Pers en publiek enthousiast; Amerikanen massaal in rij voor Van Gogh

WASHINGTON, 6 OKT. De tentoonstelling van 72 schilderijen van Vincent van Gogh in The National Gallery in Washington is door de Amerikaanse pers en het publiek begroet als een van de grote culturele gebeurtenissen van het jaar. De schilderijen zijn uitgeleend door het Van Gogh Museum in Amsterdam, dat in verband met een verbouwing gesloten is.

Al weken voor de tentoonstelling zondag open ging, waren de 200.000 gratis toegangskaarten op. Maar elke dag verstrekt The National Gallery nog zo'n 2.000 extra kaartjes, waarvoor zich 's morgens vroeg bij het museum lange rijen vormen.

Het is lang geleden dat er voor het laatst een groot overzicht van werk van Van Gogh in de Verenigde Staten te zien was. De Amerikaanse kranten, radio en televisie hebben Van Gogh de afgelopen dagen geëerd met een reeks reportages, achtergrondstukken en kleurenfoto's op voorpagina's. “Van Gogh is de Elvis van de kunst”, kopte USA Today voor wie dat nog niet begrepen had.

De tentoontstelling heeft de onmogelijke titel Van Gogh's Van Goghs gekregen, waarmee wordt bedoeld: de Van Goghs van het Van Gogh Museum (slechts twee van de 72 werken komen niet uit Amsterdam, maar uit de eigen collectie van The National Gallery). The Washington Post, die de afgelopen weken al minstens tien artikelen aan het evenement heeft gewijd, bediende zijn lezers dit weekeinde zelfs met een stukje over de juiste uitspraak van de naam van de schilder. De conclusie was dat Nederlanders weliswaar een onnavolgbare keelklank uitstoten, maar dat Amerikanen gerust Ven Go (rijmt op show) mogen zeggen.

De tentoonstelling bevat schilderijen in alle stijlen van Van Goghs oeuvre. De Aardappeleters heeft - prachtig belicht - een ereplaats gekregen in The National Gallery. Zeven zelfportretten tonen Van Gogh in verschillende rollen, onder meer als de ernstig kijkende heer in donker pak op het Zelfportret uit 1886, de dandy op het Zelfportret met vilten hoed (1887), het mediterrane boertje op Zelfportret met strohoed (1887) en de schilder voor zijn doek op Zelfportret als kunstenaar (1887-1888). De witte bloemetjes aan de grillige takken van de Amandelbloesem (1890) zijn tegen de oneindige blauwe hemel even duizelingwekkend als ze ooit in Saint-Rémy geweest moeten zijn.

Niemand in Washington lijkt zich te storen aan een klein euvel van de tentoonstelling. Een hinderlijke schaduwstreep van enkele centimeters breed ligt over de bovenkant van de meeste schilderijen: de stevige lijsten zitten het licht uit de hoog opgehangen spotjes in de weg.

Voor een kniesoor kan dat de pret aardig bederven, vooral als er boven in het schilderij veel gebeurt - zoals bijvoorbeeld op Glas absint met karaf, waar een paar menselijke figuurtjes nu door de schaduwlijn doorsneden worden.

Maar zo'n tegenvaller valt in het niet bij de kracht van Van Goghs schilderijen. Het zelfde geldt voor de onvermijdelijke franje rond de tentoonstelling: de sjaals, sokken, koffiebekers, zaklantaarns, stropdassen, mouse pads, T-shirts, paraplu's, puzzels en polshorloges met Van Gogh-motief.

Ze zullen vast en zeker gretig aftrek vinden, maar het zijn toch de schilderijen die honderdduizenden bewonderende Amerikanen trekken. De tentoonstelling, die nog loopt tot 3 januari, zal van 17 januari tot 4 april te zien zijn aan de Amerikaanse westkust, in het Los Angeles County Museum of Art.