Zoektocht naar diamant in Siberië

De brief die nooit verzonden werd (Neotpravlennoje pismo). Regie: Michail Kalatozov. Met: Tatjana Samoljava, Jevgeni Oerbanski, Innokenti Smoktoenovski, Vasili Livanov. In: Filmmuseum, Amsterdam, 8 t/m 14 okt. 19.00u., 15, 18 t/m 21 okt. 21.30u.

De Russische filmmaker Michail Kalatozov (1903-1973) componeerde zijn filmbeelden als abstracte schilderijen. Het leverde een dynamisch spel op met licht en donker en diagonale lijnen. Daar konden we ons een paar maanden geleden door laten overdonderen in het door het Filmmuseum uitgebrachte en gerestaureerde Soy Cuba! (1960), Kalatozovs flamboyante epos over de Cubaanse revolutie, en in mindere mate nu weer in De brief die nooit verzonden werd (Neotpravlennoje pismo, 1959), een onlangs door het Filmmuseum verworven film die Kalatozov na zijn succesvolle Gouden Palm-winnaar Als de kraanvogels overvliegen (1958) en voor Soy Cuba! maakte. De indruk zou gewekt kunnen worden dat het hier een tussendoortje betreft, en hoewel de film minder overweldigend is dan de beide andere, geven ze met z'n drieën een sterke indruk van Kalatozovs vruchtbaarste periode als cineast.

Het is een formalistische film, waarin persoonlijke gevoelens van de hoofdpersonen direct worden gespiegeld aan een grotere thematiek van leven en dood, arbeid en idealisme en waarin voor elke gemoedstoestand een visuele pendant moet worden gevonden. Vier geologen, drie mannen en een vrouw, zijn op een staatsmissie naar Siberië op zoek naar diamant. Wetenschappers hebben uitgedokterd dat het gesteente daar dezelfde samenstelling moet hebben als in Zuid-Afrika en daar zijn immers diamantmijnen te over.

De acteurs lijken wel gebeeldhouwd uit het graniet, de modder en het stof waarin zij dag in dag uit naar diamanten zoeken. De zweetdruppels op hun voorhoofd glinsteren zo helder dat de indruk wordt gewekt dat het arbeiderszweet, de inspanning en de overtuiging de eigenlijke edelstenen zijn waarnaar zij op zoek zijn.

Ontberingen en tegenslagen zijn hun deel, maar elke teleurstelling wordt dapper goedgepraat met heroïsche wandtegelwijsheden als 'grote ontdekkingen vergen groot geduld' of 'de mens onderscheidt zich van een dier omdat hij zich kan beheersen.' En het 'de natuur is geduldig en bewaart haar geheimen zorgvuldig, maar we zullen zoeken, zoeken, zoeken', herinnert in al z'n stelligheid aan de hartstochtelijk uitgesproken slotwoorden van Anton Tsjechovs toneelstuk De drie zusters: 'we zullen werken, werken, werken.'

De brief die nooit verzonden werd is behalve om zijn tegenwoordig bijna verkwistend aandoende beeldenveelheid, cinematografische wellust en romantische tragiek ook een onthullend tijdsdocument. De in de film zo schaamteloos bezongen bevlogen pioniersgeest grenst aan een obsessionele bezetenheid, een manisch doorzettingsvermogen waar tegenwoordig geen heldendom meer aan ontleend kan worden.