Het Schiphollawaai

NAAST GELUIDGEHINDERDE woningen is er naarmate de groei van de nationale luchthaven Schiphol doorzet meer en meer sprake van taalgehinderde teksten. Overschrijding van het geluidscontour wordt toegestaan op basis van anticiperend gedoogbeleid, in afwachting van een voor iedereen acceptabele win-winsituatie. Het is dit beleidsbargoens dat samen met de telkens weer bijgestelde cijferreeksen het Schipholdebat tot een onontwarbare kluwen heeft gemaakt.

Daar kunnen diverse politici nu opeens wel heftig verontwaardigd over doen - PvdA-fractievoorzitter Melkert was er 'horendol' van geworden - maar dat neemt niet weg dat veel van diezelfde klagers het eerst zover hebben laten komen. Het woord is één van de belangrijkste gereedschappen van een politicus. De linguïstische mystificaties die over Schiphol zijn gehanteerd, lijken dan ook geen gevolg van gebrekkig “communicatief schrijven”, zoals minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) gisteren in de Tweede Kamer zei, doch veel meer een kwestie van bewust beleid. Helderheid was gewoonweg niet gewenst.

De ophef over de van elkaar afwijkende brieven die de vorige minister van Verkeer en Waterstaat, Jorritsma, in maart van dit jaar heeft geschreven aan Schiphol en de Tweede Kamer is hiervan een mooi voorbeeld. Het in het schrijven aan de Kamer genoemde aantal van maximaal 12.000 huizen dat met geluidsoverlast te maken zou krijgen, stond niet genoemd in de brief aan de luchthaven. Eerder had het expanderende Schiphol het ministerie laten weten dat aantal onacceptabel te vinden. Met de Tweede Kamer viel echter alleen maar te praten over een uitbreiding van het aantal vluchten met 20.000 per jaar tot uiteindelijk 100.000 in 2003 als hooguit 12.000 woningen het stempel geluidgehinderd zouden krijgen. Met haar verschillend getoonzette brieven kon Jorritsma zich tegenover beide partijen staande houden.

DE CRUCIALE VRAAG gisteren in het debat in de Tweede Kamer was of Jorritsma het parlement destijds op de hoogte had moeten stellen van de bezwaren van Schiphol. Ook nu weer speelde de taal een grote rol. Als Schiphol had gezegd dat het reduceren van de geluidsoverlast tot 12.000 woningen een onmogelijkheid was, had ze dat moeten doen, maar omdat deze stelligheid ontbrak kon Jorritsma de Kamer deze informatie onthouden. Dat geldt ook voor een in februari verzonden fax van Schiphol aan de Rijksluchtvaartdienst waarin gesproken wordt over 14.000 woningen die geluidshinder zullen ondervinden bij een uitbreiding met 100.000 vluchten. Omdat het geen vaststaand gegeven betrof, het was een indicatieve berekening, hoefde het volgens minister Netelenbos niet te worden vermeld. De meerderheid van de Tweede Kamer aanvaardde gisteren deze exegese.

Dit wil geenszins zeggen dat het Schiphol-debat weer een fase verder is. Integendeel. De gang van zaken van de afgelopen dagen heeft alleen maar de uitermate sterke politieke gevoeligheid van het onderwerp bevestigd. De telkens terugkerende commotie over met Schiphol samenhangende deelproblemen (mogen bezoekers voor een Europacup-finale landen, gaan de kerstvluchten straks door, enz.) kan de onderliggende principiële vraag niet verhullen. Die vraag luidt waar de mainport Nederland met zijn luchtvaart naar toe wil.

IN DE VORIGE regeerperiode heeft het kabinet behendig tussen de klippen door weten te manoeuvreren. Onderwijl werd de echte keuze uitgesteld. Ook deze zomer tijdens de onderhandelingen over een nieuw regeerakkoord zijn de coalitiepartners PvdA, VVD en D66 er niet uit gekomen. Vandaar dat Schiphol nu als een tikkende tijdbom onder het tweede paarse kabinet ligt. Het roept de vraag op hoe het op dit punt staat met het sturend vermogen van de minister-president. Hij mijmert graag over zijn houtskoolschetsen met de toekomstige infrastructuur van Nederland. De toekomst van de luchtvaart vereist echter geen houtskoolschetsen maar politiek leiderschap.