Stinkende biobak ongezond en omstreden

Een biobak in huis is een risico voor de gezondheid, blijkt uit onderzoek van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Ook het nut van afvalscheiding voor het milieu staat ter discussie.

ROTTERDAM, 6 OKT. Een biobak is een bron van besmetting. Wie de bak in huis heeft staan en hem niet elke week twee keer leegt, kan aandoeningen aan de luchtwegen krijgen, of ontstekingen aan neus, keel en longen. Dat blijkt uit een onderzoek van de Landbouwuniversiteit Wageningen in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Een emmer in de tuin is nauwelijks een probleem, maar staat de bak in de keuken dan bevat het huisstof 1,6 tot drie zoveel bacteriën en schimmels als normaal. Ligt er ook nog tapijt in huis, dan zijn die concentraties zelfs 50 tot 300 keer zo groot.

Met groot enthousiasme introduceerde milieu-minister Alders in 1994 de biobak. Afvalscheiding zou een zegen zijn voor het milieu. Alle gemeentes werden verplicht hun afval gescheiden in te zamelen. Sindsdien heeft de bruine of groene biobak in 96 procent van de huishoudens zijn intrede gedaan, en wordt er jaarlijks 1.445 kiloton gft-afval ingezameld. Maar in de zomer van 1995, een hele warme zomer, werden Kamervragen gesteld. In de brandende zon bleken de bakken verschrikkelijk te stinken. Het ministerie beloofde een onderzoek, waarvan de resultaten nu bekend zijn.

Directeur A. Donders van Vereniging voor Afvalbeheer, een koepelorganisatie van particuliere afvalophalers, is “lichtelijk gealarmeerd” door de uitkomst van het onderzoek. Zelf ergert hij zich al jaren aan “dat vieze, stinkende ding” in de achtertuin. Nu het ook nog eens gezondheidsproblemen zou kunnen opleveren, vraagt hij zich af “of dat scheiden van gft-afval wel zo succesvol is.”

Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) ziet nog geen aanleiding voor maatregelen tegen de biobak. “Er is geen bijzonder risico, als je het vergelijkt met de oude situatie toen alles nog in één bak ging”, zegt een woordvoerder. Ook de Wageningse onderzoeker D. Heerderik, die het onderzoek uitvoerde, vindt de afvalscheiding nog steeds een succes. “Uit ons onderzoek blijkt dat vooral mensen met astma of allergieën last hebben van het verontreinigde huisstof.” De bak goed schoonmaken, en ten minste een keer per week laten legen zou volgens de onderzoekers de risico's aanzienlijk verkleinen.

Maar ook de afvalophaler die de emmer vervolgens leegt, staat volgens het onderzoek bloot aan de gft-schimmels en bacteriën. Soms zijn de concentraties zes keer hoger dan de Gezondheidsraad heeft voorgeschreven. Afvalophalers klagen over hoesten en benauwdheid. “Dat is een duidelijk probleem,” erkent de onderzoeker.

J. Vroonhof van het Centrum voor Energiebesparing vindt het nut van gescheiden afvalinzameling beperkt. “De kosten zijn erg hoog. Een ton gft-afval composteren kost rond de zestig gulden, een ton gewoon afval verbranden rond de honderd gulden. Dat verschil in kosten is te gering om die aparte gft-wagens in stand te houden.” Volgens hem zou het nuttiger en goedkoper zijn om het afval pas bij de vuilverbrandingsinstallaties te scheiden.

Bovendien is de compost, die van het gft-afval wordt gemaakt, vaak niet zuiver, zegt Vroonhof. Daardoor kan het niet als bodemverbeteraar worden gebruikt, en moet het alsnog worden verbrand. Donders van de vereniging voor Afvalbeheer sluit zich hierbij aan. “Hoe stedelijker het gebied, hoe meer rotzooi er in de biobak zit. Dan komt al het afval alsnog op dezelfde berg terecht.”

A. Schoevers van de stichting Afval & Milieu vindt daarentegen dat het Nederlandse gft-systeem goed werkt. “Anders zouden we weer turf moeten gaan gebruiken als compost. In Nederland zijn de veengebieden al ontgonnen en dus zouden we turf uit centraal Europa moeten halen. En dan zit je weer met de uitlaatgassen van vrachtwagens.”

De Milieudienst Amsterdam is in een aantal stadsdelen gestopt met het gescheiden inzamelen van gft-afval. Woordvoerder J. Lustenhouwer: “Bij de invoering van die bak hebben we onderzocht wat het voordeel van gescheiden inzamelen was. Met veel moeite hebben we een licht voordeel gevonden.” In een groot aantal Amsterdamse stadsdelen blijkt het aantal huishoudens dat meedoet echter te klein om dat voordeel te halen. “De meeste Amsterdammers zijn kleinbehuisd en wonen drie hoog achter. Je belast de burger dan met een biobak.” Dat sommige stadsdelen het afval nog wel gescheiden ophalen is volgens Lustenhouwer vooral “vooral uit educatief oogpunt”.

Dat educatieve apect is een 'hobby' van directeur P. Cras van de vereniging voor gemeentelijke Afval-en Reinigingsmanagers. “Gescheiden afval ophalen is verdraaid belangrijk, dat moet je koesteren. Het gaat om het delicate evenwicht tussen op een makkelijke manier van je rotzooi afkomen en ook nog wat aan het milieu doen.” De gezondheidsriscico's zijn volgens Cras aanvaardbaar. “Het is de consequentie van onze welvaart en consumptie. Het is zonde om die bak eruit te gooien, als het er alleen maar omgaat dat je hem ietsjes vaker buiten moet zetten en net iets vaker moet schoonmaken.” Dat schoonmaken vindt hij zelf ook “een vies karweitje, zeker in de zomer.”

Op sommige plaatsen kan dat vieze karweitje door een speciaal biobakken-schoonmaakbedrijf worden opgeknapt. Voor 75 gulden per keer komen de gebroeders Schat uit Groningen de emmer met warm water schoonspuiten.