Premier Blair in Peking; Engeland en China maken nieuw begin

PEKING, 7 OKT. China en Engeland streven naar een “universeel partnerschap”. Dat staat in een verklaring die de Britse premier, Tony Blair, en zijn Chinese ambtgenoot, Zhu Rongji, gisteren hebben ondertekend.

“Beide partijen zijn van mening dat de tijd rijp is voor een nieuw hoofdstuk in de betrekkingen tussen China en het Verenigd Koninkrijk”, aldus de verklaring op de eerste dag van het bezoek van Blair aan China.

Blair is de eerste Britse premier die China in de afgelopen zeven jaar heeft aangedaan. Zijn vijfdaagse bezoek vormt de symbolische afsluiting van een lange periode van onenigheid tussen beide landen voorafgaand aan de overdracht van de Britse kroonkolonie Hongkong aan China, vorig jaar. China verschilde fel met Engeland van mening over de mate van democratie in de toenmalige kolonie.

Het “universeel partnerschap” dat beide landen nu hebben gesloten, behelst samenwerking op velerlei gebied; van milieubescherming tot militaire samenwerking. Engeland treedt met de overeenkomst in het voetspoor van landen als Frankrijk en Rusland die in het verleden al dergelijke verdragen hebben gesloten. De overeenkomst bevat ook afspraken over geregeld politiek overleg, waaronder gesprekken aangaande de rechten van de mens.

Hoewel een groot deel van de Westerse zakenwereld die actief is in China klaagt over geringe opbrengsten, geloven Londen en andere Europese regeringen dat China altijd nog betere vooruitzichten biedt dan de rest van de wereld. China is met meer dan 7 procent groei, de enige snel-groeiende economie in het door economische crises getergde Oost-Azië.

Blair heeft tijdens zijn gesprekken met Chinese politici en voor de camera's van de Chinese staatstelevisie zijn uiterste best gedaan een zo redelijk mogelijke beoordeling van China te geven. Evenals tijdens zijn Londense ontmoeting met Zhu Rongji in april, prees Blair ook dit keer China's “succesvolle rol” tijdens de economische crisis, die “zeer belangrijk is voor het behoud van stabiliteit” in de regio. China geniet internationaal aanzien voor zijn monetaire politiek die erger zou hebben voorkomen.

Directe kritiek op het Chinese mensenrechtenbeleid ging Blair uit de weg omdat, aldus de premier in een artikel in het Chinese Volksdagblad van gisteren, “overredingskracht en dialoog meer bereiken dan confrontatie en holle retoriek”. Achter gesloten deuren zou het een en ander over de Chinese mensenrechtensituatie zijn gezegd, maar dan vooral “in positieve zin”. De ondertekening door Peking van het Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten, afgelopen maandag in New York, duidt, aldus Blair, op belangrijke vooruitgang in het land.

Maar terwijl de inkt van de handtekeningen onder het verdrag amper is opgedroogd, hebben de Chinese autoriteiten een van China's meest vooraanstaande dissidenten vandaag kortstondig opgepakt. Xu Wenli, die voor zijn aandeel tijdens de democratische beweging eind jaren zeventig twaalf jaar lang heeft vastgezeten, werd zonder opgaaf van reden weggevoerd door de politie. Na kritiek van Blair werd Xu weer vrijgelaten.

Xu en andere dissidenten hebben na de ondertekening van het verdrag openlijk hun twijfel uitgesproken over de oprechtheid van China's nieuwe beloften en intenties.