Vervuiler moet nu eens echt betalen

In de Miljoenennota voor het komend jaar staat geschreven dat extra geld wordt vrijgemaakt voor het milieu. Bovendien zal het belastingstelsel als gevolg van een verdere uitbreiding van de ecotax op energie 'groener' worden. Dat is uit milieu-oogpunt natuurlijk zinvol, maar zolang veel milieuschadelijke activiteiten nog steeds worden gesubsidieerd, lijkt het toch op water naar de zee dragen.

Uit recent onderzoek (AIDEnvironment, 1998) blijkt dat er 174 directe en indirecte milieuschadelijke subsidies zijn van in totaal 17,6 miljard gulden. Volgens de milieu-organisatie Greenpeace gaat er zelfs alleen al 13 tot 25 miljard gulden naar subsidies die de uitstoot van het broeikasgas CO bevorderen. De subsidies, belastingvrijstellingen en verlaagde tarieven stammen uit een tijd dat veel milieuproblemen geen politiek thema waren. Nu is politieke moed geboden om deze scheefgroei recht te trekken. Dat kan door afschaffing van de subsidies, om bedrijven die er verslaafd of gewend aan zijn geraakt, te 'benadelen'. Het vrijkomende geld zou overigens (deels) kunnen worden besteed aan milieuvriendelijke bedrijvigheid en werkgelegenheid.

Een voorbeeld van een milieuschadelijke subsidie is de vrijstelling van de ecotax op energie die grootverbruikers zoals de industrie en de glastuinbouw genieten. De industrie zou heel goed een prijsverhoging kunnen krijgen tot het prijsniveau voor grootverbruikers in onze buurlanden. De vrijstelling waar de glastuinbouw van profiteert, komt neer op subsidie van 70 miljoen gulden per jaar. Tot nog toe plukt de glastuinbouw ook nog de vruchten van het goedkope grootverbruikerstarief voor aardgas (subsidie 449 miljoen gulden/jaar; opbrengst 0,6 miljoen ton CO/jaar), dat nu iets wordt verhoogd.

Ook zijn er de opvallende subsidies voor vliegreizen. Vliegtickets zijn vrijgesteld van BTW, vliegtuigbrandstof van accijns en dan zijn er nog de taxfree shops. Bij elkaar een subsidie van 1.809 miljoen gulden per jaar en 1.730 miljoen kilogram extra CO-uitstoot. De vliegsubsidies kunnen niet door Nederland in zijn eentje worden aangepakt, maar een heel actieve bemoeienis van Nederland om het zover te krijgen in Europa is dringend gewenst.

Voorts zijn veel Europese en Nederlandse landbouwsubsidies discutabel strijdig met milieu-beleidsdoelen. De EU subsidieert bijvoorbeeld de export van producten uit de bio-industrie naar landen buiten de EU, waardoor het mestoverschot en het dierenleed in Nederland groot blijven. Ook in het rijtje past het plan van de regering om de verbranding van pluimveemest te subsidiëren. Behalve afschaffing van milieuschadelijke subsidies, kunnen milieuheffingen worden ingesteld die zowel het milieu dienen als voor extra budget zorgen. Zo levert verhoging van de BTW van 6 naar 17,5 procent op vlees en eieren uit de gangbare landbouw een flinke milieuwinst op en ook ruim 1 miljard gulden.

De Dierenbescherming, de milieubeweging en 51 procent van de achterban van de Consumentenbond zijn daar voorstander van, als milieuvriendelijk geproduceerd vlees - dat in het lage BTW-tarief blijft - dan relatief goedkoper wordt. Ook kan de ecotax op energie worden verdubbeld en zijn heffingen gewenst op oppervlaktedelfstoffen, grondwater, bestrijdingsmiddelen, evenals een hoog BTW-tarief voor water, kunstmest, en bestrijdingsmiddelen. Kortom, niet de vervuiler wordt beloond, maar de vervuiler betaalt.