders voert Michal Bycko al vijf jaar lang strijd voor behoud van het museum.

Voor het gebouw staan twee levensgrote blikken Campbell's soep langzaam weg te roesten. Ze worden bijna aan het zicht onttrokken door een enorme reclamezuil met verkiezingsposters. Hier wordt niets onderhouden. De trappen naar het gebouw zijn levensgevaarlijk. Het asfalt in de traptreden is weggesmolten, de ijzeren wapening van het beton steekt roestig in de lucht.

Binnen hangen enkele tientallen zeefdrukken in een veel te grote zaal. Het zijn afbeeldingen van een rode Lenin, een hamer en sikkel, een elektrische stoel, Billy Holliday. Werken uit de begintijd van de Pop Art en werken uit de latere jaren. Eén hele muur wordt in beslag genomen door een afdruk van Warhol's handtekening. Een andere door een lange rij foto's van de artiest tegen een achtergrond van soepblikjes.

's Winters is het hier koud en vochtig, dan krult het papier achter glas. Financieel kan het museum nauwelijks rond komen. De gemeente eist een forse huur voor het gebruik van het gebouw. Het Andy Warhol Museum voor Moderne Kunst probeert daarom wat geld bij te verdienen met de verkoop van eenvoudige landschapjes en kristallen vaasjes.

Toch zijn de Roethenen van Oost-Slowakije apetrots op hun vermaarde Amerikaanse verwant. Desgevraagd blijkt iedereen familie te zijn. Twee schaapsherders onderweg van Medzilaborce naar Miková weten haarfijn uit te leggen dat Warhol een Roetheen was. Wat hij deed kan ze niets schelen. Het beruchte museum hebben ze nog nooit van binnen gezien. Wat telt is dat Warhol 'één van ons' was.

Nicht Helena vindt het werk van haar vermaarde neef wel prachtig. Ze is een van de laatste echte Warhola's in Miková. Een gezellige, gastvrije vrouw van in de vijftig. Ze heeft allerlei familiefoto's aan het museum geschonken en onderhoudt regelmatig contact met Andy's broers in Amerika, die gelukkig nog Roetheens spreken want anders zou de communicatie wel erg moeilijk worden. Helena geeft hoog op van de artistieke fratsen van haar Amerikaanse neven. Zij is ook een groot fan van de werken van John, die geverfde kippenpoten over het doek laat lopen en Paul, die meer in de stijl van Andy werkt.

De Warhola's zijn kunstenaars, vertelt Helena. Tante Júlia, Andy's moeder, kon goed tekenen en haar eigen dochter kan er ook wat van. Ze wil graag verder studeren in Amerika. Maar dat lukt niet erg. Ze krijgt geen visum, ook niet als de Amerikaanse Warhola's zich garant stellen. De Amerikaanse autoriteiten zijn bang dat ze niet meer terug gaat. Het is nog altijd moeilijk wegkomen uit Oost-Slowakije.

Helena is een eenvoudige, religieuze vrouw. Ze is blij dat de Amerikaanse tak geld heeft gegeven voor de restauratie van de Grieks-orthodoxe kerk tegenover haar huis. Pop Art en religie lopen in haar bestaan dwars door elkaar, ze verwijzen beide naar een andere, betere wereld. Als Helena haar bezoek uitgeleide doet, gaat ze snel nog even terug naar binnen. Ze komt terug met een foto waarop haar beroemde neef staat afgebeeld met wijd uitstaand wit haar. Een bidplaatje voor onderweg.