Tories zoeken naar polsslag van de natie

Het congres van de Britse Conservatieven is niet het feest van de eenheid waarop partijleider William Hague had gehoopt.

BOURNEMOUTH, 8 OKT. Anderhalf jaar na haar verkiezingscatastrofe van 1997 lijkt de Britse Conservatieve Partij nog niet klaar voor een nieuwe slag met Labour. De interne oorlog over deelname aan de euro domineert het jaarlijkse congres van de Tories, dat in Bournmouth wordt gehouden.

Wij hebben geleerd van onze nederlaag, zegt partijleider William Hague. “Wij hadden het gevoel voor de polsslag van de natie” verloren. Deze zomer probeerde de partij haar arrogante imago af te schudden met een nieuwe rondgang langs ziekenhuizen, scholen, en bejaardentehuizen. Om “te luisteren en te leren” - en daarna opnieuw “te leiden”.

Labour verraadt de burger met valse beloften en jaagt de 'gouden economische erfenis' van achttien jaar Tory-bewind erdoor, is Hague's boodschap. Maar de vier miljoen Conservatieven-van-het-midden die op Labour stemden, lijken nog niet te luisteren naar zijn lokroep. Zo'n 23 procent van de Britten zou nu hun stem aan de Tories geven, zeggen peilingen.

En de ruzie over Europa is terug als nooit tevoren. Een meerderheid van de leden, maar geen absolute meerderheid, steunt Hague's positie om deelname aan de euro de komende acht jaar uit te sluiten. In Bournemouth rollen voor- en tegenstanders van de euro al twee dagen vechtend over elkaar.

Twee oud-premiers, de eurofiel Edward Heath en de eurofobe Margaret Thatcher, bekeken gisteren vanuit de nieuwe, quasi-achteloos neergezette Ikea-fauteuiltjes op het podium de veldslag. Als de één klapte, keek de ander star voor zich uit en omgekeerd. Zij hebben sinds 1976 niet meer met elkaar gepraat, onthult Heath in zijn gisteren verschenen autobiografie. De reden: Europa. Er is geen betere illustratie voor de loopgraaf die door de Conservatieve Partij loopt. 'Samen - maar zo ver uiteen', kopt The Times vanochtend bij een foto van de twee.

Inmiddels zijn stemmen opgegaan om de euro-rebellen uit de partij te zetten. Dat hoeft al niet meer, wilde een gerucht, want oud-vice premier Heseltine en oud-minister van Financiën Clarke, staan op het punt een eigen partij op te richten. Vanuit Peking, waar hij op dienstreis is, stookte premier Blair het vuurtje nog wat op door Hezza te benoemen tot voorzitter van een nieuwe officiële Chinees-Britse werkgroep.

Groot-Brittannië werd in 1973, onder Heath, tenslotte lid van de EEG. Thatcher, tekende in 1987 de Europese Akte maar haar afkeer van een verenigd Europa is sindsdien legendarisch geworden. John Major tekende de verdragen van Maastricht ('92) en Amsterdam ('97) èn gaf het startsein voor de huidige 'burgeroorlog' in zijn partij. Het patroon is: eerst verzet, daarna schoorvoetend toegeven, gevolgd door nieuwe twijfel.

Misschien gaat het wel weer zo. Blair zegt niet veel anders dan Major: eerst de kat uit de boom kijken. In de wandelgangen in Bournemouth zeggen veel parlementariërs dat de ideologische kloof - zowel tussen Labour en de Tories, als binnen de Tories zelf - niet zo groot is. “De eurofielen en eurosceptici slaan nu op elkaar in, maar de meerderheid van de partij is pragmatisch genoeg om haar instinctieve weerzin tegen de euro te overwinnen”, zegt één van hen. “Als het volk wil, doen we mee.”

Hague, ook een 'pragmaticus' van het centrum, maar zwak, kan dat niet openlijk zeggen. Zijn problemen zijn al groot genoeg. Zijn partijgenoten grappen over zijn Yorkshire-accent, de mimiek van een buikspreekpop en zijn uiterlijk van een Tsjernobyl-patiënt. En dat medeparlementariërs Hague's schaduwkabinet het saddo cabinet noemen, is óók geen opsteker.

Maar charisma of niet, tot de komende parlementsverkiezingen staat zijn positie niet openlijk ter discussie. De opiniepeilingen voor de lokale en Europese verkiezingen van het komend voorjaar geven hoop, er zijn geen alternatieve kandidaten èn een nieuwe leiderschapscrisis zou averechts werken. Maar Hague's marges zijn beperkt. Hij speelt met vuur als hij vandaag speculeert op een nieuw Engels parlement, nu Schotland en Wales ook een eigen volksvertegenwoordiging krijgen. Voor een deel van zijn partij is dat vloeken in de kerk, want de eerste stap op weg naar opheffen van de Unie. Ter rechterzijde loopt Michael Portillo, de lieveling van alle Tories die naar Thatcher terugverlangen, zich alvast nadrukkelijk warm.