Kletter kletter plof

Wie heeft toch ooit verzonnen dat bossen rustgevend zouden zijn? Of werd, zoals taalpurist Heldring zou zeggen, 'geestdodend' bedoeld? Uitgestorven herfstbos, het is erkend, stemt eenzaam. Met hooguit een verdwaald meesje dat tegen het geluid van een verre snelweg zit op te tetteren. Ja hoor, we weten dat alles vergeefs is, daarvoor waren we niet naar buiten gestapt. Maar uitgestorven herfstbos met eiken maakt je razend.

Met de geur van rotting en sterfte in de neus, zou je wel eens iets levends willen zien. Een dier. Of desnoods een diertje. Dat is er niet. In ieder geval niet nu, tegelijk met jou - men wil niet met jou gezien worden.

Was het dan tenminste maar stil. Dat is het ook al niet. Af en toe klettert er iets tussen de bladeren in de boomkruinen. Je hoeft niet eens te kijken. Geen eekhoorntje, dat hier volgens zijn naam zou moeten zitten, geen boommarter en zelfs geen kraai.

Het is zo'n dom, stompzinnig eikeltje dat angstig van blad naar blad springend ter aarde stort. Steeds weer denk je even dat er toch iets te beleven valt. Maar nee. Kletter-kletter-plof. Stil. Kletter-kletter-kletter-plof.

Het leven tikt weg, en verder niets. Ja toch wel, even: een vreemd ratelend geluid, verderop. Het blijkt een auto die over een met eikeltjes bezaaid bospad rijdt, en ze met doffe plofjes uiteen laat spatten. Geen scherp protest, maar doffe berusting - meer hadden die eikeltjes ook al niet verwacht. Komen er misschien dieren op af, op die hapklaar opengewerkte slachtoffertjes? Welnee, alleen een dolende wandelaar.

De nog niet gevallen eikels leken even geschrokken te zijn. Maar de stilte valt, en nu hoor je ze weer. Kletter-kletter-plof. Hoera, eentje raakt een stronk. Kletter-kletter-tonk-plof. Toch nog wat meegemaakt vandaag.

Is door natuurdemagogen wel eens eerlijk uitgezocht hoeveel tijd mensen in bossen niet verspillen? En hoe vaak ze volkomen overspannen van een zondagse wandeling terugkeren? Ook mensen in lommerrijke villawijken moeten het nu zwaar hebben. Getroost met die gedachte ga je terug naar de stad, eikeltjes op de gebutste motorkap meevoerend. Spreeuwen! Meeuwen! Ze schreeuwen je toe, je zou ze wel willen omarmen.