Manipulator Miloševic kwetsbaar in Kosovo

Voor de zoveelste keer dit decennium houdt Slobodan Miloševic de sleutel van oorlog of vrede in handen. Weer heeft hij de internationale gemeenschap dusdanig genegeerd en geprovoceerd dat die wil ingrijpen. Wie is Slobodan Miloševic eigenlijk - en wat beweegt hem?

ROTTERDAM, 7 OKT. Voor sommigen is hij een ultra-nationalist, de slachter van de Balkan, een cynicus voor wie slachtoffers niet tellen, een man die doet denken aan Macchiavelli's Il Principe: genadeloos, gewetenloos, doelbewust, een oorlogsmisdadiger voor wie het doel de middelen heiligt. Voor anderen is hij een dictator, een sfinx die de openbaarheid schuwt en in achterkamers zijn kleine complotten-met-grote-gevolgen smeedt, een blufpokeraar, de slimste op de Balkan, een man die mensen gebruikt, misbruikt en manipuleert. Een intrigant. Voor weer anderen is hij een racist die zijn ergste criminelen afstuurde op de Kroaten, de Bosnische moslims en de Albanezen van Kosovo. Een voor nog weer anderen is hij een mislukkeling, die zijn eerste doel - de Servische overheersing van de Joegoslavische federatie - zag stuklopen op de desintegratie van die federatie, en die ook zijn tweede doel - de schepping van een Groot-Servië - in het vredesakkoord van Dayton moest opgeven, een mislukkeling die zijn resterende rompstaat economisch, politiek, sociaal en moreel heeft geruïneerd.

Wie is de ware Slobodan Miloševic?

Hij is eigenlijk van alles wat, maar geen van bovengenoemde kwalificaties alléén voldoet. Slobodan Miloševic, de in 1941 in Servië geboren zoon van Montenegrijnse ouders, die eerst zijn vader, later zijn moeder en volgens velen ook zijn oudere broer door zelfmoord verloor, wordt door mensen die hem kennen vooral omschreven als een kille man - alleen charmant als het hem uitkomt - en als een manipulator zonder idealen. Of liever: met idealen die hij even makkelijk inruilt als een ander zijn dagelijkse kloffie. Net zoals hij vrienden en bondgenoten laat vallen als hem dat zo uitkomt, te beginnen met zijn mentor Ivan Stambolic, die de bankdirecteur Miloševic midden jaren tachtig de politiek binnenleidde en door zijn beschermeling werd verraden toen die hem niet meer nodig had.

Warren Zimmerman, Amerikaans ambassadeur in Belgrado ten tijde van de desintegratie van de Joegoslavische federatie, omschrijft Miloševic in zijn boek Origins of a Catastrophe als een man die “vrijwel geheel gedomineerd wordt door zijn donkere zijde”, als “een ambitieuze, meedogenloze opportunist, gedreven door machtshonger” en als “een man van uitzonderlijke kilte”. “Ik heb nooit gezien dat hij ontroerd raakte door een individueel geval van menselijk lijden. Voor hem zijn mensen simpelweg abstracties. Deze beklemmende karaktertrek maakte het Miloševic mogelijk de onuitsprekelijke wreedheden van Serviërs in de oorlog toe te staan, aan te moedigen en zelfs te organiseren.”

Miloševic is niet de lange-termijnstrateeg die velen in hem zien: hij is een opportunist die reageert op basis van de dagelijkse ontwikkelingen met als bottom line zijn eigen macht. Niets anders telt. Geduld is zijn grootste troef: hij kan wachten tot de tegenstander zich bloot geeft, zijn geduld verliest of ondoordachte zetten doet. De ultieme realist, maar wel een die geen risico schuwt: hij speelt voor het alles of niets, ook al bestaat de inzet uit de levens van honderdduizenden. En hij speelt dat spel zonder scrupules en zonder geweten - maar hij is geen superman: ook Miloševic, schrijft Lord Owen, EU-onderhandelaar in de Bosnische crisis, in zijn boek Balkan Odyssey, heeft zijn “perioden van diepe depressie en besluiteloosheid”.

