Van Moorsel trapt door pijngrens heen

BERG EN TERBLIJT, 8 OKT. Waar anders dan op de Cauberg juichten de ouders van Leontien van Moorsel hun dochter gistermiddag toe. “Daar had ze het even moeilijk”, zei Harry van Moorsel kort na de huldiging van 'Tinus' als wereldkampioene tijdrijden. “Ik was bang dat ze het niet zou halen, maar toen ik zag dat ze de grote plaat erop gooide, dacht ik: 't is gemaakt.” Zijn vrouw Martha - met verrekijker op de borst - straalde van geluk. Niet alleen voor Van Moorsel zelf, ook voor haar ouders was deze wereldtitel, de vijfde in totaal, de mooiste van allemaal.

Om vier uur waren ze opgestaan, thuis in Boekel, vier uur later stak vader in de kerk in Valkenburg een kaarsje aan voor zijn dochter. In de hoop dat Leontien een plaats bij de eerste tien zou veroveren, hadden ze Oost-Brabant achter zich gelaten, maar voor het kaarslicht vroegen ze stilletjes om een podiumplaats. Om half vijf zagen ze hun dochter op de hoogste trede staan. Met een minieme voorsprong op Zoulfia Zabirova - 0,37 seconde - was Van Moorsel wereldkampioene geworden, nadat ze eerder dit jaar al twee nationale titels (tijdrit en weg) en een zilveren medaille op de baan had gewonnen.

Misschien moeten ook de telepathische gaven van de Belgische oud-renner Eddy Planckaert niet worden onderschat. Tijdens een gezamenlijke verkenning van het parcours beloofde hij Van Moorsel voor haar te mediteren. Bij wijze van proef moest ze een getal onder de tien noemen. De Belg had zeven in zijn hoofd en Van Moorsel gokte goed. “Hoe kan dat nou”, reageerde ze verbaasd. “Straks word ik nog kampioen ook.”

Een geintje werd in de heuvels van Limburg werkelijkheid. “Ze beleeft de sport en kan alles relativeren”, zei echtgenoot Michael Zijlaard over het verschil tussen de Van Moorsel van een paar jaar geleden en de 28-jarige Van Moorsel van nu. “Met pieken en dalen hebben we ervoor geknokt om te bewijzen dat ze niet was afgeschreven. Ze zit lekker in haar vel en levert weer topprestaties.”

Dat is wel eens anders geweest. “Als ze een paar jaar geleden van de fiets afstapte deed het al pijn als ze haar arm omhoog deed. Ze woog vijf jaar geleden 48 kilo en ging in twee maanden tijd naar 70, 80 kilo. Ze was doodongelukkig”, herinnerde Zijlaard zich. “Het duurde twee jaar voordat ze er weer bovenop was. Er is te veel gebeurd om in een paar zinnen te kunnen samenvatten.” Zijlaard was Van Moorsels motor op de weg terug. Haar 'ventje' weerhield Van Moorsel ervan dat ze haar fiets “in 100.000 stukjes zaagde” toen het niet zo goed ging.

In het tweede jaar na haar rentree kan Van Moorsel weer “uit de grond van haar hart fietsen”, zoals ze dat zelf noemt, zonder op trapfrequenties en omwentelingen te hoeven letten. In plaats van onophoudelijk trainen weet ze nu hoe belangrijk rust kan zijn. Als Van Moorsel 's morgens wakker wordt, luistert ze eerst naar haar lichaam.

Van Moorsel werd na afloop op een paar honderd meter achter de finish door een verzorger van een lange broek voorzien, temidden van een horde opdringerige fotografen. Toen in de tent het nieuws doordrong dat de 'oude dame' Longo in de laatste wedstrijd van haar lange carrière vijfde was geworden en Van Moorsel de gouden medaille had gewonnen, viel de winnares in de armen van haar man. Na twee zeges in de Tour Féminin, vier wereldtitels (drie op de weg en één op de baan) en een lange reeks van nationale titels, oogstte Van Moorsel opnieuw succes.

Na de huldiging begaf Van Moorsel zich voor de persconferentie naar de openbare basisschool. Pas daar kon bondscoach Jean-Paul van Poppel haar feliciteren. “Je had toch gelijk”, was het eerste wat ze tegen hem zei. Daarmee doelde Van Moorsel op de uitspraak eerder deze week van Van Poppel dat ze goud zou kunnen winnen. Van Moorsel dacht daar anders over. Ze vond het parcours te zwaar. “Ik dacht nog, hoe kunnen ze me dit nu aandoen. Als het parcours vlak was geweest, met weinig bochten, had ik gezegd dat ik voor goud kon gaan.”

Het pakte anders uit. Op het 23 kilometer lange parcours, van het Vrijthof in Maastricht via de Bemelerberg en de Cauberg naar Berg en Terblijt, reed Van Moorsel een constant tempo en sneed ze in de voor haar vertrouwde omgeving de bochten scherp aan. “Ik reed tegen mezelf. Ik ben niet met m'n tegenstanders beziggeweest. Ik heb niet gedacht, ik moet Longo verslaan. Het gevoel was goed, maar van dit resultaat had ik niet durven dromen.”

Op de Cauberg, in de slotkilometers van de tijdrit, sleepte het publiek haar erdoorheen. “Ik had pijn, maar al die Nederlanders langs de kant bezorgden me kippenvel en gaven me extra moraal. Je voelt de pijn wel, maar dankzij het publiek kun je er zo doorheen trappen. Aan hen heb ik het verschil van nog geen seconde met Zabirova te danken. Ik weet niet meer hoe ik op de Cauberg boven gekomen ben, ja, op karakter. Mijn ouders heb ik niet zien staan. Het enige wat ik dacht was: ik moet hier snel weg.”

Jeannie Longo toonde zich gisteren een slecht verliezer. Geconfronteerd met de regenboogtrui van aartsrivale Van Moorsel zei de Française: “Dit was een koers van vette koeien. Drie jaar hebben we haar niet gezien en met vijftien kilo meer gewicht is ze de snelste van ons allemaal. Dit maakt mij kotsmisselijk. De jury moet haar plasje maar rechtstreeks in de Maas lozen.”

Met de tijdrit sloot Longo gisteren haar carrière af. De beste wielrenster ooit wordt eind deze maand 40 jaar en vindt het mooi geweest na twaalf wereldtitels, eenmaal olympisch goud en drie zeges in de Tour Féminin. In Valkenburg reed de houdster van het werelduurrecord in 1979 haar eerste WK en daar sloot ze ook haar loopbaan af. “Mijn rit is gereden.”