Als het maar niet erotisch wordt; Guy Cassiers ontleedt 'De sleutel' van Tanizaki

Het Ro Theater speelt een bewerking van 'De sleutel' van de Japanse schrijver Junichiro Tanizaki, maar kimono's komen er niet aan te pas. Regisseur Guy Cassiers kiest voor videocamera's en neonbuizen.

'De sleutel' door het Ro Theater, naar de gelijknamige roman van Junichiro Tanizaki. Vert. M. Coutinho. Uitg. Meulenhoff (uitverkocht). Regie: Guy Cassiers. Spelers: Joop Keesmaat en Catherine ten Bruggencate. Première 10/10 Rotterdamse Schouwburg. Te zien t/m 24/10 aldaar. Res.: 010-4118110. De film 'Kagi' van Kon Ichikawa is zondag 11/10, 19.30u, te zien in het Filmmuseum Amsterdam.

Ondanks een huwelijk van twintig jaar heeft een man zijn echtgenote nooit naakt gezien. Niets wist hij van het patroon van haar voetzolen of zelfs van de golving van haar loshangende, zwarte haar dat ze immers overdag altijd opgebonden droeg. Hun liefde speelde zich af in het duister. Om haar te prikkelen houdt hij een geheim dagboek bij.

Hij schrijft: “In ons huwelijksleven was het mij slechts veroorloofd, haar lichaam in het donker te betasten, maar als ik daar nu over nadenk, spijt mij dat niet. Het is integendeel mijn geluk geweest. Een man wie het is vergund na twintig jaar samenleven zo te worden verrast door de aantrekkelijkheden van zijn vrouw, begint als het ware aan een nieuw huwelijk. Ik ben nu in staat mijn vrouw te beminnen met verdubbelde hartstocht en meer dan ooit tevoren... Wat voor mij een opwekkend middel is, mag voor haar geen verleiding worden.”

Zijn vrouw, op haar beurt, schrijft in haar intiem dagboek: “Om hem niet voortdurend te moeten zien probeer ik dan meestal het lampje op het nachtkastje uit te maken, maar mijn man houdt juist van licht bij die gelegenheden. Hij probeert dan mijn lichaam in alle bijzonderheden nauwkeurig te bekijken.” Want kijken naar haar, dat wil hij na al die jaren.

Uit de dagboeken die man en vrouw bijhouden is de roman De sleutel uit 1955 van de Japanse auteur Junichiro Tanizaki (1886-1965) opgebouwd; beurtelings zijn ze aan het woord, nu de man en dan zij weer. Het is een wonderlijke erotische roman. Nergens een onvertogen woord, hooguit een verwijzing naar dij of borst, benen of overgave. Ik moest denken aan een even verhuld erotisch boek als Goethe's Die Wahlverwandschaften (Natuurlijke verwantschap) of een toneelstuk als De minnaar van Harold Pinter: hartstocht die de man ontleent aan het moedwillig tot overspel brengen van de geliefde vrouw, al of niet gefingeerd.

De vrouw in De sleutel volgt gewillig de Japanse tradities. In alles dient een echtgenote nederig te zijn en gehoorzaam aan de wensen van de man. Haar bed is een stille wijkplaats van gedoofde lichten, beladen met kussens, afgeschermd door gordijnen. Er heersen donkerte en schaduw. Het opwekkende middel van De sleutel is kijken: het kijken van de man naar het naakte lichaam van zijn vrouw. Dat kan alleen bij licht. Zij mag zich niet bewust zijn van dat intens en vol begeerte bekeken worden. Daarom voert hij haar dronken met cognac, zodat ze bewusteloos in slaap valt. Haar ondergeschiktheid is voor de man de ultieme prikkeling. Het omgekeerde geldt even sterk: haar aan slaafsheid grenzende houding geeft haar de vrijbrief onbeperkt van de lichamelijke liefde te genieten. Ze levert zich zelfs uit aan een andere man, als dat de begeerte van haar echtgenoot doet opvlammen.

Tanizaki's proza verbergt de sensuele bezetenheid onder laconiek, beschrijvend proza dat uitmunt in precisie. Geen wonder dat genres als film en theater zich tot het boek voelden aangetrokken. In 1959 maakte de Japanse filmregisseur Kon Ichikawa een verfilming, naar de oorspronkelijke titel Kagi geheten, in het Engels vertaald als Odd Obsession. De Vlaamse regisseur Guy Cassiers kent deze film niet. Dus door niets gehinderd, met de tekst als begin, ensceneert hij deze maand voor het Rotterdamse gezelschap het Ro Theater zijn visie op De sleutel.

Videobeelden

Wanneer ik uit het felle daglicht de zaal betreed waarin wordt gerepeteerd, waan ik me in een hels labyrint van technische toverij, geluidssensaties, golvende videobeelden tegen de achterwand, mechanisch versterkte stemmen, camera's en monitoren - en ergens verdoold daartussenin de twee acteurs, man en vrouw, Joop Keesmaat en Catherine ten Bruggencate. Van enige Japanse entourage geen spoor. Niks kimono's. Keesmaat heeft zijn bovenlichaam ontbloot en Ten Bruggencate draagt een zwarte wijde broek met daarop een zwart hes. Heel anders dan Odd Obsession, die een puntgaaf verzorgde Japanse entourage laat zien.

