'Werk op niveau? Eerst een baan in de echte wereld'

Naar doctorandi in de letteren of sociale wetenschappen is al jaren weinig vraag op de arbeidsmarkt. Nu blijken ze sneller bereid om onder hun opleidingsniveau te werken.

ROTTERDAM, 7 OKT. Twee jaar is Margriet Ekels (28) al caissière bij een supermarkt in Rosmalen. Ze is afgestudeerd in de sociale psychologie. Een half jaar na haar afstuderen kreeg ze een contract voor 32 uur in de week. “Ik wilde eigenlijk aio of oio worden, ik wilde promoveren. Ik heb ook een aantal keren gesolliciteerd.” Maar ze werd steeds afgewezen. Ekels had geen werkervaring in wat ze “de echte wereld” noemt, buiten de universiteit. “Als er dan op een advertentie 400 mensen reageren ben je gauw uitgepraat.”

Sollicitanten zijn eerder geneigd om een baan aan te nemen die onder hun opleidingsniveau ligt dan vijftien jaar geleden, meldde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorige maand. Uit onderzoek van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA) blijkt dat vooral het aantal mensen met een academische opleiding dat onder zijn niveau werkt, de afgelopen jaren sterk is toegenomen. Was dit in 1971 nog slechts 4,4 procent van de academici, in 1985 was dit 14,6 procent en in 1995 21,9 procent. Onder mensen met lagere en middelbare opleidingen is het percentage overschoolden de laatste tien jaar veel minder sterk gestegen.

Volgens F. Huijgen, een van de OSA-onderzoekers, is het gebruikelijk dat academici twee of drie jaar onder hun niveau werken voordat ze doorgroeien naar een betere positie. Die lagere functies fungeren dan als een soort 'wachtkamer'. Maar een groot aantal mensen blijft in die 'wachtkamer' hangen. “Soms zie je dat mensen het gewoon niet gehaald hebben, dat ze tien à vijftien jaar onder hun niveau werken”. Zij lopen een zodanige achterstand op, dat ze moeite hebben om nog werk te vinden dat past bij hun opleidingsniveau. In 1995 werkte een op de vijf academici vier jaar of langer onder zijn niveau.

Zover heeft Margriet Ekels het niet laten komen. Ze heeft besloten zich te laten omscholen tot ICT-specialist en volgt nu een opleiding tot computer-programmeur op HBO-niveau. Uit onderzoek dat het NIPO in opdracht van de Volkskrant uitvoerde, bleek vorige week dat personeelsfunctionarissen van bedrijven vaak de voorkeur geven aan HBO'ers boven academici. Maar volgens OSA-onderzoeker F. Huijgen betekent dit “zeker niet” dat HBO'ers academici verdringen van de arbeidsmarkt: er zijn überhaupt minder academici nodig dan HBO'ers. “Er is bijvoorbeeld veel werkgelegenheid in het Midden- en Kleinbedrijf, maar daar zijn vrijwel geen academici nodig. Voor veel kleinere bedrijven is het al een hele stap om een HBO'er aan te nemen.”

Bij HBO-opleidingen is de aansluiting met de arbeidsmarkt beter, omdat HBO-instellingen meer contact hebben met het bedrijfsleven dan universiteiten, aldus Huijgen. Dat maakt de kans op een 'mismatch' kleiner. Ook zijn HBO'ers praktisch opgeleid en daardoor direct inzetbaar, terwijl academici vaak eerst een traineeship moeten doorlopen. “Waarom zou je dan een academicus aannemen als een HBO'er goedkoper is en langer tevreden in een bepaalde baan? Academici willen toch weer doorgroeien.”

Het hangt sterk van de opleiding af of academici werk onder hun niveau moeten accepteren, onderstreept A. Renique, secretaris onderwijszaken van de werkgeversorganisatie VNO/NCW. Naar sommige studierichtingen, zoals kunstgeschiedenis en letteren, is weinig vraag. De werkgeversorganisatie probeert het probleem aan te pakken door bij scholieren de belangstelling voor natuurwetenschappelijke en technische opleidingen te stimuleren.

Omscholing is een hele stap, vindt Margriet Ekels. Mensen die via het arbeidsbureau werk zoeken kunnen met behoud van uitkering een opleiding volgen, maar zij heeft zelf ontslag genomen bij de supermarkt. Nu heeft ze een half jaar geen inkomen. Ze zal moeten leven van het geld dat haar vriend verdient en haar spaargeld moeten aanspreken. Maar ze heeft het er voor over. “Ik heb altijd met plezier bij de supermarkt gewerkt, maar op een gegeven moment wil je wel weer met je hoofd bezig zijn.”