HET BOLWERK - BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES; Geen plaats voor vliegenafvangers

De Tweede Kamer behandelt deze week de begroting van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Portret van een ministerie zonder geld dat vooral moet 'overtuigen'.

DEN HAAG, 8 OKT. Het ministerie van Binnenlandse Zaken houdt van traditie. Oud-minister Cees van Dijk merkte dat bij zijn aantreden al snel. Maandagochtend half tien bezocht de minister voor het eerst het wekelijkse beraad met zijn topambtenaren. Hij ging naast de plaatsvervangend secretaris-generaal zitten, Benita Plesch. “Een bijzonder aantrekkelijke vrouw; daar wilde ik wel naast zitten”, zegt hij nu gniffelend. Maar secretaris-generaal Jozias van Aartsen - tegenwoordig minister van Buitenlandse Zaken - dacht daar anders over. De minister zat naast hèm, niet naast zijn plaatsvervanger. Van Dijk moest een stoel opschuiven.

Binnenlandse Zaken is een departement met ingesleten gewoonten. Het ministerie is bovendien een ministerie zonder geld. Heel anders dus dan bijvoorbeeld Sociale Zaken. “Dat kan zakken geld weggeven. Zo kan ik het ook”, zegt men misprijzend bij Binnenlandse Zaken. Nee, 'BiZa' heeft vooral een coördinerende taak, moet altijd zaken doen met andere departementen. Of het nu gaat om het grotestedenbeleid of om een CAO voor ambtenaren.

Een coördinerend departement moet 'betrouwbare en open' ambtenaren hebben, gezegend met een flinke portie overtuigingskracht. “In het interdepartementale overleg kunnen we geen vliegenafvangers gebruiken”, zegt een topambtenaar. “Anders worden we voor de volgende vergadering niet uitgenodigd. Oeps, je stond niet op het bellijstje, zeggen ze dan.” En och, collega's mogen dan spreken van een ambtelijk ministerie met een parafencultuur (Van Dijk: “Ik heb het aantal parafen per stuk teruggebracht van zeven naar vier”) - het zij zo.

Waar staat het ministerie? “Op de schaal van belangrijkheid staat Binnenlandse Zaken in de bovenste regionen”, aldus Van Dijk. Het departement gaat over de grondwet, openbaar bestuur en veiligheid en speelt een belangrijke rol in het dagelijkse bestuur van het land, door overleg met provincies, steden, commissarissen van de koningin en andere departementen.

Niet voor niets maakt Binnenlandse Zaken deel uit van de zogenoemde zeshoek, die het sociaal-economisch beleid bepaalt. Naast Binnenlandse Zaken zitten daar Algemene Zaken, Financiën, Economische Zaken, Volksgezondheid en Sociale Zaken in. Daarnaast behoort het ministerie tot de oudste departementen en leverde het ook vaak de vice-premier - onder Paars-I bijvoorbeeld Hans Dijkstal nog.

Maar het Tweede-Kamerlid Peter van Heemst (PvdA) constateert dat het ministerie aan gezag heeft ingeboet. Algemene Zaken, Financiën, Justitie en Binnenlandse Zaken waren jarenlang de spin in het bestuurlijke web. “Maar de eerste twee zijn steeds sterker geworden, terwijl de rol van de laatste twee behoorlijk is verzwakt.” Voor Justitie, zegt Van Heemst, hoeft hij dat niet uit te leggen - het departement is “geteisterd” door een reeks incidenten. Ook Binnenlandse Zaken had problemen. “Er waren constant conflicten met de Kamer over de politie; de bestuurlijke vernieuwing is mislukt; de hervorming van het kiesstelsel komt niet op gang; de stadsprovincie is afgeblazen,” somt het Kamerlid op. Dat ligt volgens hem vooral aan het gebrek aan daadkracht van de vorige minister Dijkstal (VVD).

Op het ministerie aan de altijd winderige Schedeldoekshaven in Den Haag hebben ze moeite met dit zwartgallige beeld. Daar zeggen ze dat Binnenlandse Zaken in de lift zit. Want wat heeft Paars-II hen niet allemaal toebedeeld? De vernieuwing van het openbaar bestuur wordt nieuw leven ingeblazen; een staatscommissie onder leiding van de veelgeprezen professor D. Elzinga gaat onderzoek doen naar onder meer een gekozen burgemeester. Binnenlandse Zaken kan topambtenaren detacheren bij andere departementen, als een uitzendbureau. Dan zijn Antilliaanse en Arubaanse zaken overgeheveld van Defensie naar Binnenlandse Zaken en is er een extra minister gekomen, voor grote steden- en integratiebeleid, de D66'er Roger Van Boxtel. En, last but not least, de politie valt niet langer onder twee ministers, maar onder één - die van Binnenlandse Zaken. Al zijn de collega's bij Justitie daar minder verguld mee.

Die politie, die valt onder het directoraat-generaal openbare orde en veiligheid, is belangrijk voor het ministerie. “Er hoort een pot geld bij en met geld kunnen we sturen”, zegt de ambtenaar. De gevolgen van het politiebeleid zijn vaak direct op straat merkbaar. Veiligheid - met de discussie over blauw op straat - is bovendien een hot item, dat het afgelopen decennium aan belangstelling heeft gewonnen.

Niet voor niets slokt de 'openbare orde en veiligheid' zeer veel tijd van de minister op. Van Dijk (minister van 1986 tot 1989) herinnert zich vaak bezig te zijn geweest met politie - al noemt hij de directie constitutionele zaken en wetgeving “kwalitatief het belangrijkst” en zijn bemoeienissen met de benoeming van burgemeesters het “leukst”. De huidige, kersverse minister van Binnenlandse Zaken, Bram Peper, zal het hoogstwaarschijnlijk ook het drukst krijgen met de politie. Naast het beheer over de 26 korpsen krijgt hij meer zeggenschap over de politie en moet hij er bovendien voor zorgen dat er de komende vier jaar vijfduizend agenten en surveillanten extra op straat komen. Dat is afgesproken in het regeerakkoord. De minister treft het; René Smit is sinds enkele jaren directeur-generaal openbare orde en veiligheid, waaronder de politie valt. En Bram Peper en René Smit kennen elkaar goed. De eerste was jarenlang burgemeester van Rotterdam, de tweede was daar wethouder havenzaken (CDA). In Rotterdam streden ze samen vóór de stadsprovincie, die jammerlijk mislukte. Naast openbare orde en veiligheid is de verwachting dat het directoraat-generaal openbaar bestuur, onder leiding van Jan Willem Holtslag, ook zal dingen naar de aandacht van de minister. En dat zal, zo denkt Tweede-Kamerlid Dick de Cloe (PvdA) beter lukken dan onder de vorige minister Dijkstal. “Die hield niet van dat onderwerp.” Peper daarentegen is zeer geïnteresseerd in de (lokale) democratie en de problemen in vooral de grote steden.

Betrokkenen vragen zich zelfs af of mister big city wel genoeg ruimte aan zijn college Van Boxtel zal geven, die tenslotte speciaal voor het grote steden- en integratiebeleid is aangetrokken. “Ik denk dat Bram wel zo verstandig is”, zegt Van Dijk, die als minister veel te maken had met de burgemeester van Rotterdam. Op het ministerie denken ze ook dat het wel los zal lopen met de competentiestrijd. Al merken ze fijntjes op dat Van Boxtel niet voor niets op dezelfde gang als Peper is neergezet.