THE ECONOMIST

Westerse economen en politici zijn er altijd als de kippen bij om in de voormalige communistische landen uit te leggen dat er duidelijke spelregels moeten zijn voor bedrijven die failliet gaan. Daarover bestaat weinig onenigheid. Maar wat er moet gebeuren als een land op het punt staat bankroet te gaan, blijft een punt van discussie. Veel deskundigen menen zelfs dat de schuldenaren en de banken dat op eigen houtje moeten oplossen en dat het Internationaal Monetair Fonds maar opgeheven moet worden.

The Economist vindt het niet juist dat datgene wat in het bedrijfsleven vanzelf spreekt ter discussie staat zodra het om landen gaat. Omdat er in dit opzicht zoveel overeenkomsten bestaan tussen ondernemingen en naties pleit het blad ervoor om de faillissementsregels die gelden voor het bedrijfsleven aan te passen met het doel ook het bankroet van landen fatsoenlijk te regelen, om te voorkomen dat de schuldeisers met elkaar slaags raken, en dat het land wordt leeggeroofd. Bovendien, legt het blad uit, kan een land, anders dan een onderneming, niet insolvabel worden, omdat de waarde van een land, anders dan die van een onderneming, altijd vele malen groter is dan de schulden. De waarde van een land bestaat uit het toekomstige Bruto Binnenlands Product. De waarde van de aansprakelijkheden is de buitenlandse schuld. En die is altijd maar een fractie van het toekomstige BBP. Dat geldt zelfs voor de landen met de grootste schuldenlast.

Het grootste verschil tussen een onderneming en een land is natuurlijk dat de leiding van een land niet zo gemakkelijk kan worden vervangen als die van een onderneming. Wat wel kan is dat het IMF de mogelijkheid krijgt om landen die voor een bankroet staan voor een tijdje te ontslaan van de plicht tot afbetaling, analoog aan de situatie bij een bedrijf dat in financiële moeilijkheden is. Het weekblad The Economist is verkrijgbaar in de kiosk. www.economist.com