Wetgeving Oostenrijkse mijnbouw achterhaald

Sinds de mijnramp in het Oostenrijkse Lassing, waarbij tien mijnwerkers om het leven kwamen, is de kritiek op de verantwoordelijke autoriteiten steeds sterker geworden. Vooral de minister van Economische Zaken staat onder druk.

WENEN, 8 OKT. Wat zijn de oorzaken van de mijnramp die op 17 juli in Lassing (Stiermarken) plaatshad en wie is verantwoordelijk voor de dood van tien kompels? Na bijna drie maanden van verwoede publieke discussie is vandaag een commissie van Franse en Duitse deskundigen begonnen met een onderzoek naar de geologische omstandigheden en de exploitatiemethoden van de Naintsch Mineralwerke GmbH in Lassing.

Justitie is op de dag van de ramp al op zoek gegaan naar de verantwoordelijken en de minister, Nikolaus Michalek, zal morgen in het parlement tussentijds verslag uit brengen. Daardoor zou minister van Economische Zaken, Johannes Farnleitner, nog verder onder druk kunnen komen te staan. Sinds hij vorige week bekend moest maken dat onder het toeziend oog van zijn ambtenaren in de mijn ook illegaal talk werd afgegraven eist de oppositie eensgezind het aftreden van de conservatieve minister.

“De wetgeving is, ondanks een hervorming in 1975, in wezen negentiende eeuws. Alle macht ligt bij de autoriteiten en die laten altijd economische overwegingen het zwaarst wegen. De omwonenden hebben niet eens recht op inspraak!” aldus kamerlid Thomas Barmüller van het Liberale Forum (LIF). De bergautoriteiten, die onder economische zaken ressorteren, gaven aan de controle die ze moesten uitoefenen een eigen invulling. Zo verklaarde Alfred Zechlin, de tweede man van de Bezirkshauptmannschaft, nooit wat gemerkt te hebben van de illegale ontginningen: “De bedrijfsleiding heeft ons verzekerd, dat op die plek niet meer gegraven werd. Waarom hadden wij daaraan moeten twijfelen?” De vader van een van de ingesloten mannen reageerde daarop cynisch: “Wij vermoedden altijd al dat ze alleen maar voor de lunch kwamen.”

De nauwe banden tussen ambtenaren en de bedrijfsleiding, die allen aan de Montan-Universiteit in Leoben hebben gestudeerd, leidden er ook toe dat bezoeken van ambtenaren altijd werden aangekondigd. “De bedrijfsleiding wist altijd wanneer de ambtenaren zouden komen. Wij werden dan aangewezen om de helmen niet af te zetten en voorzichtig met de baggervoertuigen te rijden zodat de heren geen spetters op hun jassen zouden krijgen. En sommige peilers (de horizontale gangen) werden dan dichtgemaakt”, aldus Georg Hainzl, de man die tien dagen in de mijn was opgesloten voor hij werd geborgen.

Ondanks alle kritiek op de bergautoriteiten vertrouwde Farnleitner zijn ambtenaren blind. Ten onrechte bleek vorige week. Zij hebben niet alleen informatie achtergehouden maar de minister soms zelfs misleid of zijn opdrachten gesaboteerd. Toen hij de bergautoriteiten verzocht alle in behandeling zijnde aanvragen voor concessies stop te zetten, verstuurden de Berghauptmannschaften faxen met de opdracht de zaken zo snel mogelijk af te sluiten. Justitie wist al enkele dagen na het ongeluk dat in Lassing ook zwart werd gewerkt, maar de minister van Economische Zaken kwam het pas vorige week te weten hoewel hij zowel van deskundigen als van de oppositie de informatie toegestuurd kreeg.

Farnleitner zegt al deze brieven en faxen nooit te hebben gekregen. Volgens hem hebben zijn ambtenaren gefaald en niet hij. “Aftreden is voor mij niet aan de orde”, aldus Farnleitner.