Bouwsector slordig met veiligheidsregels

Het aantal dodelijke ongelukken in de bouw stijgt. Overheid en bonden wijzen met de vinger naar elkaar. De bouwvakker beseft dat hij zelf niet vrijuit gaat.

ROTTERDAM, 8 OKT. “Even afkloppen hoor. Gijs van Beek enJohn Kloezeman prijzen zich gelukkkig: een dodelijk ongeluk in de bouw hebben ze nog nooit meegemaakt. Ze werken op dit moment als monteurs aan de aluminium gevelbekleding van een Rotterdams kantoorpand van projectonwikkelaar Eurocommerce. Van Beek is ooit wel eens drie meter naar beneden gekukeld. “Veiligheid, ach, het blijft toch vooral een zaak van jezelf”, vindt hij. “Regels? Die moeten er zijn natuurlijk. Maar in de praktijk houdt bijna niemand zich eraan. Je hebt nou eenmaal niet altijd zin om die helm op te zetten. Dat gaat maar zweten en als je loopt te sjouwen valt-ie toch van je kop.

Het aantal dodelijke ongelukken in de bouw stijgt al enige jaren. In 1993 vielen er 12 doden, vorig jaar 32. Het werkelijke aantal ligt wellicht een stuk hoger want de verplichte registratie is zo lek als een mandje. Betrokkenen voeren tal van redenen voor de stijging aan.

De Bouw- en Houtbond FNV schreef onlangs in een brief op hoge poten aan staatssecretaris H. Hoogervorst van Sociale Zaken dat de overheid verzaakt. Maatregelen zijn ondanks herhaaldelijk waarschuwen van de bond uitgebleven. Sterker nog, de aandacht voor veiligheid in de bouw zou zijn afgenomen.

Onzin, stelt het ministerie van Sociale Zaken, dat de bal terugkaatst: “Er heerst in die sector een houding van: we trekken ons er niet veel van aan.” Feit is dat de Arbeidsinspectie, die moet controleren of wettelijke bepalingen niet worden overtreden, wat minder vaak bij de bouwbedrijven langskomt dan vroeger. Maar de inspecties, vorig jaar waren er 6.267, zijn volgens Sociale Zaken veel “uitgebreider en grondiger dan vroeger.

“Moeten we dan op iedere werknemer een inspecteur zetten?, vraagt een woordvoerder zich af. “Zo kan je wel aan de gang blijven. Het ministerie wijst erop dat werkgevers en werknemers in eerste instantie zelf verantwoordelijk zijn voor een veilige werkplek.

Uit een onderzoek van Sociale Zaken blijkt dat de sociale partners de regels van het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandigheden, die tegenwoordig vallen onder het Arbobesluit, op grote schaal overtreden. De inhoudelijke kennis van het Bouwprocesbesluit is in de meeste gevallen oppervlakkig, luidt een van de conclusies. Daardoor komt een van de belangrijkste aspecten, een veiligheids- en gezondheidsplan dat al in de ontwerpfase opgesteld moet worden “maar matig uit de verf”. Volgens de woordvoerder is een “attitudeverandering noodzakelijk.

Dat verwijt treft het zere been van onder andere het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB). De werkgeversclub klom recent ook in pen en meldde het dagblad Cobouw dat “de bouwbedrijven en hun werknemers hard werken aan de verbetering van de arbeidsomstandigheden.

Opdrachtgevers worden volgens het AVBB aangesproken op hun plicht een veiligheids- en gezondheidsplan op te stellen. Er wordt veel geld gestoken in onderzoek en in voorlichting. En “nieuwe werkmethoden moeten de arbeidsomstandigheden verbeteren.

Stichting Arbouw, waarin de sociale partners samenwerken, signaleert wel een ander probleem. Met name kleinere bouwbedrijven maken volgens directeur L. Akkers te weinig gebruik van de Arbodiensten, die onder andere adviseren over arbeidsomstandigheden. Op hun beurt zouden de Arbodiensten over te weinig mensen beschikken die thuis zijn in de bouw. De FNV wil daarom honderd arbeidsongeschikten omscholen tot arbo-adviseurs en in dienst nemen van de bedrijfstak.

Niet iedereen wil het met zoveel woorden zeggen, maar over één punt lijken de partijen het eens: de werkdruk stijgt. De keuze tussen het halen van de deadline of het in acht nemen van alle veiligheidsvoorschriften blijkt snel gemaakt. “De concurrentie is groot. Voor jou tien anderen, zegt monteur John Kloezeman. “Iedereen is liever gisteren dan vandaag klaar.

Aannemers en onderaannemers schuiven de verantwoordelijkheid voor het nemen van veiligheidsmaatregelen vaak op elkaar af, constateert Kloezeman. “Als puntje bij paaltje komt, roept iedereen: en wie gaat dat betalen? Niettemin vindt hij dat de aandacht voor arbeidsomstandigheden toeneemt. Steeds meer bouwvakkers volgen cursussen veiligheid, en steeds meer aannemers hameren er volgens hem op dat de regels worden nageleefd. “Maar al denken we er als werknemers zelf vaak nog te makkelijk over, en zijn nog zat aannemers die er ook niet warm voor lopen.”

Volgens S. van Doorn, hoofd Arbo en Milieu van de Maarssense Strukton Groep, moeten niet alleen de sociale partners en de overheid aandacht besteden aan arbeidsomstandigheden. Hij ziet tevens een schone taak voor het onderwijs weggelegd. “Jongens die wij binnenkrijgen kunnen heus wel met een zaagmachine overweg. Maar van arbeidsomstandigheden hebben ze geen kaas gegeten. Taken, bevoegdheden, controleren, we moeten ze allemaal zelf bijbrengen wat daar bij komt kijken. Daar mag echt wel wat aan veranderen.