Wolfensohn waarschuwt; Wereldbank: geen rol in noodkrediet

WASHINGTON, 6 OKT. Wereldbank-president Wolfensohn heeft gisteren gewaarschuwd dat zijn bank niet als taak heeft noodkredieten aan crisislanden te verstrekken. Zijn waarschuwing leek vooral gericht aan de Verenigde Staten.

Door noodkredieten te verschaffen blijft er minder geld over voor armoedebestrijding en structurele hervormingen, die de hoofdtaak van de bank vormen. Bovendien zetten de noodleningen de inkomenspositie van de Wereldbank onder druk, omdat bij dergelijke leningen hogere reserves moeten worden aangehouden. In juli verhoogde de Wereldbank de kosten voor leningen aan kredietwaardige leners, meest de al wat gevorderde ontwikkelingslanden, om haar inkomenspositie te versterken.

Wolfensohn uitte zijn waarschuwing in het zogenoemde Development Committee van ministers.

Industrielanden en crisislanden hebben de afgelopen periode de druk op de Wereldbank verhoogd om met kortetermijnleningen deel te nemen in noodpakketten voor landen die door een financiële crisis zijn getroffen.

Zo verschafte de Wereldbank enkele miljarden betalingsbalanssteun aan Zuid-Korea. Dergelijke kredietverlening is veel meer de taak van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF). In de slotverklaring van de ministersbijeenkomst wordt overigens de “primaire taak” van de Wereldbank bij armoedebestrijding onderstreept.

Wolfensohn had ook vorige week al gewaarschuwd dat de Wereldbank “geen tweede IMF” moet worden. De Amerikaanse regering had de Wereldbank onlangs gevraagd mee te doen aan haar plan voor een speciale kredietfaciliteit voor landen waar 'besmetting' dreigt door de wereldwijde financiële crisis.

De Nederlandse minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) zei in het Development Committee dat door zulke betalingsbalanssteun van de Wereldbank de crisis op de zwakste landen wordt afgewenteld.

“Lidstaten van het IMF komen hun eerder gedane toezeggingen om het Fonds financieel te versterken niet na. Diezelfde lidstaten hebben vervolgens de Wereldbank gedwongen om bij te springen op een manier die niet past binnen het mandaat van de Bank”, aldus Herfkens.