Ouderwets degelijk

Het leuke aan IHC Caland, al jaren een van de best renderende fondsen op de Nederlandse beurs, is haar onorthodox karakter. Geregeld wordt beweerd dat voor een land als Nederland in een traditionele industrie als de scheepsbouw geen droog brood meer te verdienen is. Maar in de bouw van complexe baggerschepen heeft IHC alleen al meer dan 60 procent van de wereldmarkt in handen.

Bovendien bestaat IHC uit twee grote delen die volgens geheel verschillende principes werken. Aan de baggerwervenkant is IHC een traditioneel verticaal geïntegreerd bedrijf waar het grootste deel van de waarde in eigen huis wordt geproduceerd. De belangrijkste baggerscheepswerven van IHC (Holland) bevinden zich in het baggercentrum Sliedrecht en in Kinderdijk (het mooiste molenplaatje van Nederland), beiden in de Alblasserwaard. IHC, dat met deze werven steeds minder toekwam, heeft de voorbije jaren nog De Merwede in Hardinxveld-Giessendam en Van der Giessen-de Noord in Krimpen aan de IJssel overgenomen. Bestuursvoorzitter Jan Bax zei bij deze laatste overname vorig jaar: 'Je kunt die scheepsbouw wel gaan uitbesteden aan anderen, maar dan kijkt de concurrent bij je in de keuken en leert die het trucje ook'. De traditionele reden dus om alles zelf te doen.

Des te verbazender is dat het bedrijf langs zijn offshorekant geheel anders werkt. Het is daar een in hoge mate virtueel kennisbedrijf dat offshore-installaties ontwerpt en voor de productie een beroep doet op anderen, waar ook ter wereld. Die productie gebeurt wel onder de leiding en controle van ingevlogen IHC-specialisten, mede om te verhinderen dat het uitvoerende bedrijf te veel van de trucjes leert. Aan deze offshorezijde telt IHC een viertal hooggespecialiseerde ingenieursbureaus: IHC Gusto en MSC in Schiedam (waar tevens het kleine hoofdkantoor van IHC gevestigd is), SBM in Zwitserland en Imodco in Californië. Kloppend hart van deze groep is een ontwerpkantoor in Monaco, waar een internationaal gevarieerd gezelschap van een 200-tal mensen zich dagelijks over de vele projecten buigt.

Overigens werd IHC feitelijk gedwongen zo modern te gaan werken. In het kader van haar directief industriebeleid verplichtte de Nederlandse overheid IHC op het einde van de jaren zeventig zich uit de bouw van offshoreinstallaties terug te trekken. De werf IHC Gusto werd onderdeel van het beruchte RSV-concern en vervolgens gesloten. Op basis van de bij Gusto aanwezige kennis herrees het evenwel als onderdeel van het nieuwe IHC Caland.

Op zijn manier is ook de blauwe-kragenbaggerwerf IHC Holland een modern kennisbedrijf. Directeur Sjef van Dooremaalen verklaart geregeld dat hij het zich met de Nederlandse loonkosten niet kan veroorloven de hersenen van zijn mensen niet te gebruiken. IHC schakelde als een van de eersten sociotechnicus Ulbo de Sitter in om te helpen autonome taakgroepen op te zetten. De fiere Van Dooremalen praat graag over het roulerend leiderschap binnen deze teams en het nauwe contact dat zijn directie ermee onderhoudt.

Ondanks de bewondering die IHC alom wekt, is het bij zijn toeleveranciers en afnemers niet onverdeeld populair. Dat merkte ik toen ik vijf jaar geleden met mijn team bij het toenmalige TNO Studiecentrum voor Technologie en Beleid, mede in opdracht van IHC, het Nederlands-Vlaamse baggercluster onderzocht. Binnen dat cluster is men beducht voor IHC's marktmacht. Zo is IHC niet te beroerd om toeleveranciers tegen elkaar uit te spelen. Met opgeheven vingertje waarschuwden we dan ook voor arrogantie.

Ex-marinier Jan Bax mag fier zijn op zijn verwezenlijkingen. Gebrand als hij is op groei, struint hij met zijn team voortdurend de wereld af, op zoek naar opdrachten. In Nederland ligt IHC mee aan de basis van innovatieve initiatieven zoals het consortium dat de tunnelboortechniek voor ondergronds bouwen verder ontwikkelt.

Met het accepteren van werk voor de Birmaanse regering lijkt IHC evenwel een brug te ver te zijn gegaan. Het krijgt nu zelfs van staatssecretaris Ybema (Economische Zaken) en minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) de wind van voren. Sinds Wijers met Shell/Brent Spar is zoiets niet meer voorgekomen. Bax verschuilt zich achter het feit dat hij niet aan consumenten verkoopt en bij opzeggen van het contract niet meer betrouwbaar zou zijn. Betrouwbaar voor wie? Op de drempel van de eenentwintigste eeuw kan geen enkel bedrijf nog zonder solide sociale en ethische reputatie.

Enkele maanden geleden was een van de mooiste afleveringen in de 'Achterbank'-serie van Jannetje Koelewijn in deze krant die met Bax (22 april). Bax met zijn chauffeur, het leek een cabaret voor twee oudere heren. 'De chauffeur: 'Mijnheer Bax en ik praten alleen wel eens over de hondjes.' Bax: 'Ja, de hondjes! Mijnheer de Nijs heeft een Mechelse herder....' 'Maar ook serieuzer: 'Ik ben afgezwaaid [uit de marine] onder andere omdat we Nieuw Guinea hadden opgegeven. (...) [T]oen was voor mij de romantiek eraf.' Onorthodox, kennisintensief en ouderwets, het kan inderdaad perfect samengaan. Maar soms wordt het link. Ik hoop oprecht dat Bax c.s. van gedachte veranderen vooraleer ze daartoe gedwongen worden door een of andere bloederige streek van hun Birmaanse opdrachtgevers.