Owen schrijft Miloševic in talloze uren van informeel en formeel overleg te hebben leren kennen als een “meedogenloze manipulator van mensen en gebeurtenissen”. Geen racist, volgens Owen - al maakt hij wel gebruik van het inherente Servische racisme jegens de Albanezen dat onlangs nog een Servische minister, ongestraft en onweersproken, deed uitroepen dat Albanese vrouwen “kindermachines” zijn die zoveel kinderen baren dat ze zich niet eens hun namen kunnen herinneren. Miloševic, aldus Owen, is ook niet paranoïde over de wereld. Alleen macht telt, en daarvoor wijkt alles. Bondgenoten, idealen, ideologieën - of het nu het communisme, het socialisme of het nationalisme is - zijn wegwerpartikelen. Een nationalist? Toen hij nog in het openbaar achter de leiders van de Bosnische Serviërs stond, omschreef hij hen achter de schermen als 'varkens' en toen de Bosnische moslims Sarajevo kregen, zei hij tegen de Bosnische (moslim-)premier Silajdzic dat dat terecht was omdat die “lafaards in de heuvels” (de Serviërs) de stad niet hadden kunnen veroveren. “Een volmaakte politicus en een pathologische leugenaar”, noemt J.F. Brown hem in het boek Hopes and Shadows. “Schaamteloos in zijn cynisme”, schrijft Tim Judah in zijn boek The Serbs.

Een dictator? Een dictator - alweer - als het hem uitkomt. Maar niet een die valt voor de verleiding van een cultus rond zijn persoon of luxe. Hij woont bescheiden en veroorlooft zich weinig. Een beleefde man met een slappe handdruk, permanent oogcontact en wat pafferige wangen die aan die van barokke engeltjes doen denken. Schuw in het openbaar, hij vermijdt menigten en is het tegendeel van de orator: hij spreekt slecht en haperend. Slechts bij toeval ontdekte hij in 1987 waartoe hij in staat was, toen hij in Kosovo, uit een vergadering gehaald, kwade Serviërs toesprak met een geïmproviseerde rede waarin hij hun verzekerde dat “niemand u ooit nog zal slaan”. Het enthousiasme dat die uitspraak opleverde maakte hem in één klap tot Servische volksheld. De partijchef Miloševic ruilde ter plekke het communisme in voor het nationalisme, gebruikte dat Servische nationalisme vervolgens als instrument om de leiding van Vojvodina, Kosovo en Montenegro te vervangen door zijn eigen aanhang en veroorzaakte een crisis die uiteindelijk Slovenië en Kroatië de federatie uitjoeg. Hij is aldus de architect van de desintegratie van het land dat hij wilde domineren en werd in het vervolg van die mislukking de aanstichter van vier oorlogen op rij.

Kosovo maakt hem kwetsbaar. Niet Bosnië, maar Kosovo, schrijft Owen, is het thema waarmee Miloševic kwaad kan worden gemaakt: “Over Kosovo brak het masker soms. Dan kwamen we terecht in een lelijke confrontatie, alsof hij wist dat dit het terrein was waarop zijn gedrag het minst te verdedigen was, het gedrag dat hem persoonlijk kwetsbaar maakte.” Kosovo - die rede in 1987, maar nog meer de eliminering van de autonomie van Kosovo in 1989 - maakte Miloševic tot held. Kosovo is zijn legitimatie als Servië's leider. Het verklaart waarom hij zich inzake Kosovo nog dieper ingraaft en nog halsstarriger opstelt dan ten aanzien van Bosnië: Kosovo heeft hem gemaakt, Kosovo kan hem breken. Bosnië? Het door Serviërs bewoonde deel van Bosnië en het door Serviërs bewoonde deel van Kroatië waren begeerde prijzen - niet meer: Miloševic gaf ze op toen hij ze niet kon krijgen en liet zijn bondgenoten in Kroatië en Bosnië zonder scrupules in de steek. Kosovo is anders: als Servië Kosovo verliest, is het met Slobodan Miloševic gedaan.

Een speler op het scherp van de snede. Va banque. Een slimme strateeg, zij het een van de korte baan, een manipulator van gebeurtenissen van vandaag en morgen, niet van overmorgen. In de twaalf jaar van zijn heerschappij heeft Slobodan Miloševic alleen toegegeven als hij met de rug tegen de muur stond en geen seconde eerder, ongeacht de consequenties. Een cynicus en een rasopportunist, met geduld en gewetenloosheid als grootste troeven. Schaamteloos in zijn cynisme. Met één achilleshiel: Kosovo.