De witte kluifjeszwam

Ze zijn er weer, de satansboleet, de rode koolzwam, de valse hanekam, de gekraagde aardster, de panteramaniet, de dodemansvinger en al die andere 'kinderen der duisternis', met hun fraaie en vaak bizarre namen. Een bodem van mos of humus is niet in staat hun groeikracht te beteugelen. Namen als heksenboter, duivelsbroodrussula en heksenkring herinneren nog aan het oude bijgeloof.

Paddestoelen waren vroeger inderdaad 'kinderen der duisternis', voortgebracht door de 'uitwerpselen der aarde', die het bloed bedierven en de geest vertroebelden. Als medicijn worden ze nog steeds niet hoog aangeslagen - in de boekjes van kruidenvrouwtjes als Klazien uit Zalk schittert de zwammenflora door afwezigheid. Van oudsher stonden de natuurgenezers wantrouwig tegenover dit 'duivelsgebroed', dat uit het niets tevoorschijn scheen te komen. Dat laatste was zeker het geval met de hallucinogene of roesverwekkende paddestoelen.

Maar eens waren zij het heilige kruid van de Siberische sjamaan. Raakte hij in zijn tent al dansend en trommelend in trance, dan vloog zijn ziel door het rookgat naar buiten. Die ging in de onder- en bovenwereld advies inwinnen over de aard van de ziekte van zijn patiënten. Het kaalkopje is een andere zwam die bij liefhebbers van een gratis 'trip' zeer gewild is. Het vruchtvlees bevat psilocybine, een LSD-achtig roesmiddel, dat ook voorkomt in een Mexicaanse paddestoel, die het hart vormt van een indiaanse eredienst. Dankzij het 'vlees van God', raken de aanhangers in een trance en zien zij visioenen waarin de wereld in kleuren uiteenspat.

Aan de rand van Appelscha ligt de Bosberg, een voormalig stuifzandgebied dat in de vorige eeuw met grove dennen werd beplant. Een paar jaar geleden maakte ik er een wandeling met een boswachter die hele percelen bos mycologisch (mycologie = kennis van zwammen en schimmels) in kaart had gebracht. Wie iets meer over een paddestoel wil weten, zo leerde ik, moet eraan ruiken, er in knijpen en de sporen uit de hoed schudden. Bij sommige soorten speelde de geur een voorname rol: vandaar dat hun naam begon met 'anijs', 'kaneel', of 'stink'. De boswachter wees mij van alles aan, maar helaas, de witte kluifjeszwam kon hij nergens meer vinden. Dit vreemde groeisel, dat met zijn krulhoedje en ribbelsteel zo uit een sprookjesboek lijkt te zijn weggelopen, bloeide een jaar eerder nog naast een schelpenpad.

Een herfst later dwaalde ik met een mycologe van het Biologisch Station in het Drentse Wijster door de bossen bij Dwingeloo. Zij liet mij een 'paddestoelenbijbel' zien waarin bijna 3.500 soorten paddestoelen worden beschreven. Voor iemand als Marten Toonder zou de lijst een goudmijn zijn. Enkele voorbeelden: fijnschubbige aardtong, klompvoetchampignon, kamelemestspikkelschijfje, kruipwilgzompzwam, ruwsporig harshaarveegje, elzekatjesmummiekelkje, klein krentebrijkorstje, bleke barsthoed, berijpte rouwridderzwam, roetkleurige schijntrechterzwam en terneergeslagen bekerzwam. Onderweg zag ik verschillende soorten russula's, melkzwammen, champignons en inktzwammen, maar de witte kluifjeszwam liet zich wederom niet zien.

Weer een herfst later had ik in de Flevopolders meer succes. Daar zag ik hoe zich uit een mospakket een hagelwit steeltje verhief waarop een donkerbruin, zadelvormig hoedje prijkte. Een kluifjeszwam! Niet de witte, maar de holsteelkluifjeszwam. 'Vrij zeldzaam' stond er in mijn paddestoelenboek.

Dit keer heb ik opnieuw een kijkje bij Appelscha genomen. Langzaam peddelde ik over schelpenpaadjes die het ene donkere stuk bos met het andere verbinden. Het aardige van paddestoelen is dat je ze eerder aan de bosrand en langs de berm aantreft dan in de duisternis van het woud. En opeens zag ik 'm: een gegroefd steeltje met daar bovenop een scheef wit kluifje. Ik zette de fiets aan de kant en liep langzaam verder. Her en der staken de kluifjeszwammen hun bizarre hoedjes boven de humuslaag uit. Het leken wel boodschappers van een andere planeet.