Universiteit

Met een aantal beweringen van Patricia Huisman in 'Universiteit en overheid moeten tot bezinning komen' (NRC Handelsblad, 2 oktober) kan ik het eens zijn. Maar wat te denken van uitspraken als: “Initieel onderwijs aan universiteiten is vaak niet meer dan een 'HBO-plus-titel' opleiding, waaraan een sausje van academische vorming weinig zal verbeteren.” En: “De kwaliteit en relevantie van AIO-proefschriften is doorgaans bedroevend laag.”

Welnu, voorzover het bijvoorbeeld de Nederlandse wiskunde betreft, weet ik uit eigen waarneming dat deze uitspraken volstrekt onzinnig zijn.

Ik vermoed dat hetzelfde geldt voor 'hard science and engineering' en voor een aantal andere disciplines waarover ik niet geïnformeerd ben. De schrijver heeft zich tegen deze kritiek ingedekt door de termen 'vaak' en 'doorgaans' te gebruiken. Dat is nu precies waardoor het debat schimmig blijft en alleen het algemene negatieve beeld van universiteiten bij het publiek (en de politiek) wordt versterkt.

In plaats van dit gegeneraliseer zou men specifiek moeten zijn. Waar deugt het niet aan de universiteiten? Waar verloopt het onderwijs volgens de eerste uitspraak? Waar is het met de AIO-proefschriften zo gesteld als in de tweede uitspraak? Nergens? Dan ook niet zulke beweringen doen. Ergens? Dan man en paard noemen. Dat biedt de mogelijkheid in te grijpen en de middelen te verschuiven naar plaatsen binnen de universiteit waar wèl grote kwaliteit voorhanden is.