Verzamelen DNA-gegevens omstreden

DNA-profielen die zijn aangetroffen op sporen van inbrekers worden opgeslagen. Mag dat?

ROTTERDAM, 8 OKT. Wie begint met het toestaan van DNA-technieken in het strafrecht, moet niet vreemd opkijken “als uiteindelijk van iedereen een genetische vingerprint wordt opgeslagen”. Dat zegt G. Mols, hoogleraar strafrecht in Maastricht. Een verklaard tegenstander van het het bruik van DNA-gegevens in de opsporing wil hij zich niet noemen. “Maar ik vind wel dat je buitengewoon voorzichtig moet zijn. Gebruik van DNA-gegevens moet een uitzondering blijven. Voor moord of serieverkrachters. En er moeten zeker geen bestanden mee worden aangelegd.”

Het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk is al begonnen met een proefproject voor een DNA-databank, in samenwerking met de politieregio's Midden- en West-Brabant en Utrecht en het openbaar ministerie in de betrokken arrondissementen. DNA-profielen die zijn te vinden op sporen die werden aangetroffen bij inbraken - in een achtergebleven druppeltje bloed, een haarzakje, of wat speekselresten - worden geregistreerd in de hoop dat later kan worden vastgesteld of er bij een reeks van inbraken sprake is van één dader.

Volgens de bestaande wetgeving mag DNA ten behoeve van de opsporing van criminelen alleen op basis van bloedmonsters worden vastgesteld - omdat iets anders vier jaar geleden, toen de wet er kwam, nog niet mogelijk was. Ook mogen DNA-gegevens alleen worden ingezet bij verdenking van delicten waarop acht jaar gevangenisstraf of meer staat. Bovendien moet er een dringende noodzaak toe zijn in de zin dat er geen andere mogelijkheden zijn dan het gebruik van DNA-bewijs. Bovendien heeft de verdachte recht op een tegenonderzoek. Én de wet impliceert dat van DNA-profielen geen bestanden worden aangelegd, lacht Th. de Roos, hoogleraar strafrecht in Leiden. “Het is niet illegaal, maar het is ook niet bepaald de oorspronkelijke bedoeling van de wet.”

Over de bestaande DNA-wet werd destijds gezegd: Dat kan nog nèt. “Maar iedere stap naar voren leek behoorlijk dubieus”, zegt De Roos. “Er wordt nu al gezegd dat het bewaren van DNA-profielen zo handig is in verband met de internationale opsporing, Europol. Het is kennelijk de bedoeling om op zeer grote schaal alles te bewaren en aan elkaar te koppelen.”

Een wetsvoorstel om de toepassing van DNA-technieken te versoepelen wacht nog op behandeling door de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel regelt onder andere dat een uitstrijkje van het wangslijmvlies van de verdachte kan worden gemaakt. Ook zou de voorwaarde van dringende noodzaak worden geschrapt. D66-Kamerlid B. Dittrich wil nu het afnemen van DNA-weefsel gelijk stellen aan het afnemen van vingerafdrukken. Alle verdachten in voorlopige hechtenis zouden moeten worden verplicht DNA af te staan. Dat zou centraal moeten worden opgeslagen, zodat bij misdrijven in dat register naar een 'match' kan worden gezocht.

Het was vier jaar geleden de Commissie Herijking Wetboek Strafvordering, bekend als de Commissie-Moons, die zich over - onder meer - het gebruik van DNA in het strafrecht boog. T. Schalken, hoogleraar Strafrecht in Amsterdam, “had zijn aarzelingen” als lid van die commissie. “Maar het belangrijkste struikelblok is nu weggenomen”, zegt hij nu. Volgens het zogenoemde nemo tenetur-principe kan namelijk niemand worden gedwongen aan zijn eigen veroordeling mee te werken, dus ook niet door het afstaan van DNA. Maar volgens Schalken geldt dat bezwaar niet meer sinds het Europese Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg in 1996 in het 'Saunders-arrest' bepaalde dat het nemo tenetur-principe geldt voor verklaringen van een verdachte, niet voor bewijs dat al voorhanden is. Zolang het openbaar ministerie goed controleert wat met DNA-gegevens gebeurt, kunnen de profielen dus wat Schalken betreft worden gebruikt.

M. Wijngaarden van de Coornhert Liga voor strafrechthervorming betwijfelt of het arrest van het Europese hof afdoende is: “Die uitspraak gaat over bewijs dat 'onafhankelijk van de verdachte' bestaat en het is de vraag of je DNA daartoe kunt rekenen.” De Coornhert Liga heeft ook ernstige bezwaren tegen een ander onderdeel van de voorgestelde wetswijziging, waarin is bepaald dat voor het vaststellen van DNA geen toestemming van rechter-commissaris meer nodig is maar dat het ook op gezag van een officier van justitie kan. Hoe groot is bovendien de kans dat ook DNA-materiaal van een toevallige passant, die niet de inbreker was, dan wordt opgeslagen? Schalken: “Uw toevallig achtergebleven vingerafdrukken kunnen ook al gevonden zijn en allang zijn opgeslagen bij de CRI (de divisie Centrale Recherche Informatie, MO) .”

Schalken wijt het betrekkelijke gemak waarmee men in vier jaar tijd over DNA is gaan praten ook aan de toename van de criminaliteit. “Wat ook griezelig is, want dat hoeft nog niet te betekenen dat alles geoorloofd is.”