Shaken, not stirred

Ze zijn daders en slachtoffers tegelijk. Hun gezichten zien bleek van de schrik en ze zijn al blij dàt ze nog een gezicht hebben nu de financiële crisis in alle hevigheid is losgebarsten. De bankiers van de wereld zijn bang. Bang om hun shirts, hun opties, hun bonussen, hun baan te verliezen.

De internationale financiële gemeenschap vierde deze week zijn jaarlijks terugkerende jamboree in de marge van de vergadering van het Internationaal Monetaire Fonds en de Wereldbank. Gewoonlijk zijn dat bijeenkomsten van zelfgenoegzame weldadigheid en etalering van financieel succes. Maar sinds 1982, toen niet zeker was of het internationale financiële stelsel de schuldencrisis van Latijns Amerika zou overleven, is deze bijeenkomst niet zó doortrokken geweest van een sfeer van naderend onheil.

Bij de zakelijke ontbijten en lunches in de duurste hotels, op de talrijke conferenties en tijdens de nog altijd luxueuze recepties in Washingtons beste musea heerst een gevoel van verbijstering. De financiers van de wereld zijn zich rot geschrokken van de desastreuze ontwikkelingen van de afgelopen weken. Terwijl het tot diep in de zomer nog zo lekker ging met hun banken, hun beurzen en hun banen. We hebben het gevoel alsof onze sportauto plotseling in de achteruit is gezet, merkte een bankier sarcastisch op.

Gelaten laten de vertegenwoordigers van de grootste financiële instellingen in de wereld de kritiek over zich heenkomen. Ze laten zich geselen door spraakmakende economen die hun voorhouden dat het kortlopende flitskapitaal de bron van alle instabiliteit in de wereld is. Ze laten zich welgevallen dat hun roekeloze uitleenpraktijken gekritiseerd worden en dat de autoriteiten oproepen om het vrije kapitaalverkeer aan banden te leggen. Hun kuddegedrag, de vlucht in veilige beleggingen, wordt verantwoordelijk gesteld voor het volkomen opdrogen van de liquiditeit in opkomende markten. Ze krijgen te horen dat ze verantwoordelijk zijn voor het dalende geboortegewicht van baby's in Indonesië omdat de financiële crisis daar al tot ondervoeding van zwangere vrouwen heeft geleid.

Het blijft niet bij academische kritiek van economen. Gezaghebbende autoriteiten spreken openlijk over een 'systeem-crisis', een crisis die inherent is aan het huidige internationale systeem van grenzeloze financiële markten. “Er heerst een sfeer van een zich verbredende en verdiepende wereldwijde financiële crisis”, zei Alice Rivlin, de vice-voorzitter van de Federal Reserve Board, het bestuur van het stelsel van Amerikaanse centrale banken. Ze toonde zich bezorgd dat zwakheden in het financiële systeem de crisis alleen maar zullen verergeren. William McDonough van de New-Yorkse FED waarschuwde een gezelschap bankiers voor “de ernstigste financiële crisis sinds de Tweede Wereldoorlog”. Eddy George, de gouverneur van de Bank of England, grapte in volle ernst: “Is de situatie zo dramatisch als de kranten ons doen geloven? Nee, de situatie is nog veel ernstiger.”

De bankiers spaarden ook zichzelf niet.

Angel Gurría, de Mexicaanse minister van Financiën die al minstens drie Mexicaanse crises heeft overleefd, waarschuwde voor het “grote risico van instabiliteit in het systeem.” Hij noemde de plotselinge opdroging van de gebruikelijke kredietverlening aan opkomende landen nadat Rusland half augustus eenzijdig zijn schuldverplichtingen waardeloos had verklaard, een gebeurtenis zonder precedent. “Alles wat Angel zei, is waar”, bevestigde Bill Rhodes, de veteraan van Citicorp die ook al twee decennia in de vuurlinie staat als het gaat om de beheersing van financiële landencrises. Rhodes sprak eveneens over de “bedreiging van het wereldwijde financiële systeem” en de acute noodzaak een “totale ineenstorting” te voorkomen.

David Coulter, de baas van BankAmerica, viel hem bij en zei dat geen sprake is van economische onrust, maar van een economische crisis. Beeldender bracht Ana Botín, de ster van de Spaanse Banco Santander, het crisisgevoel onder woorden. Ze parafraseerde James Bonds favoriete bereiding van een dry martini: “De wereldeconomie is shaken, not stirred.”

Waar is het misgegaan? Gepijnigd vragen bankiers zich af of ze zich onverantwoordelijk hebben gedragen, de politieke risico's in opkomende landen niet goed hebben gewogen, de kredietrisico's hebben onderschat, hun ogen te lang gesloten hebben gehouden voor corruptie en nepotisme, de onvoorspelbare hefboomwerking van risicovolle beleggingsfondsen die werken met geleend geld hebben gebagatelliseerd. Nu moeten de financiële ego's waarschuwingen afgeven over tegenvallende winsten en haasten ze zich naar de bureaus die hun financiële degelijkheid vaststellen om het pijnlijke nieuws te horen dat de kredietwaardigheid van hun banken naar beneden toe wordt bijgesteld.

Zoveel is duidelijk, zei Joseph Ackerman, lid van de raad van bestuur van de Deutsche Bank, “de banken hebben niet geleerd van hun fouten in het verleden.” Dat was een zeldzaam moment van zelfreflectie van een bankier.