'Spoedig top over financiële crisis'

WASHINGTON, 7 OKT. De leiders van de belangrijkste industrielanden komen mogelijk binnen enkele weken bijeen voor een topontmoeting over de mondiale financiële crisis.

De Amerikaanse president Clinton deed gisteren tijdens de jaarvergadering van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) en Wereldbank de krachtigste oproep tot nu toe voor “beslissende actie”.

Een functionaris van het Witte Huis verklaarde tegenover het persbureau Reuters dat een mogelijke top de leiders kan omvatten van de Groep van zeven industrielanden (G7), eventueel aangevuld met Rusland en andere landen. De functionaris, die anoniem wil blijven, onderstreepte dat het nog slechts “een idee” betreft. Een andere Witte-Huisfunctionaris verklaarde tegenover Reuters dat het ministerie van Financiën “niet denkt dat een top op dit moment productief is”.

Het televisiestation CNN meldde gisteren dat het voorstel voor een top afkomstig is van de Britse premier Blair. Hij zou de leiders volgende maand naar Londen willen uitnodigen. Groot-Brittannië is momenteel voorzitter van de G7.

Volgens Clinton is de huidige financiële crisis ook een politieke uitdaging. “De financiële crisis vormt een harde test of democratieën in staat zijn brede publieke steun te verwerven voor moeilijke beslissingen die vandaag offers vragen voor de groei van morgen”, aldus Clinton op de eerste dag van de jaarvergadering voor een gehoor van enkele duizenden mensen uit de financiële wereld.

De president deed een zeer krachtige oproep aan Japan om zijn economie weer op gang te brengen. “Nu hangt de gezondheid van Azië en, ja zelfs, de wereld af van Japan.” Clinton sprak zijn vertrouwen uit dat door gezamenlijke actie een eind aan de huidige crisis kan worden gemaakt.

De president deed opnieuw een beroep op het Congres in te stemmen met de Amerikaanse bijdrage aan de verhoging van de IMF-reserves. Andere landen hebben dit als voorwaarde gesteld voor steun aan een Amerikaans plan voor een noodfonds, in het kader van het IMF, voor landen waar 'besmetting' door de financiële crisis dreigt.

De Japanse minister van Financiën, Kiichi Miyazawa, erkende dat de situatie van de Japanse economie “zeer ernstig” is. De bewindsman zei dat Tokio hierop “gepaste antwoorden” zal geven, inclusief de uitvoering van een aantal door zijn regering al aangekondigde maatregelen. Miyazawa noemde de yen “excessief ondergewaardeerd” en zei dat zijn land dit niet zal accepteren. De koers van de yen reageerde met een stijging tot 129,70 per dollar. Miyazawa onderstreepte de eerdere Japanse toezegging voor “aanvullende steun” aan de Aziatische buurlanden ter waarde van 30 miljard dollar.

De Britse minister van Financiën, Gordon Brown, zei in zijn rede dat de belangrijke industrielanden “niet meer zo vastbesloten zijn geweest sinds de naoorlogse periode van internationale economische transformatie”.

Zijn Chinese collega, Xiang Huaicheng, sprak zijn vertrouwen uit dat zijn land dit jaar de beoogde economische groei van 8 procent zal realiseren. Het IMF had vorige week een Chinese groei van 5,5 procent voorspeld. De bewindsman zegde opnieuw toe dat Peking de Chinese munt niet zal devalueren. Volgens IMF-topman Michel Camdessus is het “te dramatisch” om van een mondiale recessie te spreken. “Maar de duidelijke risico's roepen op tot onmiddellijke actie.”

Wereldbank-president James Wolfensohn waarschuwde voor de snel toenemende armoede als gevolg van de huidige financiële crisis. Zo zijn volgens Wolfensohn in Oost-Azië 20 miljoen mensen terug in de armoede. Hij kondigde aan dat de Wereldbank direct meer geld zal vrijmaken voor sociale vangnetten.

Hij waarschuwde ook dat de “politieke stabiliteit” in de wereld gevaar loopt, indien de vraagstukken van armoede en sociale rechtvaardigheid niet worden opgelost. “Laten we niet stoppen bij de financiële analyse”, aldus Wolfensohn.