Den Haag dreigt Unie met veto

STRAATSBURG, 8 OKT. Nederland gaat een veto uitspreken over de financiering op lange termijn van de Europese Unie, als er geen oplossing wordt gevonden voor de buitensporig hoge bijdrage die Den Haag aan de EU-begroting levert. Dat heeft de staatssecretaris voor Europese Zaken, Dick Benschop, gisteren in Straatsburg gezegd.

Benschop reageerde daarmee op een rapport van de Commissie over de financiering van de EU, dat gisteren werd gepubliceerd. Daarin erkent de Commissie voor het eerst dat Nederland (net als Duitsland, Zweden en Oostenrijk) onevenredig veel aan 'Brussel' betaalt, maar voegt daar onmiddellijk aan toe niets te voelen voor een spoedige verandering van de financiering van de EU.

Het paarse regeerakkoord gaat uit van een daling van de Nederlandse bijdrage aan de EU in 2002 met 1,3 miljard gulden. De Commissie wil de financiering van de EU pas aanpassen tegen de tijd dat er nieuwe lidstaten bijkomen, dat is op z'n vroegst in 2003. Benschop, die in Straatsburg was om kennis te maken met het Europees Parlement, zei gisteravond dat Nederland in maart volgend jaar niet zal instemmen met een nieuwe lange-termijnbegroting van de EU, als de neerwaartse aanpassing van de nettobijdrage niet tegelijkertijd geregeld wordt. Deze koppeling aan de begroting voor de jaren 2000 tot 2006 dreigt de onderhandelingen daarover nog moeizamer te maken dan al was voorzien.

Volgend jaar zal de Nederlandse nettobijdrage aan de EU nog stijgen, terwijl Duitsland, Oostenrijk en Zweden minder gaan betalen. Maar de Commissie verwacht dat de stijging van de Nederlandse betalingen aan Brussel op langere termijn als gevolg van de uitbreiding van de EU minder zal zijn dan die van de andere lidstaten. Bovendien herhaalt de Commissie haar eerdere standpunt dat de Nederlandse positie minder ernstig is dan op het eerste gezicht lijkt als gevolg van het zogeheten Rotterdam-effect. Dit heeft betrekking op importtarieven die Nederland ten behoeve van andere landen int in de haven van Rotterdam. Deze maken deel uit van de Nederlandse bijdrage aan de EU, maar worden in feite betaald door de landen waarvoor de goederen die in Rotterdam aankomen zijn bestemd.

Staatssecretaris Benschop toonde zich overigens tevreden over de erkenning van de Commissie dat Nederland een onevenredig aandeel in de lasten van de EU heeft. Hij beschouwde dit als een resultaat van Nederlandse inspanningen. “Ik denk niet dat dit rapport een half jaar geleden geschreven zou zijn”, aldus Benschop.

Nederland wil volgens hem een daling van de nettobijdrage bereiken door geen enkele groei van de uitgaven toe te staan bij de lange-termijnbegroting van de EU. De Commissie voorziet wel in een groei van de uitgaven. Nederland wil ook dat een deel van de inkomenssteun voor boeren voortaan niet meer door de EU, maar door de lidstaten wordt betaald.

Pagina 6: Nederland wil redelijk aandeel structuurfondsen

Nederland wil ook dat de betalingen uit de structuurfondsen voor achtergebleven gebieden per hoofd van de bevolking dalen, terwijl de Commissie juist een stijging voorziet.

Als het totaalbedrag van de structuurfondsen is betaald, wil Nederland volgens Benschop daaruit vervolgens een redelijk aandeel ontvangen. Dat op dit ogenblik structuurgeld voor Nederland in een zogeheten stuwmeer staat omdat Nederland het niet kan verwerken doet er volgens de staatssecretaris niet toe. Hij voorziet dat Nederland dit geld tijdig zal opnemen.

