Wapengekletter om Kosovo

De situatie in Kosovo kan leiden tot militaire actie van de NAVO. Vandaag vergaderde de ministerraad over een Nederlandse inbreng. Waar gaat het, in een notedop, om bij dit tot geopolitiek probleem uitgegroeide lokale conflict? En hoe zit het precies met die Nederlandse inbreng? Vijf vragen over Kosovo.

Waar gaat de strijd in Kosovo over?

Sinds hun historische nederlaag van 1389 tegen de Turken in Kosovo is de regio voor de Serviërs niets minder dan heilige grond. Tot 1912 behoorde Kosovo tot het Ottomaanse rijk, daarna werd het deel van Servië en later Joegoslavië; in 1974 werd het een autonome provincie met een eigen regering en parlement. Hoewel er een meerderheid van negentig procent etnische Albanezen woont in de ruim twee miljoen inwoners tellende provincie, zien de Serviërs Kosovo als een onlosmakelijk deel van Servië. In 1989 ontnam de Servische leider Miloševic de provincie haar autonome status. Sindsdien is het streven naar volledig zelfbestuur en sinds enige tijd zelfs onafhankelijkheid alleen maar toegenomen.

De Albanese strijdlust is geconcentreerd in de guerrillabeweging UÇK. In februari openden de Serviërs massaal de aanval op dat UÇK en kwam een spiraal van geweld op gang. Belgrado had tot de recente terugtrekkingen naar schatting 50.000 zwaar bewapende politietroepen paraat in Kosovo. Nu zijn er nog 14.000 man politie en 11.000 soldaten. In de afgelopen maanden zijn in Kosovo bijna 1.500 Albanezen gedood. Het aantal vluchtelingen wordt geschat op 275.000.

Wat willen de NAVO-landen bereiken?

Uitvoering van resolutie 1160 van de Verenigde Naties. Miloševic moet een einde maken aan “het excessieve geweld” en de schendingen van de mensenrechten in Kosovo. De Veiligheidsraad eist van Miloševic een staakt-het-vuren alsmede het begin van een dialoog onder internationaal toezicht met de Albanezen. In de Veiligheidsraad houden Rusland en China een gewapende interventie van de internationale gemeenschap tegen. Maar volgens de meeste NAVO-leden is VN-goedkeuring niet nodig voor een actie tegen Joegoslavië. Op de drempel van wat wel eens een zeer koude winter kan worden, bestaat er grote bezorgdheid over het lot van de rond 50.000 dakloze vluchtelingen.

Wat is de Nederlandse bijdrage aan een eventueel NAVO-offensief tegen Belgrado?

Nederland heeft op dit moment al acht F16's gestationeerd op de luchtmachtbasis Villafranca in Noord-Italië, die deelnemen aan NAVO-vluchten boven Bosnië-Hercegovina. Het betreft drie fotoverkenningvliegtuigen van de basis Volkel en vijf jachtbommenwerpes van het 322 squadron uit Leeuwarden. Bij een mogelijke NAVO-actie tegen Belgrado kunnen deze gevechtstoestellen direct worden ingezet.

Daarnaast heeft het kabinet gezegd bereid te zijn nog eens acht F16's van het 323 squadron, eveneens van de luchtmachtbasis Leeuwarden, naar Italië te sturen. Alle vliegtuigen maken deel uit van de zogeheten Rapid Reaction Force en kunnen in principe direct worden ingezet. Verder neemt op dit moment ook een KDC-10 tankvliegtuig van de luchtmacht deel aan de bewaking van het luchtruim boven Bosnië. Dit toestel, dat boven de Adriatische zee opereert en de jachtvliegtuigen daar van brandstof voorziet, krijgt mogelijk versterking van nog een KDC-10. Beide toestellen zijn gestationeerd op Eindhoven en vliegen vandaar uit naar het operatiegebied.

De luchtmacht heeft nu ongeveer 120 man personeel gelegerd in Villafranca. Wanneer ook het 323 squadron naar Italië wordt gestuurd, betekent dat dat nog eens zeventig militairen, onder wie onderhoudspersoneel en bewaking, naar de basis in Villafranca vertrekken.

Wat zijn de risico's?

“Het risico van aanvallen op buitenlanders is zeer reëel”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Er zijn daarvoor verschillende aanwijzingen. De Nederlandse ambassade in Belgrado is de afgelopen dagen schriftelijk en telefonisch bedreigd. Ambassadeur J. Sizoo citeerde gisteren een van de dreigementen: “Zodra de eerste bommen vallen op Servische grond, zullen jullie niet meer levend naar huis gaan”.

Het ministerie vindt ook dat “gezond verstand” aanleiding geeft om het gevaar zeer serieus te nemen. “Er zijn geluiden in Servië die oproepen tot geweld tegen buitenlanders. En als je als buitenlandse mogendheid een ander land aanvalt, moet je natuurlijk altijd rekening houden met repercussies.”

Het stillen van woede op buitenlanders wordt door de Servische regering - in het bijzonder vice-premier en leider van de Servische Radicale Partij, Vojislav Šešelj - en de Servische media doelbewust aangewakkerd. “Verraders van het Servische volk”, worden de buitenlanders en vooral de NAVO genoemd in de door de regering gecontroleerde pers. “De westerse landen proberen Servië te vernietigen”, schrijft de grote landelijke krant Politika. “Ons land moet verdedigd worden”. De dreiging van de NAVO wordt gebruikt voor het creëren van nationale eenheid, onder het motto 'gemeenschappelijke vijand'. In een interview op 6 oktober zei Šešelj dat Joegoslavië NAVO troepen zou aanvallen als er bombardementen plaatsvinden, en dat hij het gebruik van raketten niet uitsluit. Buitenlandse nieuwsprogramma's moeten worden verboden, vindt Šešelj.

Zijn er nog Nederlanders in het gebied?

Er zijn weinig Nederlanders in de Joegoslavische Federatie. Tot voor kort ongeveer tachtig, zegt de ambassade. Precies weet de diplomatieke missie het niet, omdat Nederlanders zich niet hoeven registreren. Een deel van de Nederlanders is inmiddels vertrokken nadat het ministerie van Buitenlandse Zaken daartoe had opgeroepen. Ook drie zogeheten niet-essentiële medewerkers van de ambassade en tien familieleden zijn geëvacueerd. Een kernstaf van zes Nederlanders is nog in Belgrado, onder wie de ambassadeur.

Zodra de NAVO aankondigt bombardementen te gaan uitvoeren zal de ambassade gesloten worden en komen ook de nog in Belgrado aanwezige diplomaten terug naar Nederland.