Procedure impeachment en afzetting

ROTTERDAM, 6 OKT. Impeachment betekent het in staat van beschuldiging stellen, niet het afzetten, van een overheids-functionaris. Impeachment werd eind achttiende eeuw ingesteld voor 'zware misdrijven en wangedrag', een bewust vage formulering. Ook de procedure ligt niet in detail vast.

Tot dusver zijn zestien functionarissen in staat van beschuldiging gesteld, zeven werden door de Senaat afgezet. In 1843 verwierp het Huis van Afgevaardigden een aanklacht wegens corruptie en wangedrag tegen president John Tyler. In 1868 werd president Andrew Johnson in staat van beschuldiging gesteld wegens wangedrag, maar door de Senaat vrijgesproken. In 1974 trad president Nixon af toen het Huis op het punt stond hem in staat van beschuldiging te stellen wegens machtsmisbruik en obstructie van de rechtsgang.

De volgende stappen zijn te onderscheiden: 1. Na een eerste onderzoek van bewijsmateriaal - in het geval van Clinton het rapport met bijlagen van onafhankelijk aanklager Starr - neemt de commissie van Justitie van het Huis een resolutie aan voor een onderzoek naar impeachment. Dit heeft de status van een advies. 2. Het voltallig Huis van Afgevaardigden stemt over de resolutie. 3. De commissie van Justitie start het onderzoek. Dat bestaat uit hoorzittingen; in dit geval mogen zowel de Republikeinen als Democraten getuigen oproepen. 4. De commissie van Justitie stuurt een rapport naar het Huis van Afgevaardigden, eventueel voorzien van artikelen van impeachment, de aanklacht. 5. Het Huis stemt of de president in staat van beschuldiging wordt gesteld. Daarmee is de impeachment-procedure compleet. 6. De Senaat besluit in een rechtzitting over het afzetten van de president. De voorzitter van het Hooggerechtshof fungeert als rechter, de senatoren als jury. 7. De Senaat stemt over afzetting. Een twee-derde meerderheid is vereist.