[Het ministerie van Financiën is tevreden over het rapport van de Europese Commissie. “De Commissie erkent voor het de netto-positie van Nederland”, zei een woordvoerder vanmorgen. “Dat is een goed begin van de onderhandelingen.”]

De Commissie beperkt zich in het rapport tot het opsommen van mogelijkheden voor wijziging van het financieringssysteem van de EU. Volgens Europees commissaris Liikanen (Begroting) wil de Commissie dat op basis van het rapport “gepraat en geluisterd wordt zodat op een geschikt moment conclusies getrokken kunnen worden”.

De publicatie van het rapport is het startsein voor een harde strijd tussen de lidstaten van de EU over de onderlinge lastenverdeling. De voorzitter van de Europese Commissie, Santer, benadrukte bij de presentatie van het rapport in het Europees Parlement dat voor veranderingen van de lastenverdeling binnen de EU in vrijwel alle gevallen de instemming van alle lidstaten nodig is. Hij zei te hopen dat het document tot het objectief maken van “een moeilijk en politiek gevoelig debat”.

De Commissie blijft bij haar oude standpunt dat een onomstreden berekening van de netto-bijdrage van een lidstaat - het verschil tussen de afdrachten aan Brussel en de opbrengsten van het lidmaatschap van de EU - onmogelijk is. Maar onder druk van Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Zweden is de Commissie in haar rapport toch van netto posities van lidstaten uitgegaan.

Voor verbetering van de lastenverdeling tussen de lidstaten - waardoor de Nederlandse netto-bijdrage aan de EU zou dalen - ziet de Commissie verschillende mogelijkheden. Het eerste is een vereenvoudiging van het huidige financieringssysteem door de invoering van een systeem gebaseerd op het bruto nationaal product per inwoner in de verschillende lidstaten, dat door zuidelijke lidstaten is bepleit.

Een ander zou zijn de toepassing van een algemeen correctie mechanisme voor landen die onevenredig veel aan de EU bijdragen. Die zogeheten netto-begrenzer is door Nederland bepleit. De Commissie ziet bij beide systemen nadelen en toont geen enkele voorkeur. De invoering van een van deze systemen vereist eenstemmigheid van de EU-lidstaten. Er is weinig zicht op dat die kan worden bereikt.

In het rapport wijst de Commissie er herhaaldelijk op dat de speciale financiële regeling die in 1984 met Groot-Brittannië is overeengekomen uit de tijd is. De omstandigheden zijn sinds 1984 zodanig verandert, dat de Commissie van mening is dat er opnieuw met Groot-Brittannië moet worden onderhandeld over de het geld dat dit land jaarlijks terug krijgt. De Britse premier Thatcher wist indertijd te bereiken dat haar land tweederde van de netto-bijdrage aan de EU terug ontvangt, omdat de Britse bijdrage aan de EU landbouwbeleid onevenredig groot zou zijn.

Voor verbetering van de lastenverdeling tussen de lidstaten ziet de Commissie ook de mogelijkheid van een vermindering van de landbouwuitgaven. Dat zou kunnen gebeuren door een deel van de landbouwuitgaven weer tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten zelf te maken. Volgens de Commissie zou dat kunnen door 25 procent van de huidige inkomenssteun voor boeren aan de lidstaten terug te geven, die vervolgens zelf moeten beslissen hoeveel ze uit eigen kas aan hun boeren betalen. Er is berekend dat dit voor Nederland een besparing kan opleveren van ongeveer 400 miljoen gulden per jaar.

Voorzitter Santer van de Europese Commissie zei gisteren dat zo'n wijziging van het landbouwbeleid niet mag betekenen dat besluitvorming over landbouw ook uit Brussel terug naar lidstaten gaat. Frankrijk behoort met Spanje tot de tegenstanders van zo'n mede-financiering door de lidstaten. Het vreest dat deze aanpassing van het landbouwbeleid leidt tot concurrentievervalsing. Voor deze maatregel is echter geen eenstemmigheid van de lidstaten vereist. Een gekwalificeerde meerderheid volstaat.