Sanderling speelt indrukwekkend

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Kurt Sanderling m.m.v. Michael Sanderling (cello). Programma: W.A. Mozart: ouverture Don Giovanni; D. Sjostakowitsj: Tweede celloconcert; L van Beethoven: Tweede symfonie. Gehoord: 7/10 De Doelen Rotterdam. Herhalingen: 8, 9, 11/10. Radio: 9/10 20u02 Radio 4 (rechtstreeks).

Twee dirigerende zonen heeft dirigent Kurt Sanderling: Thomas en Stefan. Hij heeft ook een cellospelende zoon, Michael, die deze week de solist is bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest tijdens de vier concerten die zijn 86-jarige vader leidt - vanavond is het tweede rechtstreeks op Radio 4.

Twee snaren brak Michael Sanderling (1967) gisteravond, toen hij tijdens zijn eerste optreden soleerde in het Tweede celloconcert van Sjostakowitsj, in 1966 geschreven voor Mstislav Rostropowitsj. De a-snaar brak tegen het slot van het eerste deel op een heftig verwrongen moment in de muziek. De jonge Sanderling zette er achter het podium een nieuwe op en samen met de onverstoorbare oude Sanderling werd het concert hernomen. De d-snaar brak tegen het slot van het derde en laatste deel. De solist leende het instrument van cello-aanvoerder Marien van Staalen, die de kapotte cello weer inruilde bij een andere cellist, die het instrument vervolgens van het podium afvoerde.

De muziek was toen alweer begonnen en het was opmerkelijk hoe weinig invloed al deze gebeurtenissen hadden op het geheel van de uitvoering. De prachtig en indrukwekkend spelende Michael Sanderling bleef geheel geconcentreerd op Sjostakowitsj' muziek, die in zijn afwisseling van verstilde verlatenheid en bezeten vrolijkheid een Mahleriaanse dubbelzinnigheid vertoont.

De cello heeft bij Sjostakowitsj de rol die bij Mahler de zangstem heeft, al is de solist hier eenzaam temidden van de orkestleden. Mahler laat dan een lied zingen over het leed in de wereld, altijd uitmondend in betere hemelse sferen. Sjostakowitsj blijft op aarde, het leed wordt gesublimeerd - zoals in de Dertiende symfonie 'Babi Yar'. Het treuren verdunt en vervliegt uiteindelijk wel - al eindigt dit celloconcert nog met een boos accent - maar het blijft aanwezig in de atmosfeer om ons heen en zal ons nooit verlaten.

De oude Sanderling omlijstte Sjostakowitsj met Weens classicisme: Mozarts ouverture Don Giovanni en de Tweede symfonie van Beethoven. De ouverture, vorige maand door het orkest al enkele keren gespeeld onder leiding van Valery Gergjev, klonk nu strakker en monumentaler maar de functie daarvan bleek pas bij de inzet van Beethovens Tweede. Die doet met de klaroenstoten in de opening aan als de echo van de dreigend aankomende Stenen Gast, die bij Mozart Don Giovanni in de hel komt gooien. Deze programmering schept ook het perspectief op het klopmotief waarmee Beethovens Vijfde symfonie begint.

De Tweede symfonie, uitgevoerd in kleine bezetting met slechts twaalf blazers, kreeg een buitengewoon frisse, directe, en energieke uitstraling. De stevige, karaktervolle klank, zonder een spoor van sentiment, varieerde in dienst van opbouw en structuur en de gedreven uitstraling van het geheel was als van een 'authentiek' orkest. Zó'n Beethoven veroorzaakt echte opwinding en van mij mag Sanderling een hele Beethovencyclus dirigeren. Met zijn leeftijd en zijn musiceerdrift is hijzelf het toonbeeld van 'authentiek'.