Winst grote bedrijven vorig jaar naar record

DEN HAAG, 8 OKT. In 1997 hebben de grote Nederlandse ondernemingen volgens onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek samen een nettowinst behaald van 71,7 miljard gulden. Dat is bijna anderhalf maal zoveel als in 1996 (49 miljard gulden) en een record.

Uit de telling van het CBS bij 2.484 bedrijven blijkt dat de groei optrad in alle bedrijfstakken, met name in de metaal, de machinebouw en elektrotechnische industrie en in de voedingsector. Financiële instellingen zijn in het onderzoek niet meegenomen.

Niet alle ondernemingen boekten winst. Driehonderd grote ondernemingen (één op de acht) sloot het boekjaar 1997 af met verlies. Hun gezamenlijk verlies bedraagt 3,5 miljard gulden. In 1996 zaten nog 379 bedrijven in de rode cijfers met een gezamenlijk verlies van 4,1 miljard gulden.

In 1997 deelden wel alle bedrijfstakken in de winstgroei. In de chemie en delfstoffenwinning steeg de winst relatief bescheiden, met 0,8 miljard gulden (+ 4 procent) tot 19,8 miljard. Bij de detailhandel, reparatie en horeca namen de winsten samen toe met ruim 1,9 miljard gulden (+ 63 procent) tot 5 miljard.

Zeer fors groeide de winst van de metaal, machine- en elektrotechnische industrie: + 7,2 miljard tot 9 miljard gulden. Koploper in absolute cijfers is de voedingsmiddelensector met een winstsprong van 8,7 miljard tot 15,8 miljard gulden. De uitkomsten in deze twee bedrijfstakken zijn sterk beïnvloed door een extre groei bij enkele ondernemingen. Zonder deze uitschieters zou het nettoresultaat van alle ondernemingen samen zijn gestegen met 18 procent in plaats van 46 procent.

In procenten van het eigen vermogen steeg de gezamenlijke winst van de Nederlandse ondernemingen van 16,6 procent in 1996 naar 21,3 procent vorig jaar. De rentabiliteit verschilt per bedrijfstak behoorlijk. Het vervoer nam met een rentabiliteit van 11,1 procent een bescheiden positie in, de voedingsmiddelensector scoorde zeer hoog met 36,9 procent.

In twee bedrijfstakken daalde de rentabiliteit ten opzichte van 1996: de chemie en delfstoffenwinning (van 25,3 naar 23,6 procent) en de nutsbedrijven (van 13,6 naar 13,2 procent).