De prijs van de vrede

HET GOEDE NIEUWS is dat de Baskische afscheidingsbeweging ETA haar terreur voor onbepaalde tijd opschort. Het slechte nieuws is dat de Baskische nationalistische partij PNV het voortouw opeist in de gesprekken die moeten leiden tot een definitieve vrede in Baskenland. De PNV, gestuurd door leider Xavier Arzalluz, mag zichzelf graag als gematigd schetsen: gericht op Europa en ingebed in de democratie van het post-Franco-tijdperk.

Maar de nationalistische praktijk is minder simpel. In 1978, toen Spanje zijn nieuwe constitutie aannam, gevolgd door de speciale statuten die de autonome status regelden van de regio Baskenland, onthielden de nationalisten zich van stemming en boycotten het referendum. Dat was hun goed recht, maar die afwijzing heeft de partij, de grootste in Baskenland, niet verhinderd om in de jaren die volgden ten volle de mogelijkheden uit te buiten die diezelfde grondwet aan Baskenland gaf. De PNV leverde de presidenten van de regio Baskenland, de PNV leidde de regionale regering. Inmiddels is er geen regio in Europa te vinden met zoveel bevoegdheden als Baskenland.

Overigens eist de PNV hetzelfde als de ETA: de stichting van een onafhankelijke Baskische staat, die bovendien aanzienlijk groter is dan de huidige Baskische regio. De regio Navarra moet ertoe behoren, alsmede een aantal 'Baskische' provincies in Frankrijk. DAARMEE ROEPT de nationalistische partij andermaal een aantal vragen en problemen op. Wat is het nut van een nieuwe staat binnen de Europese Unie gezien haar al sterk ontwikkelde regionale structuur? Waarom zou dit het onderwerp moeten zijn van een referendum, als niets er op wijst dat het Baskische electoraat in meerderheid ontevreden zou zijn met de bestaande situatie, terwijl de kiezers in Navarra en zeker in Frankrijk al helemaal niets van het idee van de PNV moeten hebben? Waarom zou de Spaanse grondwet, dat moeizaam tot stand gekomen wonder van effectieve verdraagzaamheid, opnieuw opengebroken moeten worden? En waarom juist nu concessies als duidelijk is dat de ETA zich al geruime tijd in een fase van morele en organisatorische uitputting bevindt?

Anders dan de overige partijen in Spanje, die zich schikken in de consensus van de grondwet, zoeken de nationalisten van de PNV na twintig jaar nog steeds de confrontatie op een manier die niet bijzonder democratisch is. Met de regionale verkiezingen voor de deur schopt leider Arzalluz aan tegen de grondwet en suggereert hij een gebrek aan Baskisch patriottisme bij de niet-nationalistische partijen. Overigens, de nationalistische aanvoerder heeft nooit anders gedaan. Het is ook nu dus meer dan een doorzichtig opzetje om de ETA-aanhang te vriend te houden. MAAR DAT MAAKT de zaken er niet minder gevaarlijk op voor Baskenland, waar de pluriforme samenleving niet gebaat is bij het opstoken van het nationalistische vuur. Het is ook gevaarlijk voor de eenheid van heel Spanje, want er zijn meer kapers op de kust. In Catalonië volgt de Catalaans-nationalistische regio-president Pujol de Baskische ontwikkelingen op de voet, terwijl ook de nationalistische beweging in Galicië belangstellend aan de zijlijn staat.

De regering Aznar toont zich voorzichtig optimistisch over een mogelijke definitieve vrede. Van regeringszijde is al gewaarschuwd dat voor die vrede geen prijs betaald zal worden, maar er wordt wel gewerkt aan amnestieregelingen voor gevangen ETA-terroristen.

De vraag is of deze minderheidsregering, die overleeft dankzij de steun van Baskische en Catalaanse nationalisten, de druk kan weerstaan om verdere concessies te doen. De socialistische oppositie heeft al gewaarschuwd dat Aznar bezig is Spanje uiteen te laten vallen. Dat is geen overtuigend verwijt. De socialisten zelf hebben jarenlang uitgebreide concessies gedaan in ruil voor steun van de kant van de nationalisten. Alleen als alle betrokken partijen hun opportunisme weten in te perken lijkt een duurzame vrede mogelijk binnen de democratische grondregels. En vooral voor de nationalisten zou een oefening in zelfbeheersing nog wel eens een zware opgave kunnen blijken te zijn.