Had ik vantevoren de film niet moeten zien en die oosterse werkelijkheid niet zo moeten indrinken? Mijn vrees blijkt ongegrond. Ik moet, evenals de personages, de sleutel zien te vinden tot Cassiers donkere, vernuftige en vaak abstracte wereld. Waarom bijvoorbeeld toont een levensgroot scherm ineens alleen een voet plus schoen van Ten Bruggencate? En waarom filmt een kleine, nauwelijks zichtbare camera Keesmaat van opzij? Het toestel staat op een hevig trillend statiefje, dus het gezicht van de acteur beeft.

De man in de roman is oud en ziek, zijn bloeddruk alarmerend hoog. Dat beven is het symptoom van zijn ziekte. Vandaar deze vorm. Guy Cassiers is geobsedeerd door waarnemen en toeschouwen, door het kijken uit verschillende perspectieven waardoor telkens andere visies ontstaan. Dat deed hij al eerder, zoals in Angels in America. Nu zet hij deze gedachtengang in het extreme voort, in zijn tovenaarsleerling-laboratorium geholpen door twaalf camera's en tien monitoren.

Zijn grootste zorg is de voorstelling vooral niét erotisch te spelen. Achter zijn regietafel, aangebracht in het midden van de zaal, veert hij keer op keer op, schiet langs de rugleuningen van de stoelen en klimt via een aluminium huishoudtrap het podium op. “Joop”, zegt hij dan, “momentje, houd de tekst onpersoonlijk, alsof het jou niet werkelijk aangaat. Laat je niet meeslepen door een draaikolk van emoties, want vergeet niet: jij haalt het erotische experiment met de dagboeken en dus met je vrouw uit. Jij moet heersen over je gevoelens. Voilá.”

En inderdaad. Meteen hierop verandert Keesmaat zijn stem. Prachtig koel en met distantie volgt de intrigerende claus: “Toch oefenden haar fijne, ingehouden en onnadrukkelijke lichaamsvormen en de zachte, gebogen lijnen van haar benen op mij een buitengewoon zinnelijke aantrekkingskracht uit. Deze raadselachtige bekoring komt niet tot haar recht zolang zij een kimono draagt.”

Het dagboek als prikkeling. De man hoopt dat zijn vrouw Ikuko tijdens zijn afwezigheid stiekem het laatje waarin het dagboek verborgen ligt opent en dat zij zal lezen wat hem zo diep beroert. Zij verwacht heimelijk dat haar man hetzelfde doet. Op die lade past een stiekeme sleutel, die dan eens achter een vaas met een narcis erin is weggeborgen of verstopt ligt onder het vloerkleed. Zogenaamd onvindbaar natuurlijk.Niets is sensueler dan bedachte verlangens ten uitvoer te brengen.

Hoogste lust

Het boek begint op nieuwjaarsdag. De man wordt zesenvijftig, zijn vrouw is twintig jaar jonger. Hij leeft in de beklemmende angst dat hij krachteloos wordt en dat zijn energie niet is opgewassen tegen de onmatige begeerte van zijn vrouw. Zij schrijft: “Hij schijnt zoals altijd de hoogste lust te hebben bereikt; ik was zoals altijd onbevredigd. Mijn hartstocht is niet fel en vurig oplichtend, ik ken geen rode vlammen, maar een langdurig blauwachtig vuur.”

In het Japan van de jaren vijftig waarin deze roman zich afspeelt, werd de Amerikaanse Polaroid-camera geïntroduceerd. De man krijgt een prachtig, nieuw wapen in handen om zijn doel te verwezenlijken. Hij fotografeert haar als ze, buiten bewustzijn, naakt op haar rug ligt, naakt op haar buik. Nu is hij alle grenzen voorbij. Hij spreidt haar benen.

In zijn dagboek plakt hij de foto's, eronder staat: “Dan zal mijn vrouw ze beslist zien en de schoonheid van haar lichaam, waarvan zij zelf nog niets weet, constateren en blij verrast zijn. Zij zal dan begrijpen waarom ik ernaar verlang haar naakte lichaam te bekijken. Ze zal mijn verlangens inwilligen, ja, ik geloof zelfs dat zij diep ontroerd zal zijn.”

In De sleutel gaan angst voor verwelkte hartstocht en voyeurisme een demonisch verbond met elkaar aan. Een half jaar na de eerste entree in het dagboek sterft de man. De dood heeft hem, verslaafde aan de fysieke liefde, de hand gereikt. Het verlangen tot kijken werd hem noodlottig. En alsof het voyeurisme niet genoeg is, pleegt de vrouw overspel. Hele middagen is ze weg. Dat is goed, het wakkert de begeerte van de man weer aan. Niet alleen het dagboek werkt als lust opwekkend middel, ook jaloezie. Catherine ten Bruggencate verbeeldt deze neiging door aardbeien met slagroomtoefjes uit de delen aan de twee saxofonisten aan weerskanten van het podium, die de uitvoering begeleiden.

