Schotse trainer Jim Calderwood geeft grijze muis NEC weer kleur; Geen klokhuizen in de kleedkamer

Sinds de Schotse trainer Jim Calderwood in juli 1997 bij NEC aantrad, gaat het goed met de Nijmeegse voetbalclub die na zeven wedstrijden vijfde staat in de eredivisie, nog vóór Ajax en PSV.

NIJMEGEN, 7 OKT. Het zelfvertrouwen waarmee de spelers van NEC tegenwoordig de duels met tegenstanders aangaan, valt ook te bespeuren als het spelershome van de club wordt gebeld. “Met Manchester United”, luidt de openingszin aan de andere kant van de lijn. Een bulderende lach volgt op het grapje. Bij NEC heerst, anders dan in voorgaande jaren, een ontspannen sfeer. De grijze muis van weleer is getransformeerd tot een ploeg die aanvallend en verzorgd voetbal speelt. De club heeft zich een plek in de subtop van de eredivisie verworven en de supporters zingen tijdens thuiswedstrijden al over een Europees voetbalavontuur.

Trainer Jim Calderwood (43) gruwt van deze vorm van wishful thinking. Toch is de in Schotland geboren oefenmeester mede debet aan de opgeklopte verwachtingen. Het succes van NEC wordt voor een groot deel aan hem toegeschreven. De ploeg speelt attractief voetbal en lokt de toeschouwers weer naar stadion De Goffert. Zo bevolkten tijdens NEC-Heerenveen 8.500 mensen de tribunes. “Toen ik hier vorig jaar kwam, was het maar een dooie boel”, herinnert Calderwood zich. “De spelers kankerden op elkaar, er was geen onderling respect. Het publiek was bijzonder kritisch. Tijdens mijn eerste wedstrijd wilde ik al een supporter te lijf, die man was in mijn ogen veel te negatief over NEC.”

Calderwood volgde op 1 juli 1997 interim-trainer Looyen op, die op zijn beurt de ontslagen coach Koevermans had vervangen bij NEC. In betrekkelijk korte tijd haalde de Schot een nieuwe aanvalslinie naar Nijmegen: Latuheru en Bociek (beiden van AZ) en Abdellaoui (Rayo Vallecano). Spelers die als afgeschreven of mislukt te boek stonden, maar bij NEC direct presteerden. Later trok Calderwood vergelijkbare spelers als Schultz, Renfurm en recentelijk De Gier aan: voor het merendeel naamlozen die amper geld kostten of waar het contract van afliep. Al die spelers presteerden zonder uitzondering goed: NEC eindigde vorig jaar als achtste en is deze voetbaljaargang sterk gestart.

“Ik wil alleen maar winnaars, jongens die iedere wedstrijd iets uitstralen van 'Die tegenstander rollen we op”', vertelt Calderwood. “Echte teamspelers ook. Naam en faam zeggen me niets. Het huidige NEC kost 75.000 piek, maar we staan wel vijfde. Waarom? Omdat we een ijzersterke wedstrijdmentaliteit hebben.”

Dan, na enig nadenken: “Je moet spelers ook vertrouwen geven. Renfurm was bij Sparta hét talent op de rechtsbuitenpositie, hij ging echter kapot aan de hoge verwachtingen die men van hem had. Hij zat in de put toen hij hier kwam, was mentaal niet in orde. Van mij mag hij zijn acties maken, krijgt hij alle vrijheid in het veld. Die jongen is nu de revelatie van de ploeg.”

“De spelers mogen van mij ook best een wedstrijdje verliezen, als ze maar alles hebben gegeven om te winnen. Bij De Graafschap verloren we onverdiend met 2-1, maar het was onze beste wedstrijd van het seizoen. Na afloop heb ik de jongens allemaal een hand gegeven: good game boys, volgende keer pakken we de punten wél.”

Op de vraag wat hem nu als trainer heeft gevormd, noemt Calderwood twee voorbeelden: Rinus Michels en het Engelse voetbal. Michels was één van zijn docenten op de trainerscursus, een opleiding die een logisch vervolg was op Calderwoods profloopbaan. Die startte hij in 1972, bij het Engelse Birmingham City. “In Engeland staat discipline hoog in het vaandel. Als je iets deed wat niet door de beugel kon, mocht je van de manager de toiletten schoon gaan maken. Als trainer leg ik de spelers ook regels op. Zo wordt te laat komen streng bestraft en worden er geen klokhuizen op de grond gemieterd. Een kleedlokaal moet schoon zijn.”

Calderwood noemt Michels als lichtend voorbeeld. “Hij vertelde me dat een trainer hard moet kunnen zijn. De speler waarmee je even tevoren een dolletje hebt gemaakt moet je een minuut later kunnen uitkafferen.” Van Michels leerde hij ook hoe hij het beste een hecht collectief kon smeden. “Rinus zei altijd: 'Als er een ziekte in de ploeg zit, moet je die wegsnijden.”' Calderwood, de stem van de oud-trainer van het Nederlands Elftal imiterend: “De rotte appelen moeten eruit!”

Voetballers zijn bevoorrechte mensen, zegt de NEC-trainer. De Schot erkent dat velen met het hoofd in de wolken leven. “Ze hebben een mooie vrouw en een mooie auto onder de kont. Zijn veel te snel tevreden met zichzelf.” Voor Calderwood een extra stimulans om het beste uit spelers te halen. “Bij mijn vorige club Willem II trainde ik Jean-Paul van Gastel. Die werd een keer nukkig toen op de maandagochtendtraining niet zijn geliefde tennisvoetbal op het programma stond. Ik gaf hem ongelooflijk op zijn flikker: 'Wil je met die instelling naar Ajax of Feyenoord, Van Gastel? Zó kom je er in ieder geval nooit!' Jean-Paul werd vanaf dat momnet een echte kuitenbijter en een voetballer met hart voor de zaak.”