Staatssecretaris tegen; Kamer wil WAO voor ME-patiënt

DEN HAAG, 7 OKT. Staatssecretaris Hoogervorst (Sociale Zaken) zal met het kabinet overleggen of de richtlijn waarmee verzekeringsartsen bepalen of iemand met het ME-syndroom recht heeft op een WAO-uitkering, een wet kan worden.

Zelf voelt Hoogervorst daar weinig voor. Behoudens de VVD-fractie is de Tweede Kamer evenwel voor een wettelijke status van de richtlijn. Dit bleek vandaag bij een overleg tussen Tweede Kamer en staatssecretaris over de toekenning van WAO-uitkeringen aan ME-patiënten.

De keuringsrichtlijn is vooral relevant voor mensen die wegens de chronische vermoeidheidsziekte ME niet in staat zijn te werken en daarom een beroep doen op de WAO. Omdat ME en de gevolgen van een whiplash op grond van objectieve criteria moeilijk is vast te stellen is de door artsen geschreven richtlijn in het leven geroepen. Op grond van de richtlijn kunnen zij ook bij een vermoeden van arbeidsongeschiktheid wegens vermoeidheidsklachten, besluiten iemand geheel of gedeeltelijk af te keuren.

De meerderheid van de Kamer wil de richtlijn omzetten naar een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) die aan de arbeidsongeschiktheidswet 'hangt'. Door de richtlijn een wettelijke status te geven hoopt de Kamer dat vooral het hoogste rechtscollege in de sociale zekerheid, de Centrale Raad van Beroep, de richtlijn gaat toepassen. Omdat de rechters van de Raad de richtlijn als niet bindend beschouwen, baseren zij hun uitspraken over wie recht heeft op een uitkering, op de veel strengere wet. Maar deze gaat uit van objectieve criteria die bij ME en whiplash nauwelijks vast te stellen zijn.

Hoogervorst legt de wens van de Kamer vooralsnog naast zich neer. Hij stelt dat het uiterst moeilijk is een beschrijvende richtlijn die geschreven is door artsen, om te zetten in de juridische tekst die nodig is voor de AMvB. Zijn voorganger De Grave wees er eerder dit jaar op dat door deze 'omzetting' de richtlijn wel eens strikter uit zou kunnen vallen dan dat deze nu is. Verder gelooft de huidige staatssecretaris Hoogervorst niet dat de Centrale Raad van Beroep anders met een AMvB om zal gaan dan met een richtlijn die voor de uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid bindend is.

De bewindsman bleek zich net als de Tweede Kamer wel grote zorgen te maken over de rechtsongelijkheid die als gevolg van de richtlijn is ontstaan.