De ene muzikant gaat gretig in op Ten Bruggencate's dartele aanbod. Cassiers, onvermoeibaar en vrolijk rennend het trappetje op: “Nee, nee, negeer haar, doe alsof ze er niet is, speel verder, want de ontkenning van haar aanwezigheid is ook erotiek. Net zoals het doppen van boontjes erotisch kan zijn.” Het werkt: Ten Bruggencate staat daar met haar aandoenlijke doosje aardbeien alleen op het podium, alsof haar gevende liefde een vergeefse is.

“Het dagboek als verleidingskunst”, zo verwoordt Guy Cassiers zijn opvattingen voor de regie. “Ik ben geboeid door het uit verschillende hoeken bekijken van de werkelijkheid. De man en de vrouw kijken naar elkaar via het dagboek, en daardoor verandert hun optiek. Hij weet niet dat zij hem leest, en al lezende en schrijvende waant zij zich onbespied. Gedurende de fotosessies bijvoorbeeld, die van een ongekende en schaamteloze intimiteit zijn, is hij ervan overtuigd dat zij niet bij bewustzijn is. Zijzelf noteert echter dat ze zich herinnert dat er felle lichtflitsen in de kamer waren.

Borstkas

Voor Cassiers schilderen de twee personages het mozaïek van hun lust en schaamte. Geen van hen kan die blinde kracht terugdraaien, ze zijn overgeleverd aan elkaar en elkaars fantasieën. “Voyeurisme is bijna synoniem met het woord camera”, zegt Cassiers, “en daarom ook heb ik die camera's nodig, de meeste ervan zijn verborgen. Ineens ziet de toeschouwer op de achterwand een blote voet geprojecteerd, of de wild kloppende borstkas van Joop Keesmaat waarop zijn bril ligt. Ik ben ervan overtuigd dat die camera's en videobeelden de innerlijke wereld van de personages nauwgezet en dramatisch weergeven. Wij tonen fragmenten - en daarin schuilt veel zeggingskracht, ook op zo'n groot podium van de Rotterdamse Schouwburg. Ik verleid op mijn beurt de toeschouwers met De sleutel als een sensatie van wanhopige erotiek.”

Diezelfde toeschouwer moet een voorstelling van Cassiers decoderen. Vantevoren stond er niets vast, er was geen maquette. Decorontwerper Marc Warning en videokunstenaar Walter Verdin begonnen met de spelers en regisseur tegelijkertijd te werken. Ze beseften dat er op de voorstelling slechts een sleutel past: die van de verschietende optiek. Zo symboliseren de likjes slagroom die de vrouw uitdeelt haar verlangen zoet begeerd te worden. Het pulserende ritme van de camerabeelden van de borst van Keesmaat suggereert een hart, dat over zijn toeren draait.

Maar verliest de erotiek het niet van zoveel techniek? Het toneelbeeld doet vooral denken aan een laboratorium. Cassiers ziet het anders: “Ik geef geen realistisch verhaal, want De sleutel is allesbehalve een realistische roman. Het gaat om de onzichtbare wereld achter de werkelijke, en dan blijkt dat die onzichtbare veel realistischer is. In de Japanse cultuur speelt donkerte, de schaduw, een beslissende rol. Voor de vrouw zijn duisternis en liefde met elkaar verbonden; voor de man moet het volop licht zijn. Hij heeft het licht nodig voor zijn voyeurisme, zij het duister om aan zijn blik te ontkomen. Wat hen bindt, is die erotiek maar hun weg erheen is verschillend. De voorstelling zal dan ook geleidelijk zeer donker worden, bijna zwart. Zij is immers niet doodgegaan aan het slot van het boek.”

Dat laatste is in de film anders: iedereen gaat daarin dood, man en vrouw en de jaloers makende rivaal. Zo ver wil Cassiers niet gaan: iedereen dood is een te onverbiddelijke bezegeling. De sleutel is juist zo'n prachtig boek met een open einde. Lees maar eens tot welk inzicht de vrouw aan het slot komt, wanneer ze na de dood van haar man de beide dagboeken naast elkaar legt: “Daarom is het voldoende als ik zijn en mijn woorden met elkaar vergelijk en ze hier en daar aanvul om enigszins duidelijk te maken hoe ieder van ons tweeën de ander liefhad, hoe wij ons aan elkaar overgaven, elkaar bedrogen, elkaar vallen zetten, totdat de een door de ander te gronde gericht was.”

Bij Cassiers eindigt alles in een contour van helwit licht, gevat in een diepzwarte achtergrond. Joop Keesmaat ligt op de grond. Tijdens haar slotmonoloog legt Catherine ten Bruggencate korte buizen neon naast zijn hoofd, armen, heupen, benen. Een camera filmt het alles. Dan zwenkt die omhoog en zien we het geheel: de krijtwitte omlijsting van een man op de grond. Alsof hij verongelukt is.