Joegoslavië weert tribunaal

DEN HAAG, 8 OKT. De Servische autoriteiten ontzeggen onderzoekers van het Haagse VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden de toegang tot Kosovo. Joegoslavië verstrekt geen visa aan medewerkers die onderzoek willen doen naar mogelijke oorlogsmisdaden in Kosovo, omdat het tribunaal daar geen jurisdictie zou hebben.

Dat zei gisteren aanklager Graham Blewitt tijdens een persconferentie in Den Haag. Blewitt wilden niet speculeren over de reden van de weigering, maar constateerde dat die samenvalt met de ondekking van mogelijke massamoorden door Servische veiligheidstroepen in Kosovo.

De onderzoekers krijgen te horen dat het tribunaal “de soevereiniteit van Joegoslavië schendt”, aldus Blewitt. Hij noemde dit “totaal onaanvaardbaar” en verwees naar resoluties van de VN-Veiligheidsraad, die het tribunaal wel degelijk jurisidictie geven om onderzoek te doen in Kosovo.

Hoofdaanklager Louise Arbour oordeelde in juni dat het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) en Joegoslavische ordetroepen zich in een toestand van gewapend conflict bevinden.

Servische autoriteiten beschou- wen de acties van hun veiligheidstroepen echter als terrorisme-bestrijding. Medewerkers van het tribunaal mogen wel in Kosovo rondreizen, maar geen onderzoek verrichten.

Het tribunaal klaagde vorige week al dat Joegoslavië het tribunaal stelselmatig tegenwerkt. Zo worden gedagvaarde oorlogsmisdadigers in Joegoslavië niet uitgeleverd en zijn ze soms nog in het Joegoslavische leger werkzaam.