Ik zeg: hallo

Ik weet niet of het u al is opgevallen, maar in rap tempo is er iets aan het veranderen in de manier waarop we een telefoongesprek beginnen.

Decennialang hebben we ons met z'n allen aan een aantal regels gehouden. Zo verlopen de openings- en slotzinnen van een telefoongesprek via een bepaald patroon. Daar is zelfs wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Voor mijn studie heb ik ooit een lijvig Amerikaans artikel moeten lezen over de manier waarop wij een telefoongesprek afronden. Ik heb me daar toen gek om gelachen. Dat je daar een wetenschappelijk artikel over schrijft! Maar later moest ik toegeven dat de auteur volkomen gelijk had: in lieve vrede een telefoongesprek afsluiten, op zo'n manier dat ieder z'n zegje heeft kunnen doen, met de juiste pauzes en stiltes - het is een hele kunst. Dat merk je onmiddellijk als je een eind probeert te breien aan een telefoongesprek met een jong kind. Die weten van geen ophouden, kennen nog niet de regel van het gelijktijdig afbreken.

Aan die slotzinnen zal niet veel veranderd zijn, maar we beginnen anders. Tot nu was het gebruikelijk om op te nemen met je naam: “U spreekt met Jan de Vries”, “met Jan de Vries”, “Jan de Vries” of nog korter “De Vries”. Er zijn er ook die alleen “met Jan” zeggen, maar dat is een minderheid. Ik heb de indruk dat vooral jongeren en alternativo's zo opnemen, maar daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken.

Er zijn ook mensen die opnemen met “hallo”. Ik heb thuis geleerd dat dat onbeleefd is, maar het komt in de beste kringen voor. Sterker nog: het komt vooral veel voor onder min of meer Bekende Nederlanders. Die beginnen meestal heel nors met “hallo”, maar als blijkt dat je geen halfgare groupie bent of een andere lastpak, begint het gesprek opnieuw, nu veel vriendelijker. Zij zijn hallo-zeggers uit zelfbescherming.

De ergste opbellers zijn degenen die alleen zeggen “met mij”. Ik haat dat echt. Ik kan niet zonder telefoon, maar dat kreng rinkelt wel op de lastigste momenten en vaak ben ik geconcentreerd met iets anders bezig. Dan heb ik helemaal geen zin om te raden wie die “mij” is, zelfs niet als het mijn eigen vader is.

Wat is er nu aan het veranderen? De opening van diegene die opneemt. Heel opvallend is dat mensen met een mobiele telefoon zelden opnemen met hun voor- en achternaam. Dat heeft een goede reden. We doen nou wel of het de normaalste zaak van de wereld is om in de rij bij de bakker, in de trein of in de wachtkamer bij de tandarts te bellen of opgebeld te worden, maar de meeste mobiele-telefoonbezitters voelen toch nog een lichte gˆene. Zeker is dat de omstanders het vaak een ergerlijke en bespottelijke vertoning vinden. Als je dan opneemt met je voor- en achternaam, is meteen duidelijk wie die vertoning verzorgt. Dus dan maar liever “met Jan” of simpelweg “hallo”.

Er is nog een andere reden waarom mobiele bellers anders opnemen. Hoewel er wel echtparen zijn die een zaktelefoon delen, zijn de meeste toch het eigendom van ´e´en persoon. De zaktelefoon wordt beschouwd als een hoogstpersoonlijk apparaat, een ding dat zich het best thuisvoelt in jouw hand, kontzak of koffertje. Degene die opbelt hoort dat te weten. Opnemen met “hallo” kan dus volstaan. Wie zou het anders kunnen zijn? Bovendien: we zien het eindeloos op tv, want in het Engelse taalgebied is opnemen met “hallo” heel gewoon.

Hoe het ook zij, het aantal hallo-zeggers neemt explosief toe. Net als het aantal mensen dat alleen nog maar met een voornaam opneemt. Wat nu nog door velen als onbeleefd wordt ervaren, is binnen een paar jaar de normaalste zaak van de wereld. Het is zelfs mogelijk dat het opnemen met voor- en achternaam straks wordt gezien als iets achterlijks. De beller denkt dan: “Ah gut, dat is nog zo'n dinosauri¨er met een draadtelefoon.”

Ook de nummerherkenning, het nieuwste snufje in de teletechniek, heeft gevolgen voor de openingszinnen. Bij de nieuwste telefoons kun je op een display zien wie er belt. Je krijgt een nummer te zien, of als dat in het toestel van de ontvanger is 'vertaald' , de naam van de beller. Dit heeft radicale gevolgen voor het begin van een gesprek. Nog voordat je de gelegenheid hebt gehad om te zeggen “met Jan”, zegt de ander: “He Jan, hoe is het met jou?” Dit gebeurt natuurlijk alleen met mensen die je vaak belt, maar dan nog: het zet momenteel vele bellers op het verkeerde been.

Het is natuurlijk ook doodzielig voor de hijgers, die nummerherkenning. Je kunt wel blokkeren dat je nummer is af te lezen, maar ja, hoeveel hijgers weten dat? Overigens hebben hijgers zich natuurlijk nooit aan de conventies van een telefoongesprek gehouden. Geen hallo, geen voor- of achternaam, niet “met mij” nee, meteen, keng, obscene taal. Dat is straks alleen nog voorbehouden aan hijgers die teletechnisch zijn onderlegd.