Rijk en Maarten zijn aardig en amusant

Voorstelling: Rijk en Maarten. Tekst en voordracht door Rijk de Gooyer en Maarten Spanjer. Gezien 1/10 Stadsschouwburg, Haarlem. Tournee t/m 28/1/1999. Inl. en res. (020) 626 03 50.

Ze houden van elkaar en houden vooral van zichzelf: filmacteur Rijk de Gooyer en televisiepresentator Maarten Spanjer. Ze hebben een zaak gemeen: ze schrijven columns, korte verhalen, sketches. En nu treden ze samen op in een programma dat Rijk en Maarten heet. Zo ver zijn ze, de voornamen zijn voldoende, iedereen wordt geacht te weten wie ze zijn.

Ik wist het een en ander van hen af. Van Rijk de Gooyer gezien zijn anciënniteit meer dan van Maarten Spanjer. Een van zijn boeken heet Moedeloos voorwaarts. Dat is een aantrekkelijke titel. Een van de boeken van De Gooyer heet Gereformeerd en andere verhalen, en daar put hij al voorlezende uit. Het is geen cabaret wat het duo in navolging van Remco Campert en Jan Mulder doet. Rechts staat een katheder, links twee clubfauteuils, zo uit de zooikamer van het studentencorps weggehaald. Achter hen een lege boekenkast, waarin dan, subtiel gevoel voor ironie, hun 'Verzameld werk' staat.

Eigenlijk is Rijk en Maarten niets anders dan een voorleesavond, waarvan de afzonderlijke optredens met elkaar zijn verbonden door geënsceneerde, korte ondervraginkjes. Vraagt Spanjer iets aan De Gooyer over zijn gereformeerde jeugd, antwoordt de laatste met een verhaal. Het was allemaal vriendelijk, aardig, amusant, er werd bij de première in de Stadsschouwburg van Haarlem uitbundig gelachen door het voornamelijk Amsterdamse publiek, en toch was er gelukkig meer aan de hand.

Dan gaat het me niet om de scabreuze scènes. Beiden weten een verhaal op te bouwen, hoe dan ook. De Gooyers verhaal over hoe Godfried Bomans een procuratiehouder uit Hengelo kon jennen, was een miniatuur. Spanjers frontale, doorzichtige aanval op de casting-director van filmproducties en van Toneelgroep Amsterdam Joop Klemnaad, bij wie hij stemtraining doet, en die samenwoont met een op Quasimodo lijkende Britse regisseur, getuigde van oprechte woede. Zo hoort dat ook.

Er was, zeker bij De Gooyer, sprake van nostalgie. Zijn herinneringen aan de journalist en schrijver Jacques Gans, auteur van het ten onrechte bijna vergeten boek Liefde en Goudvissen, was zonder meer barmhartig. Pas aan het slot kwamen er gespeelde, dat wil zeggen andere personages aan bod. Spanjer deed en nichterige scène over hoe hij, alias zijn kroegmaat uit café Ruk en Pluk, door een vrachtwagenchauffeur verbouwd werd. En De Gooyer ontpopte zich vol humor als de acteur die zo graag een rol speelt: die van Gestapo. In 1960 deed hij dat, in 1980 ook: dan is hij dus geen stap verder gekomen. Dat gaf hij ruimhartig toe.