Samenstelling deviezenvoorraad wijzigt

AMSTERDAM, 8 OKT. De aanhoudende financiële onrust in de wereld heeft ertoe bijgedragen dat de Nederlandse tienjaars rente de afgelopen week tot onder de 4 procent is gedaald. In samenhang hiermee daalde de twaalfmaands rente met 0,04 procentpunt tot 3,50 procent. Nog opvallender waren de bewegingen op de valutamarkt. Afgelopen maandag bedroeg de prijs van een dollar 1,84 gulden, tegen 1,90 gulden een week daarvoor. Het Britse pond daalde met een dubbeltje tot 3,12 gulden. Ook de Japanse yen verloor licht terrein. Afgelopen maandag werd voor 10.000 yen 136,48 gulden betaald tegen 138,98 een week daarvoor.

In de Weekstaat zijn deze valutabewegingen terug te vinden. Zo daalde de post Waarderingsverschillen goud en deviezen met 538 miljoen gulden. Aan de actiefzijde komt dit bijna volledig terug in een daling van de vorderingen op het IMF en op de ECB - als gevolg van de koersdaling van de SDR respectievelijk de ECU - met in totaal 118 miljoen gulden, en in een daling van de vorderingen in buitenlandse geldsoorten met 403 miljoen gulden.

Dit laatste cijfer nodigt uit tot enige indicatieve berekeningen over de samenstelling van de deviezenreserves. In het jongste jaarverslag van de Nederlandsche Bank (DNB) staat vermeld dat DNB ultimo 1997 5.546 miljoen dollar, 17.731 miljoen Duitse marken, ruim 319 miljard yen en nog enkele andere valuta's aanhield. Omgerekend tegen de wisselkoersen van ultimo 1997 resulteerde dit in Vorderingen en waardepapieren in buitenlandse geldsoorten ter waarde van 36.135 miljoen gulden.

Indien dezelfde hoeveelheden vreemde valuta worden omgerekend tegen de wisselkoersen van afgelopen maandag, dan zouden deze deviezen 34.564 miljoen gulden waard zijn. Afgelopen maandag bedroegen de deviezen echter 'slechts' 30.190 miljoen gulden. Dit is niet verwonderlijk. Regelmatig is al vermeld dat DNB haar deviezenreserves afbouwt.

Het lijkt erop dat deze afbouw voornamelijk ten koste van marken is gegaan, terwijl er meer dollars worden aangehouden. Immers, 5.546 miljoen dollars zouden de afgelopen week in een koersverlies van 293 miljoen gulden hebben geresulteerd, terwijl 319 miljard yen tot een koersverlies van 80 miljoen gulden zou hebben geleid (de Duitse mark is praktisch stabiel). DNB moet thans dus meer dollars en/of yen in haar bezit hebben dan eind 1997, om de waardedaling van de buitenlandse geldsoorten van de afgelopen week met 403 miljoen gulden te kunnen verklaren. Soortgelijke berekeningen voor Weekstaten in het verleden wijzen erop dat DNB haar dollartegoed heeft uitgebreid.

Bron: ING Economisch Bureau